Schrijven is een belangrijke leeractiviteit in het onderwijs. Studenten verwerken de leerstof en passen die toe. Tegelijkertijd leren ze belangrijke vaardigheden voor kritisch denken, zoals hun gedachten helder verwoorden, de essentie begrijpelijk overbrengen, vragen stellen, discussie aanzwengelen, hypothese formuleren, data verzamelen en analyseren, en argumenteren. Het is daarom goed om studenten veel te laten oefenen met schrijfopdrachten. En dat hoeven niet altijd grote opdrachten te zijn.

KORTE SCHRIJFOPDRACHTEN

Bij schrijfopdrachten denken docenten vaak aan papers of essays. Maar schrijfopdrachten hoeven niet altijd grote opdrachten te zijn die tot uitgebreide teksten - en veel nakijkwerk - leiden.

TIPS

Enkele tips voor korte schrijfopdrachten die je in je cursus kunt inplannen:

  1. Gatenartikel: laat een deel van een artikel weg (abstract, inleiding, conclusie, alinea). Laat de student dit aanvullen.
  2. Vraag studenten per week een half A4 te schrijven, voortbouwend op het cursusonderwerp. Vraag bijvoorbeeld om kritiek, aanvulling of verbinding met stof uit een andere cursus. De docent reageert in de werkgroep at random op drie stukken. Gezamenlijk bouw je gedurende de cursus aan een lijst met kenmerken van kwaliteit, zodat elke student steeds meer inzicht krijgt in hoe hij een goed stuk kan schrijven. Op driekwart van de cursus levert elke student zijn beste stuk in ter beoordeling.
  3. Mini-essay: laat studenten halverwege of aan het eind van het college een korte samenvatting en evaluatie van de behandelde stof schrijven. Neem de mini-essays in en lees er 15. Het geeft je een goed beeld wat studenten begrepen hebben en waar nog extra aandacht voor nodig is in een volgend college.
  4. Collegevraag: vraag studenten voorafgaand aan het (gast)college een kwalitatief goede vraag in te leveren. Een vraag is kwalitatief goed als blijkt dat de student de literatuur heeft gelezen en de vraag ervoor zorgt dat er meer informatie op tafel komt. Bij een gastdocent is een vraag goed als blijkt dat studenten zich ook in de persoon en zijn thema verdiept hebben.

BEOORDELING VAN SCHRIJFOPDRACHTEN GEMAKKELIJKER MAKEN

Docenten zien er nog weleens tegenop om studenten schrijfopdrachten te geven, omdat het veel nakijkwerk geeft. Papers, essays en onderzoeksrapportages schrijven hebben allemaal hun nut en moet je in een opleiding vooral niet achterwege laten. En het leveren van goede feedback op die teksten is belangrijk voor het leerproces. Dat kost wel veel tijd. Maar je kunt het jezelf als beoordelaar gemakkelijker maken. Hoe? Twee ideeën die daarbij kunnen helpen:

  1. Geef de feedback digitaal. Verzamel teksten die je vaker gebruikt in je feedback in een apart bestand, zodat je die kunt hergebruiken, met aanpassing op de specifieke tekst waar de feedback over gaat. Je hoeft deze feedback dan niet steeds opnieuw te formuleren.
  2. Vraag de student om bij een volgende versie van het werk op elk punt van je feedback in te gaan en aan te geven wat hij veranderd heeft ten opzichte van de vorige versie. Vergelijk het met de reactie die reviewers van een artikel eisen op een artikel dat je naar een tijdschrift stuurt. Je moet dan aangeven wat je met de feedback hebt gedaan en het ook verantwoorden als je er niks mee hebt gedaan. Het is een goede oefening voor studenten en het vergemakkelijkt het nakijken van volgende versies.

Hanne ten Berge (J.H.tenBerge@uu.nl / 030 253 2158) – Adviseur en trainer, Onderwijsadvies & Training