De huidige generatie studenten moet er helemaal niets van hebben: compensatie bij tentamens. Compensatoir toetsen (= de mogelijkheid bieden om goede resultaten bij het ene onderdeel te gebruiken als compensatie bij een onderdeel waarvoor een onvoldoende is behaald) wordt door hen gezien als een goedkope truc om het rendement van de opleiding op te krikken, terwijl het niveau ervan onderuit wordt gehaald. “Het is een eerste stap in de verschaling van het onderwijs en betekent een enorme inflatie van het diploma.” Die opvatting wordt overigens in en rondom het hoger onderwijs gedeeld. Bij Erasmus, de UvA en de TU Delft leidden alleen al de voornemens tot compensatoir toetsen meteen tot heftige discussies en verwijten.

Ik vind die ophef wonderlijk

We doen dit immers al decennia lang en op grote schaal. In elke toets met meerdere onderwerpen is sprake van compensatie. Alleen als je zou eisen dat elke vraag binnen een toets minstens ‘voldoende’ wordt beantwoord (met als sanctie dat je anders voor de toets zakt), dan kun je beweren dat er geen compensatie is. Die gedachte doorgetrokken naar een hele opleiding betekent dat er honderden toetsen nodig zouden zijn, ten minste één voor elk afzonderlijk onderwerp, die allemaal op zichzelf voldoende moeten zijn gemaakt willen we spreken van een compensatie-arme opleiding.

Dus waarom dan wel compensatie tussen vakken?

Vanuit psychometrisch perspectief wordt compensatie gezien als een probaat middel om de gevolgen van verkeerde zak-slaag beslissingen te dempen. De achterliggende gedachte is: toetsen leveren slechts beperkt betrouwbare resultaten. Voor meer zekerheid over het bereikte eindniveau zouden studenten meermaals, op meerdere manieren en door meerdere personen moeten worden getoetst. Tegelijkertijd vergroot elke extra toets ook de kans dat studenten een keer onterecht zakken. Door vormen van compensatie (bijv.: je moet tenminste vier van de zes toetsen en in ieder geval de laatste voldoende scoren) kunnen zulke negatieve gevolgen worden geneutraliseerd.

Minstens zo belangrijk is, vind ik, dat compensatie het mogelijk maakt om onderwijs en toetsing beter op elkaar af te stemmen. Als alles ‘meteen wordt afgerekend’ krijgen studenten minder kansen om te leren door zelf uit te proberen, de grenzen van het bekende op te zoeken en fouten te maken. Als je nooit mag falen omdat dit direct negatieve gevolgen heeft, kijk je als student wel uit. Dan leg je de nadruk in het vervolg op risicomijdend studeren en reproductie (=het herkauwen van reeds door anderen ontwikkelde kennis).

En het roept nog meer vragen op

Hoe goed weten we eigenlijk wat studenten zouden moeten beheersen om in hun latere werk optimaal te functioneren? Hoe representatief is een enkelvoudige toets werkelijk voor de totale stof? Hoe zeker zijn we ervan dat een reeds behaalde voldoende aan het eind van de studie nog steeds geldig is? De relatie tussen een enkelvoudig toetsresultaat en het bereikte niveau van een opleiding is veel complexer dan de optelling van resultaten. Dat wordt anders als je uitgaat van reeksen van prestaties en de ontwikkeling over langere termijn.

Sterkste punt tegen compensatie is dat sommige deficiënties in de toekomst een risico kunnen vormen. Een piloot brengt zijn passagiers ernstig in gevaar als hij zijn 7 voor opstijgen en zijn 9 voor vliegen gebruikt om zijn 4 voor landen te compenseren. En een apotheker die niet farmaceutisch kan rekenen laat je liever ook geen geneesmiddel bereiden. Ik vermoed dat in iedere studie wel onderdelen zijn aan te wijzen waar deficiënties je inderdaad ernstig kunnen beperken in toekomstig functioneren. De voorbeelden die fervente tegenstanders van compensatie gebruiken zitten veelal in deze categorie. Je zou het probleem van ‘verkeerde’ compensaties kunnen voorkomen door zulke kritische onderdelen ervan uit te sluiten. Uiteraard is het dan opletten dat niet iedereen zijn eigen vak ineens als kritisch bestempelt.

Dus? Wel of geen compensatie toestaan?

Ik heb geen eenduidig antwoord. Aan de ene kant helpt compensatie in het beperken van studievertragingen. Ook is aangetoond dat het over langere termijn niet leidt tot kennisachterstand. Compensatie is vooral zinvol als het gaat om inhoudelijk verwante studieonderdelen of onderdelen die op elkaar voortbouwen. Het is daarbij van belang dat de beheersing van die stof ook op een later tijdstip kan worden getoetst. Aan de andere kant vind ik dat toetsen die het eindniveau representeren en de hierboven genoemde kritische bekwaamheden niet voor compensatie in aanmerking zouden mogen komen.

In ieder geval is het voor studenten die bang zijn dat compensatie de goede internationale reputatie van hun opleiding schaadt interessant om één ding te beseffen: die opgebouwde reputatie berust op de resultaten van alumni die zelf in een compensatoir systeem zijn opgeleid.

Stephan Ramaekers (adviseur/trainer en domeinleider Toetsing en feedback bij Onderwijsadvies & Training)

Kijk hier voor een overzicht van alle blogs.