Een bredere of langere brugklas: goed idee? En hoe dan?

Leerling aan het werk in de klas

Het ministerie van OCW geeft subsidie aan scholen die een bredere brugklas aanbieden, of die een brede brugklas verlengen. De gedachte hierachter is dat je kinderen zo gelijkere kansen geeft. Het klinkt eenvoudig, een brugklas verbreden of verlengen, maar wat komt er eigenlijk allemaal bij kijken? En draagt het wel echt bij aan gelijke kansen?

Door: Claudy Oomen

Wat weten we over kansengelijkheid na een bredere of verlengde brugklas?

Er is al járen discussie over de 'vroege selectie' in het Nederlandse systeem. In de meeste andere landen zitten leerlingen langer op een gelijk niveau. Het GION heeft in 2016 onderzocht wat internationaal gezien de voor- en nadelen zijn van vroege selectie. Het blijkt dat vroege selectie ongunstig is voor leerlingen uit lage sociaal-economische milieus, leerlingen met migratieachtergrond, jonge leerlingen (de 'najaarskinderen') en jongens. Uit het onderzoek komt echter ook naar voren dat de beroepsgerichte leerwegen van het Nederlandse vmbo betere kansen geven op de arbeidsmarkt. 

Een aantal kleinere onderzoeken in de Nederlandse context richtten zich op de gevolgen van verlengde gemengde brugklassen. Deze onderzoeken laten zien dat deze brugklassen nadelig zijn voor leerlingen met een duidelijk VWO-profiel (zij komen minder vaak op het VWO uit dan bij een homogene brugklas). En uit onderzoeken naar verlengde MAVO/HAVO- en HAVO/VWO-brugklassen komt iets vergelijkbaars: dit is alleen gunstig voor de groep met het lagere PO-advies, en niet voor de groep met het hogere advies. Leerlingen met lagere PO-adviezen krijgen dus meer kansen door deze brugklassen, maar de groep met de hogere PO-adviezen wordt niet voldoende (h)erkend of uitgedaagd. In deze onderzoeken is niet naar achtergrondkenmerken zoals geslacht en sociaal-economisch milieu gekeken.

Verschillen tussen jongens en meisjes

Een recent onderzoek dat wij hebben gedaan voor de twee grote Utrechtse schoolbesturen VO, geeft hier wél inzicht in. Met dit onderzoek wilden we de gevolgen van corona op de leerprestaties en doorstroom van leerlingen in beeld brengen. Daarin namen we ook geslacht en sociaal-economische status mee. Er kwam uit dat - los van corona - er duidelijke verschillen zijn tussen prestaties van jongens en meisjes: meisjes halen op meerdere vakken hogere cijfers dan jongens. Dit bevestigt eerder onderzoek. Daarnaast bleken bij een aantal vakken en op een aantal scholen, leerlingen met een lage sociaal-economische status in het nadeel te zijn. Een mogelijke verklaring is dat meisjes 'ijveriger' zijn dan jongens (in de wetenschap spreken we over conscientiousness, waardoor meisjes tot en met de universiteit in het voordeel zijn). Bij leerlingen uit de lagere sociaal-economische milieus kunnen de attitudes van docenten een rol spelen. 

Dit werpt een interessant licht op de gelijke kansenvraag in relatie tot de verlengde brugklassen. We weten dat vroege selectie nadelig kan zijn voor leerlingen uit lage sociaal-economische milieus en jongens, maar latere sectie lost dat niet op, als deze verschillen in het voortgezet onderwijs nog steeds aanwezig zijn. Bovendien daag je de leerlingen met hogere niveaus wellicht te weinig uit in de brede brugklassen.

Wanneer werkt een brede brugklas wél?

Puur en alleen het verbreden of verlengen van de brugklas zal niet het gewenste effect hebben. De subsidie van OCW, zonder aanvullende voorwaarden voor de invulling van deze brugklassen, is eigenlijk te 'plat'. Wanneer zou het wel kunnen werken?

Cruciaal is dat scholen een goed plan maken voor de invulling van de bredere/langere brugklas, en voor de beslissing over de doorstroom van leerlingen aan het einde van deze periode. In zo'n plan kun je als school (schoolleiding en onderbouwteams) onder meer de volgende zaken opnemen:

  • Hoe te differentiëren? Hier gaat het om het inspelen op verschillen tussen leerlingen, zonder daar een te strak kader aan te hangen (leerlingen waarvan je het minste verwacht, steeds in een lage niveaugroep plaatsen, kan gevaarlijk zijn). Formatief evalueren en handelen kan hierbij helpen. Door zicht te krijgen op waar precies leerlingen extra aandacht nodig hebben, kun je hier gericht op inzetten en speel je meer in op de leerbehoeften van leerlingen.
  • Professionaliseren van docenten op attitudes (hoe kijk je naar verschillende leerlingen) en competenties (hoe ga ik om met verschillen).
  • Hoe bepaal je het niveau aan het einde van een brede/verlengde brugklas? Check de kwaliteit van je toetsen, wees voorzichtig met een te strak puntensysteem (x punten voor VWO) en zorg voor onderbouwde leerlingbesprekingen.

Het is in alle gevallen belangrijk om in je eigen schoolcontext te onderzoeken wat de gevolgen zijn van de verlengde/bredere brugklas. Op een aantal scholen in Utrecht zijn docent-onderzoekers hier al mee bezig. Dit kun je doen door naar data te kijken (wie komt waar terecht, hoe gaat het verder met de leerlingen qua prestaties), maar ook naar de aanpak (wat werkt volgens docenten en leerlingen wel en wat niet, wat hebben ze nodig). Dit geeft aanknopingspunten om je aanpak aan te scherpen, en de kwaliteit van het onderwijs in en na deze bredere/verlengde brugklas te verbeteren.

Ook gemeenten overwegen om scholen subsidie te geven voor bredere of langere brugklassen. In december werd Claudy Oomen gevraagd om een bijdrage over dit onderwerp te leveren aan een informatiebijeenkomst voor de Utrechtse gemeenteraad. Naast raadsleden waren er veel mensen uit het Utrechtse onderwijsveld. Dit leverde interessante discussies op over gelijke kansen.