Je stelt als docent een vraag en zegt:

  1. ‘Wie weet het antwoord op deze vraag? Vingers graag!’
  2. ‘Willem, wat is het antwoord volgens jou?’
  3. ‘Ja Willem, dat is het goede antwoord.’

Waarom werkt dit niet goed?

  1. Bij de eerste vraag kan iedereen die zijn vinger niet heeft opgestoken, afhaken. Zij krijgen zeer waarschijnlijk niet de beurt en weten dat. Alleen diegenen die hun vinger opsteken, zijn individueel aanspreekbaar. Zij kunnen een beurt verwachten.
  2. Bij de tweede vraag is alleen Willem individueel aanspreekbaar; zijn naam is genoemd.  De leerlingen die hun vingers opstaken, kunnen nu ook afhaken, want hebben niet de beurt gekregen, zullen zeer waarschijnlijk de beurt niet krijgen en weten dat.
  3. Bij de derde stap kan zelfs Willem afhaken, want de uitspraak ‘ja, dat is het goede antwoord’ is vaak het teken dat de vraag is afgehandeld.

Individuele aanspreekbaarheid
Wilt u een goede werksfeer creëren in de klas en het leren van leerlingen bevorderen? Een manier om dat te bereiken is het vergroten van de individuele aanspreekbaarheid. Wat houdt dat in? 

  • Elke leerling kan elk moment gevraagd worden een bijdrage te leveren aan het leerproces.
  • Elke leerling weet dat van hem/haar elk moment een bijdrage aan het leerproces gevraagd kan worden.
  • Elke leerling moet en mag regelmatig een bijdrage aan het leerproces leveren.
  • Het gebruik van deze drie uitgangspunten vergroot de kans dat leerlingen bij de les blijven.

Wat wel goed werkt – een voorbeeld
Uiteraard wilt u niet in drie stappen uw klas kwijtraken. In het volgende voorbeeld is de individuele aanspreekbaarheid groot.

  • 'Ik stel een vraag. Jullie krijgen allemaal de tijd om even over het antwoord na te denken. Schrijf in een paar woorden op wat volgens jou het goede antwoord is. Ik vraag zo willekeurig naar het antwoord.’
  • 'Jan, wat is volgens jou het antwoord? Krista, wat is volgens jou het antwoord? Roos, wat is volgens jou het antwoord? Peter, ben jij het daar mee eens?’
  • 'Er zijn nu twee verschillende antwoorden gegeven. Krista zegt A, Peter zegt B. Wat is volgens jullie het juiste antwoord en waarom? Denk er weer even over na, geef ook een verklaring. Ik vraag zo weer willekeurig naar het antwoord.’

Tips
Wilt u leerlingen meer individueel aanspreken, en daarmee het leren bevorderen? Maak dan eens gebruik van de volgende tips:

  1. Schaf het vinger opsteken af;
  2. Weerhoudt u van (meteen) zeggen of het antwoord goed of fout is;
  3. Maak gebruik van de verschillende antwoorden die leerlingen geven;
  4. Laat de hersens kraken door niet alleen naar goed of fout te vragen, maar ook naar het waarom ervan.

Karin Smit (K.Smit@uu.nl / 06 12798916) - adviseur/trainer bij Onderwijsadvies & Training

VO Nieuwsbrief
​Deze tip komt uit onze nieuwsbrief voor het voortgezet onderwijs. In elke uitgave vindt u naast tips ook nieuws over projecten en onderzoek, en ons cursusaanbod. Wilt u deze nieuwsbrief 4 keer per jaar in uw mailbox ontvangen? Meld u dan hier aan.

Meer tips