Marloes Kleinjan

De faculteit Sociale Wetenschappen verwelkomt regelmatig nieuwe hoogleraren. Wie zijn ze en wat komen ze doen?

Marloes Kleinjan is sociaal-psycholoog en epidemioloog; de UU kende haar al als programmahoofd Epidemiologie & Research Support bij het Trimbos-instituut, waar ze samen met Utrechtse wetenschappers onder meer onderzoek deed naar het middelengebruik onder jongeren.

Hoe ben je geland bij FSW?

Fantastisch, ik kan bij iedereen binnenlopen. Veel mensen kende ik al, doordat we ooit al samenwerkten op projecten zoals de HBSC-studie.

Waarover gaat je onderzoek?

Ik werk aan twee richtingen. Ten eerste wil ik de kennis vergroten van de mentale gezondheid en het middelengebruik van de jeugd. Daarvoor onderzoek ik met grote longitudinale studies beschermende factoren en risico’s. Daarnaast toets ik preventiemethoden en interventies op het gebied van middelengebruik, angst en depressie. Bij de Universiteit Utrecht wil ik nu vanuit een bredere blik kijken: wat hebben we nodig in dit landschap van onderzoek naar mentale gezondheid?

Waarom ben je hoogleraar aan de Universiteit Utrecht geworden?

Het is nuttig als het Trimbos-instituut en Universiteit Utrecht kennis en personen uitwisselen. Dat is goed voor de valorisatie: bijvoorbeeld producten die de UU ontwikkelt en test kunnen in de praktijk worden geïmplementeerd. Of de effectiviteit van interventies van het Trimbos kunnen door de UU worden onderzocht.

Kun je een voorbeeld noemen van onderzoek van jou met impact?

Het lastige in mijn vakgebied is dat er vaak geen geld is om een goed product te implementeren. Soms lukt het gelukkig wel. Bij de Radboud Universiteit hebben we samen met Stivoro een interventie ontwikkeld voor rokende ouders. We hebben deze ook getoetst: de interventie maakt de kans om te stoppen met roken vijf keer zo groot. Met het Trimbos-instituut hebben we toen gekeken hoe we dat programma bij de ouders konden krijgen. Dankzij een implementatiesubsidie van ZonMw konden we toen met het veld gaan praten, bijvoorbeeld met kinderartsen die de ouders op spreekuren zien. Dankzij een nog grotere subsidie van KWF Kankerbestrijding weten nu een grote groep kinderartsen, jeugdartsen, verpleegkundigen, longartsen en astmaklinieken ervan!

Wie bewonder je?

Sterke vrouwen, waaronder mijn oma en mijn moeder. Mijn oma leeft helaas niet meer, maar zij was één van de meest bijzondere mensen en ik heb veel van haar geleerd. In mijn proefschrift bedank ik haar nog voor het delen van haar wijsheden, maar haar reactie daarop was: ach, het meeste is quatsch. Daar heb ik erg om gelachen. Van mijn moeder heb ik nuchterheid en kalmte meegekregen, zij blijft altijd helder en rustig in moeilijke situaties; haar sla je zeker niet zomaar uit het veld.

Wat zou je doen als je geen wetenschapper zou zijn?

Ik wilde vroeger therapeut worden. Maar na het eerste jaar van de specialisatie Klinische Psychologie, realiseerde ik me dat ik die individuele benadering niet zo interessant vond. Het werd daarom Sociale en Gezondheidspsychologie. Ik ging na mijn afstuderen op zoek naar een onderzoeksplaats, maar dat lukte niet meteen. Dus toen heb ik bij de LOI een opleiding Dierverzorgende gevolgd. Daarmee zou ik in een asiel of een dierentuin kunnen werken, of assistent van de assistent van een dierenarts worden. Gelukkig kon ik toen toch starten met mijn promotieonderzoek bij het Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen & Verslaving (IVO) en de Erasmus Universiteit.