Collecties

De Botanische Tuinen Universiteit Utrecht zijn een museale organisatie, al bestaan onze collecties niet uit schilderijen of archeologische voorwerpen, maar uit levende planten.

Het beheer van een dergelijke levende collectie vraagt een heel andere aanpak dan van een collectie levenloze objecten en stelt de collectiebeheerders voor andersoortige problemen en uitdagingen. Net als musea hebben de Tuinen meerdere functies en zijn de collecties niet alleen bedoeld voor het publiek, maar ook voor wetenschappelijk onderzoek en behoud van soorten.

Specialisaties

Eind jaren tachtig van de vorige eeuw hebben de Nederlandse botanische tuinen onderling afspraken gemaakt om te zorgen voor een zo goed mogelijke spreiding van collecties over de verschillende tuinen. Door deze afspraken is in de Nederlandse tuinen een groot scala aan plantensoorten, -geslachten en -families te vinden, evenals specialisaties in bijvoorbeeld nutsgewassen, rotsplanten of Zuid-Amerikaanse flora. De Botanische Tuinen Universiteit Utrecht zijn, met veertien goedgekeurde deelcollecties, één van de grootste deelnemers aan deze overkoepelende Nederlandse Plantencollectie.

Gijs Steur is verantwoordelijk voor de collecties in de Evolutietuin en de Tropische publiekskas, Martin Smit is verantwoordelijk voor de Ontdektuin, de Noord-Amerikaanse bostuin en de borders. De verantwoordelijke collectiebeheerder voor de Rotstuin is Anastasia Stefanaki.

Voor uitgebreide informatie over de specialisaties van de Nederlandse tuinen kun je terecht op de site van de Nederlandse vereniging van Botanische Tuinen (NVBT). De Botanische Tuinen van de Universiteit Utrecht en Delft hebben in het verleden ook een handboek geschreven voor collectiebeheer.

Het Alpinekasje bij de Rotstuin voor de meest kwestbare planten