BioCliVE

In honderden containers achter de kassen bootsen Utrechtse plant- en bodemecologen natuurlijk grasland na en onderzoeken hierin het effect van een veranderend klimaat in combinatie met verlies van biodiversiteit. Dit Utrecht University Biodiversity and Climate Variability Experiment (UU BioCliVE) is een experiment dat uniek is in zijn omvang en looptijd.

BioCliVE
Onderzoek in containers. Foto's: Laura Dijkhuizen

Het landoppervlak van Nederland bestaat voor 30 procent uit grasland. Door klimaatverandering krijgen deze en andere landschappen in de toekomst vaker te maken met extreem weer, zoals langdurige zomerdroogtes en overstromingen door zeer zware regenval. Tegelijkertijd neemt wereldwijd de biodiversiteit in hoog tempo af; graslandsoorten verdwijnen uit de Nederlandse landschappen door overmatig stikstofgebruik, ontwatering en versnippering van hun leefgebied.

BioCliVE

Die ontwikkeling is problematisch, want de verwachting is juist dat gebieden met een hoge biodiversiteit beter bestand zijn tegen deze extreme weersomstandigheden. “Dat komt doordat er dankzij de grote verscheidenheid aan soorten in meer diverse ecosystemen altijd wel één of meerdere soorten zijn die het onder extreme omstandigheden wel goed doen en kunnen overleven”, legt ecoloog George Kowalchuk uit.

BioCliVE

Containers

In een groots en langdurig experiment testen de onderzoekers die hypothese, door voor het eerst de combinatie van klimaatverandering en verlies van biodiversiteit te testen. Achter de kassen van de Botanische Tuinen plaatsten ze 352 containers die elk grofweg 1.000 liter bodemmateriaal bevatten, afkomstig van een natuurlijk riviergrasland. De biodiversiteit in deze containers varieert: sommige bevatten 1 of 4 plantensoorten, andere 8 of 12.

De graslandjes worden blootgesteld aan verschillende klimaatregimes: sommige  krijgen te maken met nattere winters en drogere zomers, andere met extreem weer, een verschuiving in het huidige neerslagpatroon of een combinatie daarvan. “Daarmee hopen de onderzoekers te kunnen bepalen in hoeverre graslandbiodiversiteit de negatieve effecten van toekomstige extreme weersomstandigheden kan opvangen, en hoe sterk de buffercapaciteit van graslanden afneemt bij verlies van biodiversiteit”, vertelt Kowalchuk

Toekomstbestendig grasland

BioCliVE simuleert met deze opzet het grasland van de toekomst. De schaal waarop dat gebeurt is uniek in de wereld, en ook de duur van het onderzoek is bijzonder. De onderzoekers zijn van plan de graslandjes gedurende 15 jaar te volgen om ook de langetermijneffecten in kaart te brengen. In 2017 zijn de containers geplaatst en na een periode waarin het grasland zich eerst goed kon ontwikkelen, worden ze vanaf begin 2020 blootgesteld aan de verschillende klimaatregimes. De kennis die de onderzoekers daarmee opdoen, kan worden gebruikt voor het maken van toekomstbestendige graslanden, die beter droogte, heftige neerslag en fluctuaties daarin aankunnen.

BioCliVE is een samenwerkingsproject van de plant- en bodemecologen van de groep Ecologie & Biodiversiteit van de Universiteit Utrecht: Yann Hautier, Mariet Hefting, George Kowalchuk, Edwin Pos, Merel Soons & Marijke van Kuijk.

Meer over de onderzoekers

De verschillende onderzoekers bestuderen daarbij verschillende aspecten van het functioneren van de graslanden. Zo kijken plantenecologen Yann Hautier en Merel Soons naar de stabiliteit van de vegetatie en de productie van bovengrondse biomassa. Dit is van grote waarde voor boeren die de vegetatie als veevoer gebruiken en voor insecten en vogels die afhankelijk hiervan zijn voor hun voedselvoorziening. Bodemecoloog Mariet Hefting onderzoekt in hoeverre bodemvorming en de opslag van koolstof beïnvloed worden. Microbiëel ecoloog George Kowalchuk kijkt daarbij naar de ontwikkeling van het ondergrondse bodemleven en de rol die interacties tussen planten, schimmels en bacteriën in de bodem spelen bij het bufferen van weersextremen.  Evolutionair ecoloog Edwin Pos kijkt naar de mate flexibiliteit van planten in hun aanpassing en hoe deze verschillende omstandigheden de natuurlijke selectie zal beïnvloeden. Marijke van Kuijk tenslotte, zal zich richten op het beschikbaar maken van deze kennis aan natuurbeheerders en boeren.