Gratis zaden Vrienden 2026
Al eeuwenlang wisselen botanische tuinen over de hele wereld zaden van de meest uiteenlopende plantensoorten met elkaar uit. Daartoe sturen we elkaar ieder jaar een zaadlijst toe: in proper latijn Index Seminum genoemd. Speciaal voor onze Vrienden stellen we elk jaar een speciale zaadlijst samen: 10 tot 15 soorten die bijzonder genoeg zijn om zelf te kweken in je tuin, maar waar niet zo gemakkelijk aan te komen is.
Hierna vind je de beschrijving van de soorten die dit voorjaar op de lijst staan. Op zondag 29 maart kun je op vertoon van je Vriendenpas drie zakjes uitzoeken om zelf op te kweken. En als het je lukt om daar weer zaden van te winnen, wissel die dan naar hartenlust uit met vrienden!
Goudkorrel (Chiastophyllum oppositifolium)
Onbegrijpelijk dat dit fantastische rotsplantje uit de Kaukasus zo weinig bekend is. Het groeit al zeker dertig jaar probleemloos bodembedekkend in droge (half)schaduw op de Balkanhelling in de Rotstuin en is een goede bodembedekker. Altijd keurig wintergroen en in de eerste helft van de zomer verschijnen de massa’s gele bloemetjes in gebogen trosjes.
Reuzenslangenkruid (Echium pininana)
Net als een heel aantal andere reuzenslangenkruiden komt deze soort van de Canarische Eilanden. Hij is nauwelijks winterhard, maar met de zachte winters van tegenwoordig heb je op een luwe plek soms geluk! Ze kiemen gemakkelijk, de planten hebben dan een of meerdere jaren nodig om een groot rozet te vormen en in bloei te komen. Na de bloei sterven ze af en kun je weer opnieuw beginnen! Maar wie ze vorige zomer voor het Fort heeft zien bloeien, wil het graag proberen. Je krijgt een bloemstengel van ruim 3 meter hoog, die eindeloos bloeit met lichtblauwe bloempjes en die massa’s bijen en hommels aantrekt!
Senecio macrocephalus
Dit Kruiskruid komt uit Zuid-Afrika en verrast op allerlei manieren. Ten eerste bloeit hij paars, terwijl de meeste Senecio’s geel bloeien. Vervolgens blijkt hij prima winterhard, zich plezierig uit te zaaien en ook nog maandenlang
te bloeien. De planten vormen een stevig bladrozet plat op de grond waar de 50 cm hoge bloemstengels uit oprijzen. Hij voelt zich prima thuis in ons klimaat en onze tuinen!
Eriocapitella (voorheen Anemone) rivularis
Dit is een leuke, vaste plant uit de Himalaya. Geschikt voor een humusrijke, niet te droge plek in de schaduw, waar de plant uitgroeit tot zo’n 60 cm hoogte. De massa’s relatief kleine bloemen verschijnen van mei tot in juli. Ze zijn van bovenaf gezien zuiver wit, maar de achterzijde van de kroonblaadjes (én de meeldraden!) zijn glanzend blauw.
Wilde selderij (Dystaenia takeshimana)
Wat vind ik schermbloemigen toch leuk: telkens duiken er weer nieuwe soorten op. De naamgeving is vaak verwarrend: zo hebben we deze ooit binnen gekregen onder de naam Angelica cyclocarpa, waar we na lang zoeken nu toch de juiste naam bij hebben. Flinke bossen selderijachtig blad waarboven tot 150 cm hoge, witte bloemschermen verschijnen die allerlei insecten aantrekken. Een indrukwekkende vaste plant voor de halfschaduw.
Goudvaleriaan (Patrinia rupestris)
Ook weer een fijne vaste plant voor een niet te droge, humusrijke plek in de halfschaduw. Gezond, glanzend donkergroen en fijn getand blad met daarboven wolken van fijne, heldergele valeriaanbloempjes die bloeien van juni
tot in augustus. De plant wordt ongeveer 40 cm hoog.
Armeluisorchidee/Paddenlelie (Tricyrtis latifolia)
Trek je niks aan van de wat sneue Nederlandse namen want de plant is prachtig! Op een vochthoudende, humeuze plek in de (half)schaduw is het een probleemloze vaste plant die in het voorjaar uitloopt met fraaie, glimmende bladeren met donkere vlekken. Ze bloeien van juni tot in augustus met bijzonder gevormde, gele bloemen met bruinrode spikkels op stengels tot 80 cm hoog. Keurige, stevige planten die je ook nog eens goed als snijbloem kunt gebruiken!
Calico-pijpbloem (Aristolochia littoralis)
Ja, wat moet je hier nu mee: een overblijvende klimplant die niet winterhard is. Kijk zelf maar: de bijzonder fraaie bloemen maken hem zeker de moeite waard voor in een flinke serre of eventueel als kuipplant tegen de schutting. Je moet hem dan wel voor elke winter flink terug snoeien en naar binnen halen. Oorspronkelijk komt deze plant voor in grote delen van Zuid-Amerika.
Oca (Oxalis tuberosa)
Van deze Oca krijg je geen zaad, maar in plaats daarvan een paar knolletjes. In het Andesgebergte is het na de aardappel het belangrijkste eetbare knolgewas. Plant de knollen in het voorjaar in de tuin op een zonnig plekje, hij kan prima op arme, droge grond. Eenmaal aan de groei vormen de planten flinke matten met leuke ‘klaverblaadjes’. De gele bloemetjes zijn niet erg talrijk en niet opvallend. Laat de planten in de herfst zo lang mogelijk staan maar oogst de knollen voordat het echt flink gaat vriezen: de knollen worden pas laat gevormd onder invloed van koud weer.
Rooikanol (Wachendorfia thyrsiflora)
Vernoemd naar Evert Jacob van Wachendorff, die tweeënhalve eeuw geleden professor en prefect was van de Utrechtse Hortus. Een moerasplant die op een beschutte plek tegenwoordig verrassend winterhard is. De plant wordt fors: 100 tot 150 cm hoog. Van juli tot in september rijzen boven de grote, gele bloempluimen de zwaardvormige bladeren uit. De oranjerode wortels bezorgden hem de Afrikaanse naam Rooikanol. Probeer hem eens uit op een
zonnige, vochtige plek langs de vijver!
Tijgerbloem (Tigridia pavonia)
Dit bolgewasje uit de Irisfamilie komt van oorsprong uit Centraal-Amerika. De knolletjes zijn eetbaar en vormden een belangrijke voedselbron voor verschillende oorspronkelijke gemeenschappen. Je kunt ze, als je ze vroeg voorzaait met een beetje geluk het eerste jaar na zaaien al in bloei krijgen. Lukt dat niet, haal de afgestorven planten dan in de herfst naar binnen, houd ze droog en plant ze het volgende voorjaar weer buiten uit. Dan zullen ze zeker bloeien. De spectaculaire drietallige bloemen in felle kleuren verschijnen van juni tot in september op stengels van 50 cm hoog. Voor een lekker zonnig plekje op elke tuingrond.
Petunia exserta
Een wilde Petunia die pas in 1987 in het zuiden van Brazilië is ontdekt. Blijkbaar zorgt die herkomst ervoor dat hij goed tegen wat minder weer kan: bij mij thuis zitten er in december nog bloemen in! De bossige planten worden zo’n 50 cm hoog en houden van een zonnig plekje. De bloemen zijn van een bijzondere kleur rood en verschijnen vanaf juli tot de nachtvorst. Kweek ze als eenjarige plant en zaai ze binnen warm voor.
Chinees-vergeet-mij-nietje (Cynoglossum amabile)
Deze verwant van het Vergeet-mij-nietje is een heel leuke, ouderwetse tuinplant en heeft net zulke mooie blauwe bloempjes. Een zogenaamde winterannuel: eenjarig, maar de zaailingen zijn behoorlijk winterhard. Dat betekent dat je ze prima in september kunt zaaien zodat ze voor de winter kiemen en al vroeg in het voorjaar bloeien. Zaai je ze dan in het volgende voorjaar nog een keer, dan heb je een enorm lang bloeiseizoen. Zaai ze maar gewoon ter plekke in de tuin, voorkweken is niet nodig. Eenmaal aangeslagen in de tuin, doen ze dat eigenlijk vanzelf en heb je een heerlijke plant die de gaatjes in de border opvult. De planten worden zo’n 50 cm hoog. Knip ze na de hoofdbloei flink terug, dan bloeien ze nog een keer.
Nog even de kweektips
Nog even de kweektips. Voor het gemak kweek je alle soorten als volgt: zaai de zaden in het voorjaar binnen in een potje, dek de zaden af met een heel dun laagje zand en zet het potje, afgedekt met een plastic zakje, op een warme plaats. Dun zaaien! Als de kiemplanten hun eerste echte bladpaar hebben gevormd, kun je de plantjes verspenen of direct oppotten. Hou ze daarna op een zo licht mogelijke, koele plaats in huis. Na half mei buiten uitplanten. Mochten de zaden van vaste planten niet binnen vier weken kiemen dan kun je de pot, goed vochtig en afgedekt met een plastic zakje, vier weken in de koelkast plaatsen. Op deze manier bootsen we een koude winterperiode na, wat de kieming kan bevorderen. Daarna kan de pot op een beschaduwd plekje in de tuin worden ingegraven en vervolgens wacht je rustig af of ze kiemen. De meeste soorten kiemen in het voorjaar of in de loop van de zomer. Als de zaden na de zomer niet gekiemd zijn, kun je het als mislukt beschouwen: de soorten uit deze lijst hoef je niet nog een winter te laten staan.