Gratis zaden Vrienden 2022

In 1796 stuurde Professor Van Geuns, toenmalig directeur van de Utrechtse Hortus een lijst met beschikbare zaden aan de directeur van het Teylersmuseum in Haarlem. Deze lijst is een van de eerste gedrukte zaadlijsten ter wereld zoals botanische tuinen elkaar nu nog steeds toesturen voor het uitwisselen van zaden.

Voor onze Vrienden stellen we jaarlijks een speciale Index Seminum samen: een aantal soorten die bijzonder genoeg zijn om zelf te kweken in je tuin, maar waar niet zo gemakkelijk aan te komen is. Houd er wel rekening mee dat vaste planten meestal het eerste jaar niet bloeien. Hieronder vind je de beschrijving van de soorten die dit voorjaar op de lijst staan. Tijdens het voorjaarsweekend ‘Tuinplezier!’ op 11 en 12 juni (verplaatst van 26 en 27 maart)  kun je op vertoon van je Vriendenpas drie zakjes uitzoeken om zelf op te kweken. En als het je lukt om van de opgekweekte planten weer zaden te winnen, wissel die dan naar hartenlust uit met vrienden!

 

Paeonia mlokosewitschii

In het Angelsaksische taalgebied wordt deze Pioen spottend ‘Molly the Witch’ genoemd, vanwege de onmogelijke soortnaam. Hij komt uit de Kaukasus en bloeit in april met fabelachtig zachtgele bloemen. De jonge scheuten zijn prachtig rood met een zilveren glans, en ook na de bloei blijft het blad lang mooi en zorgen de opengebarsten vruchten met blauwzwarte zaden voor sierwaarde. Vooral omdat er tussen deze zaden ook onbevruchte rode zaden zitten die vogels moeten aantrekken. Deze vaste plant groeit langzaam, maar worden als je ze met rust laat, alleen maar mooier. Tot 60 cm hoog. Het zaad kiemt na een koude periode, dus laat de potten in de winter gewoon buiten staan. Pas op met muizen, want die zijn gek op de zaden!

Cucurbita pepo cv, Reuzenveldpompoen

Na de jaarlijkse weging van de reuzenpompoenen hebben we een kampioen veldpompoen weten te bemachtigen waarvan we de zaden hier aanbieden. Veldpompoenen halen niet de kampioensgewichten van rond de 1000 kg, maar kunnen gemakkelijk 25 kg worden. Ze zijn aanmerkelijk gemakkelijker te kweken dan de echte zwaargewichten en niet onbelangrijk: dat kan gewoon buiten. Ander bijkomend voordeel is dat deze pompoenen wél heerlijk smaken, terwijl aan de echte zware jongens wat dat betreft geen lol te beleven is. Op een ruime zonnige plek, met voldoende water en mest kun je met dit stamboekzaad de hele buurt van soep voorzien!

Swertia bimaculata, Gentiaan

Een volslagen onbekend lid van de Gentiaanfamilie uit China. De tot 90 cm hoge planten zijn één- tot tweejarig en voelen zich prima thuis op een half beschaduwde plek op niet te droge grond. Zaai ze gewoon in het voorjaar, soms bloeien ze het eerste jaar al en anders overleven de rozetten de winter om het jaar daarop te bloeien. De crèmegele bloemetjes hebben gele en donkerpaarse vlekjes op de kroonbladen en staan in grote tuilen aan het eind van de stengels. Een plant om iedere tuinvriend jaloers mee te maken!

 

Cleome serrulata, Kattensnor

Dit is een wilde verwant van de veel vaker gekweekte Cleome spinosa en Cleome hassleriana. En om eerlijk te zijn vind ik deze soort veel mooier! De planten zijn in alles wat verfijnder, en de bloemkleur is wat pittiger paarsroze. Een eenjarige plant die op een zonnig plekje in de tuin 1 tot 1,5 meter hoog wordt en tot aan de vorst blijft bloeien.

Salvia sclarea, Scharlei

Deze tweejarige salie uit Zuidoost Europa en Turkije is een prachtige plant die het eerste jaar een groot bladrozet vormt, om het volgende jaar tot ruim een meter hoge bloeistengels te vormen met grote rozewitte lipbloemen. De schutblaadjes waar de lipbloemen tussen staan hebben dezelfde kleur; ze stelen in de zomer de show. Een fantastische plant voor een zonnige, droge plek op elke tuingrond. Vanwege de typische muskusgeur wordt de plant wel gebruikt om limonade van te trekken of (goedkope) wijn mee te aromatiseren.

Scilla hyacinthoides, Sterhyacinth

Dit bolgewas komt oorspronkelijk uit het Midden-Oosten maar is in het Middellandse Zeegebied verwilderd. Hij houdt van een droge, stenige grond en een zonnige plek. De bloemtrossen verschijnen in de voorzomer, worden wel een meter hoog en dragen mooie zachtblauwe stervormige bloemetjes. Dit is echt een uitdaging voor de kweker met geduld: uit zaad opgekweekt duurt het wel een aantal jaren voordat je bloeiende planten hebt.

Cephalaria gigantea, Groot plathoofd

Een wonderlijke naam voor deze enorme vaste plant uit de Kaukasus. Laat je niet afschrikken door de hoogte (tot 2,5 meter) want de bloemstengels zijn luchtig en ijl; je kijkt er gemakkelijk doorheen. Het grote bladrozet bedekt de bodem, en vanaf juni tot in augustus dragen de hoge bloemstengels roomgele bloemen die op Duifkruid (Scabiosa) lijken en allerlei vlinders en andere insecten aantrekken. Knip als de plant uitgebloeid is de stengels en het blad gerust tot op de grond terug: dat staat een stuk minder rommelig en hij maakt dan voor de winter een fris nieuw bladrozet.

Centaurea macrocephala, Gele korenbloem

Juist lekker controversieel: een gele korenbloem. Vroeger, voordat gele borderplanten in de ban werden gedaan, was deze robuuste vaste plant uit de Kaukasus een veel geziene tuinplant. En nu mensen geel gelukkig weer waarderen, verdient hij een comeback: het is een gemakkelijke plant voor een kleihoudende grond. Heerlijk stevig, tot ruim een meter hoog en in juli en augustus getooid met grote, warmgele korenbloemen!

Arisaema tortuosum, Cobralelie

Deze grote Arisaema-soort is afkomstig uit Noord-India en de vaste plantwordt gemakkelijk een meter hoog. De planten zijn stevig en hebben fraai, palmachtig blad. In juli verschijnen daar de lichtgroene aronskelken boven, die een merkwaardige ‘sliert’ op de bloeikolf (appendix heet zoiets officieel) dragen die bij deze soort wonderbaarlijk omhoog uit de bloeiwijze steekt. In het najaar zorgen de enorme kolven met oranjerode bessen voor extra sierwaarde. Een bosplant voor een humeus en vochtig plekje in de schaduw. Het duurt een paar jaar voordat ze bloeien, maar daarna heb je er een dankbare plant aan die zich bescheiden uitzaait.

Roscoea cautleoides, Gemberorchidee

Deze verwant van de gember is absoluut geen orchidee, maar ziet er wel lekker exotisch uit. De vaste plant is afkomstig uit Oost-Azië, en houdt van een humeuze, vochthoudende grond die ’s winters goed draineert. Een niet te droge bosgrond, zeg maar. Ze staan graag in de halfschaduw. Een flinke laag blad als bescherming in de winter zorgt ervoor dat de vlezige wortelstokken niet bevriezen. Let op: de planten lopen in het voorjaar laat uit! De gele bloemen verschijnen vanaf juni/juli en de bloei kan wel doorgaan tot aan de eerste nachtvorst. We hebben meer soorten Roscoea dicht bij elkaar staan in de Bergbostuin die soms gemakkelijk door elkaar raken. Het kan dus zijn dat er af en toe een paarsroze tussen zit.

Acer henryi

Deze Esdoorn uit Centraal-China lijkt speciaal gemaakt voor mensen met een kleinere tuin die willen genieten van de prachtige herfstkleuren die dit geslacht biedt. De boom groeit niet snel en wordt zo’n 5 meter hoog. En wat heel belangrijk is: hij kan prima tegen kalkrijke grond. De boomvorm, het fraaie blad en de prachtige oranjerode herfstkleur; alles klopt bij deze boom!

Magnolia kobus var. borealis

Onze mooiste Magnolia staat in de evolutietuin: een enorme breed uitgegroeide boom die in maart en april bloeit met relatief kleine, witte bloemen met een vleugje wijnrood aan de basis. Het opkweken uit zaad is natuurlijk een geduldkwestie: het best zaai je ze in een pot, dek de zaden af met een paar cm grond of fijn grind en laat de pot zomer en winter buiten staan. Als ze kiemen, duurt het natuurlijk jaren voordat het boompje groot is. Gelukkig, zo is onze ervaring, is het plantertje dan vaak nog niet dood en kan hij of zij er nog lang van genieten.

Nasaella tenuissima, Mexicaans Vedergras

Geen foto beschikbaar

Dit leuke grasje is in korte tijd enorm bekend geraakt als siergras. Moeten we dit hier aanbieden of niet? Het is absoluut een sierlijke soort voor zonnige, droge plaatsen met draadvormig smal blad en centimeters lange kafnaalden aan de zaden. Daaraan heeft het ook zijn handelsnaam ‘Pony tails’ te danken. Het wordt ongeveer 40 cm hoog en zaait zich gemakkelijk uit, met een voorkeur voor voegen in de bestrating. En daar zit ook meteen het voorbehoud: het is al op veel plaatsen in Nederland verwilderd aangetroffen. Het is in potentie een invasieve exoot. Als je het in de tuin hebt, zorg er dan dus voor dat het zich niet buiten je tuin kan verspreiden.

Symphyotrichum oolentangiense, Azuuraster

Geen foto beschikbaar

Vroeger gewoon Aster, maar tegenwoordig van een sjiekere voornaam voorzien. Het is mijn absolute favoriet uit het geslacht. Van nature komt de soort voor in een groot deel van de oostelijke VS. Ze zijn daarom prima winterhard, doen het op elke tuingrond en bloeien van juli tot aan de nachtvorst met fijne lila bloemetjes. De bossige, warrige planten zijn lekker stevig, en komen het mooist tot hun recht in grotere groepen. Onderscheidt zich van de meeste herfstasters doordat ze al in juli bloeien en helemaal geen last van meeldauw hebben!

Carex grayi, Morgensterzegge

Geen foto beschikbaar

Deze zeggesoort uit Noord-Amerika is een leuke vaste plant voor in de natuurlijke border. Hij doet het op elke grondsoort, maar staat liefst niet al te droog. De planten worden ongeveer 80 cm hoog en vormen keurige pollen die absoluut niet woekeren. De wonderlijke vruchten doen denken aan de ‘morgenster’, de ijzeren bal met stekels aan een ketting waarmee de ridders uit vervlogen tijden lelijk huishielden. Leuk om te gebruiken in droogboeketten!