Universitair docent Inge van der Valk

De gevolgen van een scheiding zijn vaak groot. Maar wat is het beste voor een kind, tijdens en na een scheiding? Die vraag probeert dr. Inge van der Valk te beantwoorden. Ze is universitair docent bij de onderzoeksgroep Jeugd en Gezin van de faculteit Sociale Wetenschappen, en houdt zich sinds 1999 bezig met de samenhang tussen ouderlijke conflicten, echtscheiding en het functioneren van kinderen en jongeren.

Inge van der Valk
Inge van der Valk

Zo is Van der Valk met een langlopend onderzoek nagegaan wat de gevolgen van een ouderlijke scheiding zijn voor jongeren, heeft ze zich gericht op verschillen tussen scheidingen met veel of weinig conflicten tussen ouders. Ook heeft ze het effect onderzocht van het preventieve programma KIES voor scheidingskinderen. Uit dit (door ZonMw onderscheiden) onderzoek bleek dat KIES kinderen na een scheiding kan helpen.

 

Eigen omgeving

Ongeveer 70.000 thuiswonende kinderen in Nederland krijgen elk jaar te maken met een scheiding. “Ik ben er niet alleen op mijn werk mee bezig, maar krijg er ook in mijn omgeving weleens mee te maken”, zegt Van der Valk. “Daarbij probeer ik, net als in mijn werk, genuanceerd te kijken en niet te oordelen. Het gaat er niet om wat ik vind van scheiden, maar wat ik ontdek in mijn onderzoek over situaties waarbij een scheiding zo goed mogelijk verloopt.”

Echtscheiding en kinderen is een ingewikkeld onderwerp, geeft Van der Valk aan. “Ten eerste komt er veel bij kijken, zoals kenmerken van ouders en kinderen, maar ook de kwaliteit van de opvoeding en van onderlinge relaties, en bijvoorbeeld de wetgeving rondom scheiding. Het is bovendien een gevoelig onderwerp: kinderen kunnen er last van hebben. En ouders hebben vaak geen idee hoe ingewikkeld ouderschap na scheiding kan zijn. Er valt nog zoveel te onderzoeken op dit gebied, en veel te winnen bij meer kennis die praktisch toepasbaar is, voor zowel ouders als kinderen.”
 

Co-ouderschap

In Nederland wonen steeds meer kinderen na scheiding in co-oudergezinnen. Co-ouderschap na scheiding, waarbij kinderen ongeveer evenveel tijd doorbrengen bij hun vader en moeder, kan eraan bijdragen dat zij een goede band blijven houden met beide ouders. Buitenlands onderzoek laat zien dat deze woonvorm de minste stress oplevert voor kinderen. Toch verandert er ook in die situatie veel voor een kind, vertelt Van der Valk. “Bijvoorbeeld door het wisselen tussen twee huizen, en het beurtelings te maken hebben met de ene of de andere ouder. Zeker wanneer de afstemming tussen ouders niet goed verloopt en wanneer zij veel conflicten hebben, ondervinden kinderen hiervan nadelige gevolgen.”

''Zeker wanneer de afstemming tussen ouders niet goed verloopt, ondervinden kinderen hier nadelige gevolgen van.''

De vele veranderingen na een scheiding kunnen hun tol eisen. “Na verloop van tijd krijgt ruim de helft van de ouders een nieuwe partner, en vaak krijgen kinderen dan ook te maken met stief- of halfbroertjes en -zusjes. Dit kan praktische problemen geven, maar ook vragen als: ‘Wie ben ik? Waar hoor ik bij?’ Wij weten nog onvoldoende hoe kinderen het wonen in twee huizen en gezinnen ervaren. Hoe is het voor kinderen om steeds te wisselen van ‘thuis’, en vooral: hoe kunnen we nagaan welke factoren eraan bijdragen dat kinderen zich het beste thuis voelen?”
 

Samenwerking met andere disciplines

Van der Valk hoopt met dit thema de verbinding met andere disciplines nog beter te leggen. “De samenwerking met het juridisch werkveld ligt voor de hand, omdat onze disciplines elkaar heel mooi aan kunnen vullen. Zeker in het geval van conflictscheidingen is het belangrijk om samen na te gaan welke aanpak het beste is. Daarnaast ben ik nieuwsgierig naar de samenwerking met stadsgeografie, om na te gaan hoe het voor kinderen is om in verschillende buurten op te groeien. En ik denk dat het heel mooi is dat wij samenwerken met game research, om een concreet bruikbaar product voor kinderen na scheiding te kunnen ontwikkelen.”

 

Inge van der Valk geeft onderwijs in de bachelor en master Pedagogische wetenschappen en in de research master DaSCA. Ook is zij voorzitter van de examencommissie van de bachelor Pedagogiek. Van der Valk is ook nauw betrokken bij de praktijk, onder meer via het samenwerkingsverband ondersteuning scheidingskinderen (sos), als projectlid bij diverse projecten rondom scheiding en kinderen, en als wetenschapper bij de revisie Richtlijn scheiding en problemen van jeugdigen.