Waar hoor ik thuis? Kinderen met meer dan één thuissituatie

Hoe en waar voelen kinderen zich thuis als ze opgroeien met gescheiden ouders?

Het gevoel dat je ergens thuishoort ontstaat tijdens de vroege relatie met onze primaire verzorgers, en heeft een groot effect op het welzijn en cognitief functioneren van kinderen. Tegenwoordig groeien steeds meer kinderen op met gescheiden ouders of in een samengesteld gezin. Kennis over hoe dat ‘thuisgevoel’ werkt wordt dus steeds belangrijker. Want als je je thuis voelt, voel je je beter en heb je meer kansen om je optimaal te ontwikkelen.

Kind op de bank

In Nederland krijgen zo’n  70.000 thuiswonende kinderen per jaar te maken met een scheiding. Steeds vaker groeien zij daarna op in een co-oudergezin (op dit moment 27% van de gescheiden gezinnen. Kinderen wonen dan in twee verschillende huizen, en groeien op met gezinsleden die niet (altijd) allemaal in hetzelfde huis wonen. Wat zijn de psychologische en ethische aspecten daarvan? 

Het gevoel van thuishoren kan na een scheiding onder druk komen te staan. Kinderen moeten hun tijd en energie verdelen tussen twee huizen, twee buurten en soms nieuwe gezinsleden: nieuwe partners en stiefbroertjes en -zusjes.

Dit thema wil 250 gescheiden gezinnen uit de regio Utrecht volgen met kinderen tussen de 12 en 18 jaar. Daarbij gaan we uit van het perspectief van het kind: hoe beleven zij het zelf? We onderzoeken hoe de kwaliteit van de communicatie en interactie na een scheiding het thuisgevoel van van de kinderen beïnvloedt, bij hun ouders en bij het gezin als geheel. Ook bekijken we hoe het kind zich aanpast aan de nieuwe situatie.

    Autonomie en identiteit ontwikkelen zich niet goed als een gevoel van verbondenheid ontbreekt

    Wat maakt dat een kind zich wel of niet thuisvoelt? Welke gevolgen heeft dit op korte en langere termijn? Welke factoren spelen hierbij een rol (denk aan ouders, buurt, school, vrienden, media en wetgeving zoals bezoekrecht)? En hoe kunnen we er zo goed mogelijk voor zorgen dat het goed gaat met kinderen na een scheiding, ook als de omstandigheden tegenzitten?

    Ons team combineert kennis uit diverse vakgebieden zoals geografie, taalkunde, familierecht, pedagogiek en informatica. Door onze expertise met elkaar te delen kunnen we tot nieuwe inzichten komen die niet alleen interessante wetenschappelijke kennis oplevert, maar ook richting kan geven aan beleidsontwikkelaars op centraal en lokaal overheidsniveau, scholen en justitie.

    Zo willen we bijvoorbeeld kijken naar de invloed van de wet (als het gaat om juridische erkenning, verantwoordelijkheid en het bezoekrecht van ouders) op de processen binnen het gezin en het gevoel van thuishoren van de kinderen. En welk effect heeft bezoekrecht op het dagelijks leven van kinderen, qua tijd en geografische ruimte, en daarmee op hun thuisgevoel?

    Daarnaast willen we onderzoeken of serious gaming de ontwikkeling van het thuisgevoel kan bevorderen. Zo kun je bijvoorbeeld een (deels) virtuele omgeving creëren waar kinderen zich veilig voelen en in contact blijven met hun ouders zonder dat ze in hetzelfde huis wonen. Ook zou een game kinderen en ouders kunnen helpen om lastige onderwerpen met elkaar te bespreken.

    Cijfers en feiten 

    • In Nederland eindigen per jaar ongeveer 35.000 huwelijken, naast de zo’n 60.000 informele scheidingen – hierbij is sprake van samenwonende of geregistreerde partners.
    • 15 á 20 % van de kinderen ontwikkelt problemen na de scheiding. Dit kunnen lichte problemen zijn die weer afnemen, maar de problemen kunnen in een kleine groep ook verergeren.
    • Na een scheiding wonen kinderen meestal bij hun moeder en af en toe, bijvoorbeeld om het weekend, bij vader.
    • Kinderen zijn van nature loyaal aan beide ouders en willen het liefst van allebei kunnen en mogen houden.
    • Uit pedagogisch onderzoek blijkt dat autonomie en identiteit zich niet goed ontwikkelen als er geen goed gevoel van verbondenheid is met ouders en vrienden. 

    Sluit je aan bij dit thema

    Is je interesse gewekt en wil je meer weten? Neem dan contact op met Zoë Rejaän MSc, z.rejaan@uu.nl

     

    Voor dit thema werken we samen met de volgende organisaties: