Uitdagingen in de wereld om ons heen

De Universiteit Utrecht staat midden in de samenleving. Ontwikkelingen in de wereld om ons heen zijn mede bepalend voor onze strategie.

Uitdagingen

Maatschappelijke vraagstukken

Hedendaagse maatschappelijke vraagstukken kennen veel facetten: ze beperken zich niet tot generaties of werelddelen en kunnen niet opgelost worden vanuit één perspectief. Zo leidt klimaatverandering tot urgente maatschappelijke vraagstukken waaronder energietransitie, inrichting van onze omgeving en circulariteit. De kloof in de samenleving, tussen arm en rijk, tussen hoog- en laagopgeleid, neemt toe. We leven gemiddeld langer, wat vragen ten aanzien van zorg en gezondheid met zich meebrengt. Al deze uitdagingen vragen om studenten, medewerkers en alumni die zoeken naar oplossingen en bijdragen aan het maatschappelijk debat. De rol van fundamenteel onderzoek is daarbij cruciaal.

Tegenwoordig is informatie, ook wetenschappelijke, overal en onmiddellijk beschikbaar. Niet alleen experts vormen hun mening: mede door nieuwe media is informatie voor iedereen toegankelijk en zijn discussies versneld en heftiger van aard. Wetenschappers gaan een open relatie aan met vele partijen om in gezamenlijkheid aan maatschappelijke vraagstukken te werken.

Wetenschappers gaan een open relatie aan met vele partijen om in gezamenlijkheid aan maatschappelijke vraagstukken te werken.

Tijdens de COVID-19 pandemie hebben we de interactie tussen wetenschap, beleidsmakers en de politiek bijna dagelijks kunnen aanschouwen. De openheid van de wetenschap droeg ertoe bij dat wetenschappelijke bevindingen, onzekerheden en inzichten, volledig werden meegewogen, net als politieke- en sociaaleconomische factoren. Het is juist door de verbinding aan te gaan met maatschappelijke partners, dat we kunnen laten zien hoe wetenschappers in gezamenlijkheid hun kennis ontwikkelen en inbrengen via transparante methoden.

Trends in het hoger onderwijs

Globalisering en digitalisering brengen internationale kennis en onderwijs dichtbij. Met een spreekwoordelijke druk op de knop komen colleges uit alle delen van de wereld binnen bereik van onze studenten. Digitale technologie brengt nieuwe mogelijkheden in het onderzoek. Wetenschappers kunnen hun data open delen met collega’s van andere universiteiten. Kennisontwikkeling en- overdracht zijn niet langer het domein van kennisinstellingen.

Globalisering en digitalisering brengen internationale kennis en onderwijs dichtbij.

Van universiteiten wordt steeds meer verwacht dat onderzoek ten goede komt aan de gehele samenleving, zeker van publiek gefinancierde instellingen. Daarom wordt internationaal gewerkt aan een open model van kennisdeling en samenwerking. Zowel in de Europese Unie als in Nederland wordt fors ingezet op Open Science, dat erop gericht is om onderzoeksresultaten, ongeacht de vorm van de wetenschappelijke output, in een zo vroeg mogelijk stadium vrij toegankelijk te maken en te delen met anderen. Open Science gaat over onderzoek, onderwijs en hoe wij in contact zijn met elkaar en met de samenleving.

Het universitaire onderwijs verandert van primair het overdragen van informatie naar meer het actief toepassen van kennis en het ontwikkelen van vaardigheden. Studenten, de professionals van straks, doen tijdens hun opleiding ervaringen op met persoonlijke vaardigheden als zelfreflectie en creativiteit. Zij zullen in toenemende mate hun studietraject niet meer in een keer afleggen en hun studie combineren met werk of andere activiteiten. Alumni zien kennis en de arbeidsmarkt in hoog tempo veranderen. Om inzetbaar te blijven, moeten professionals zich verantwoordelijk voelen voor hun eigen vorming en een leven lang in staat zijn om zich te blijven ontwikkelen. Dit alles vraagt om maatwerk en om andere, flexibelere, manieren van onderwijs. Door de toegenomen druk om te presteren in combinatie bijvoorbeeld met de krappe kamermarkt ervaren meer studenten mentale gezondheidsproblemen. Deze ontwikkeling vraagt om actief beleid en om meer maatwerk in de begeleiding en opvang van studenten.

Alumni zien kennis en de arbeidsmarkt in hoog tempo veranderen. […] Dit vraagt om maatwerk en om andere, flexibelere, manieren van onderwijs.

Onderwijs en onderzoek bewegen zich in toenemende mate in de richting van de private sector. Traditionele curricula zijn aan verandering onderhevig. Niet alleen door de manier waarop het onderwijs wordt aangeboden, maar ook door externe ontwikkelingen. Er komen nieuwe partijen bij, publiek en privaat, die delen van curricula voor hun rekening nemen en een mondiaal onderwijsaanbod creëren voor professionals.

Universiteiten worden afhankelijker van technologische bedrijven voor de infrastructuur van onderwijs en onderzoek. Om de academische kwaliteit van data in dit nieuwe speelveld te borgen is samenwerking op het gebied van bijvoorbeeld infrastructuur noodzakelijk: samenwerking volgens publieke waarden met universiteiten in Nederland en daarbuiten.

Internationale samenwerking is van groot belang voor de kwaliteit van universiteiten.

De internationale mobiliteit van studenten en medewerkers groeide de afgelopen decennia fors. Studenten vanuit de hele wereld volgen hun opleiding in Utrecht en internationale medewerkers maken deel uit van onze universitaire gemeenschap. Hun kennis en culturele achtergrond zijn verrijkend voor onderwijs en onderzoek en hun perspectieven zijn van meerwaarde voor het academisch debat. Mede door de internationale instroom neemt de diversiteit van onze universitaire gemeenschap toe. Er is sprake van toenemende verscheidenheid in vooropleiding, culturele-, religieuze- en sociaal-economische achtergronden. Internationale samenwerking is van groot belang voor de kwaliteit van universiteiten en wordt vanuit de Europese Unie gestimuleerd. Ondanks de publieke discussie over het ‘verengelsen’ van het hoger onderwijs, is de afgelopen jaren het aantal Engelstalige opleidingen bij de Nederlandse universiteiten flink uitgebreid. 

Meer samenwerken

De Nederlandse universiteiten presteren in internationaal opzicht zeer goed. De universiteiten leveren een grote bijdrage aan Nederland als kennisland en aan onze economie. Het leidt tot een toename in instroom van Nederlandse en internationale studenten in het universitair onderwijs.

Investeringen in het stelsel zijn noodzakelijk, maar lijken zich nu te beperken tot bèta en techniek en ten koste te gaan van financiering van andere vakgebieden. Echter, een samenleving die vooruit wil komen, heeft alle disciplines hard nodig: zowel de technologische ontwikkeling als het cultuurbehoud, zowel natuurwetenschappelijke ontdekkingen als de kennis over gedragsverandering, zowel het fundamentele onderzoek als het meer toegepaste. Een samenleving die vooruit wil komen is juist gebaat bij een multidisciplinaire aanpak van maatschappelijke uitdagingen en dat vraagt om een investering in álle vakgebieden.

Een samenleving die vooruit wil komen is gebaat bij een multidisciplinaire aanpak van maatschappelijke uitdagingen en dat vraagt om een investering in álle vakgebieden.

Financiering van onderzoek is in Nederland, en de Europese Unie, de laatste jaren verschoven van vrij, ongebonden onderzoek naar meer vraaggestuurd, gebonden onderzoek. Bij gebonden onderzoek praten bedrijven of maatschappelijke organisaties mee over de onderzoeksvraag. Daarnaast is in het onderzoek sprake van een enorme competitie: er wordt slechts een klein deel van de onderzoeksaanvragen gehonoreerd. Deze concurrentie draagt bij aan een verhoging van de werkdruk bij onderzoekers. De financiële structuur en de toenemende competitie hebben ook een nadelig effect op de werkdruk en het welzijn van studenten en promovendi.

Universiteiten en overheid hebben elkaar nodig om de druk in het hoger onderwijs en onderzoek te verminderen en om onze mondiale positie als kenniseconomie te behouden. Komende periode staan meer samenwerking en minder onnodige concurrentie hoog op de Strategische Agenda van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Om concurrentieprikkels te temperen is het nodig dat instellingen – in onderling overleg met elkaar, de VSNU en bijvoorbeeld de LERU – kiezen waarmee ze zich willen onderscheiden en op welke gebieden ze juist willen samenwerken.

De faculteiten en het Strategisch Plan

De faculteiten maakten een doorvertaling van de universitaire koers voor de komende jaren. In de facultaire delen beschrijven de faculteiten de ambities voor hun organisatie, voor onderwijs en onderzoek. Met eigen accenten, ingebed in het universitaire strategische plan.