3 juli 2019

Reacties op het klimaatakkoord

Negen energie- en duurzaamheidsexperts van de Universiteit Utrecht reageren op het klimaatakkoord dat op 28 juni 2019 werd gepresenteerd.

Het klimaatakkoord is het startsein voor een enorme versnelling in het afbouwen van CO2-emissies.

“Het klimaatakkoord is het begin van een enorme versnelling in het afbouwen van CO2-emissies, hoewel het gaat heel lang duren, tot 2050 – een hele generatie. In bijna 30 jaar tijd zijn we 15-20% minder gaan uitstoten, en tot 2030, dus nog maar tien jaar, moeten we naar 49% minder uitstoot. Daar is dit akkoord het startsein voor. Waar we precies volgend jaar uitkomen, daar kun je betrekkelijk weinig aan doen. Veel belangrijker is waar we in 2030 en 2050 uitkomen.” Dat zei hoogleraar Duurzame Energievoorziening Gert Jan Kramer op NPO Radio 1. (Het radiofragment is terug te luisteren in het tijdsslot van 7.00-8.00, vanaf minuut 35.)

Pas als iedere molecuul CO2 die in de atmosfeer komt dezelfde prijs heeft, kunnen we de samenleving werkelijk veranderen.

“Het klimaatakkoord is ouderwets, oneerlijk en niet haalbaar. Ouderwets omdat het ontzettend lijkt op het milieubeleid van de afgelopen dertig jaar,” zei Klaas van Egmond, emeritus hoogleraar Milieukunde en Duurzaamheid, bij Vroege Vogels op NPO Radio 1. Hij pleit voor een uniforme CO2-heffing. “Als die uniforme heffing zou worden ingevoerd, waarin iedere molecuul CO2 die in de atmosfeer komt dezelfde prijs heeft - of die nou uit de uitlaat van je auto komt, of het vliegtuig, of door de spullen die je koopt - dan pas heb je een eerlijke verdeling. Dan zou de samenleving langzaam maar zeker over de volle breedte een andere kant op gaan. Dan gaan we meer betalen voor energie-intensieve of milieubelastende producten – de wegwerpmaatschappij – en minder voor minder energie-intensieve dingen. Dat is een heel geleidelijke verandering en de enige oplossing.”

Zelfs als iedereen zich aan alle klimaatafspraken van Parijs houdt, is het nog niet genoeg om de opwarming van de aarde te beperken tot 2 graden.
Roderik van de Wal

“Wat inmiddels als een paal boven water staat, is dat zelfs als iedereen zich aan alle klimaatafspraken van Parijs houdt, het nog niet genoeg is om de opwarming van de aarde te beperken tot 2 graden. Voorlopig liggen we op koers voor 3,” zegt hoogleraar zeespiegelstijging Roderik van de Wal in de Volkskrant. In datzelfde stuk komt ook klimaatexpert prof. dr. Detlef van Vuuren aan het woord. “Als je als relatief rijk land dat ook nog eens laag aan de kust ligt je verantwoordelijkheid niet neemt, dan zou dat ook heel raar zijn.” Het stuk besluit met de woorden van hoogleraar Polaire Meteorologie Michiel van den Broeke: “We zijn dan wel een klein land, maar als hoogtechnologisch, laaggelegen land zijn we het aan onze stand verplicht het goede voorbeeld te geven en anderen te overtuigen dat het op deze manier moet. Maar dan moeten we wel gewoon beginnen.”

Een drastische CO2-reductie is noodzakelijk om Nederland boven water te houden.

"Een effectief klimaatakkoord zal moeten inzetten op een aanzienlijke CO₂-reductie, met als doel de opwarming van de aarde te beperken tot 2ºC, en liefst tot 1,5 ºC. Die grens hebben we in 2015 in Parijs afgesproken, omdat meer opwarming aanzienlijk grotere gevolgen voor de zeespiegelstijging kan betekenen. Dat is het principe van tipping points: onder de afgesproken opwarming zullen delen van de ijskappen van Groenland en Antarctica wel smelten, en zal de zeespiegel dus wel verder stijgen, maar blijven de effecten – gebaseerd op de huidige inzichten – voorspelbaar en hanteerbaar. Geografisch gezien ondervinden we in Nederland natuurlijk sterke gevolgen van de zeespiegelstijging. Het is dus belangrijk dat het klimaatakkoord inzet op een drastische CO₂-reductie, met als doel een zo sterk mogelijke mitigatie in combinatie met adaptatie", stelt hoogleraar Polaire Meteorologie Michiel van den Broeke.

De wereldwijde klimaatdoelen vragen niet om 100% duurzame energie, maar om zo snel mogelijk nul of negatieve CO₂-uitstoot.

"Om de klimaatdoelen te halen kunnen landen wereldwijd nog maar zeer beperkt CO₂ uitstoten tot het einde van deze eeuw. Met de huidige CO₂-uitstoot kunnen we nog ongeveer 10 tot 20 jaar doorgaan. Met andere woorden: Met alleen duurzame energie gaan we er niet komen, we moeten zo snel mogelijk naar nul of negatieve CO₂-uitstoot. Het is dus verstandig als Nederland, samen met West Europa, inzet op een brede mix van technologieën in de elektriciteitssector. Dat betekent naast zonnepanelen en windturbines ook aardgas- en biomassacentrales met CO₂-afvang en -opslag en kerncentrales", aldus energie-expert dr. Machteld van den Broek.

Het halen van klimaatdoelen voor landbouw lukt niet met nieuwe technische ingrepen, het hele systeem moet op de schop.
Jerry van Dijk

"Om de klimaatdoelen voor landbouw te kunnen halen moeten we forse stappen zetten. Dat gaan we niet redden met de kleine stapjes die tot nu toe genomen zijn. In de veeteelt is iedere reductie in de uitstoot van broeikasgassen teniet gedaan door een groei van de veestapel, waardoor netto de uitstoot alleen maar is toegenomen. We moeten uitgaan van duurzaam grondstoffengebruik in plaats van productiemaximalisatie, en daar het productiemodel omheen ontwerpen. In het huidige economische systeem, waarin we in bulk produceren tegen een zo laag mogelijke exportprijs, is dat onmogelijk. Simpelweg omdat het de kostprijs van melk zal vergroten. Willen we de klimaatdoelen halen, moet dat systeem dus eerst op de schop", stelt kringlooplandbouwexpert dr. Jerry van Dijk.

Belangrijker dan een hogere gasprijs is de financiering van woningverduurzaming. Waar blijft de woninggebonden lening?

"Een hogere gasprijs is een goed plan, maar kan in eerste instantie averechts werken voor huishoudens met een lager inkomen die de komende 20-30 jaar nog niet van het gas af kunnen. Nog belangrijker dan een hogere gasprijs zijn financieringsinstrumenten waarmee de investeringshobbel die woningverduurzaming met zich meebrengt geslecht wordt. Bijvoorbeeld een woning gebonden lening, in plaats van persoonsgebonden. Zo’n lening is ook een uitkomst voor huishoudens die niet weten hoe lang ze nog in hun huis blijven wonen. Er is echter geen silver bullet dus ook de gasprijs moet omhoog", zegt dr. Robert Harmsen, expert op het gebied van energiebeleid.

Rekeningrijden zou niet alleen voor elektrische auto’s moeten gelden om accijnzen te compenseren, maar voor alle auto’s om uitstoot terug te dringen.

"Klimaatneutraal personenvervoer, zoals voorgesteld in het Klimaatakkoord, leidt in principe tot een transportsysteem dat niet alleen minder CO2-uitstoot veroorzaakt, maar ook minder verkeersinfarcten. Ook de volksgezondheid profiteert mee: de luchtkwaliteit gaat erop vooruit en de mensen gaan meer lopen en fietsen. Cruciaal is de manier waarop de maatregelen doorgevoerd worden. Om grootschalige aanschaf van elektrische auto’s van de grond te krijgen, dienen subsidies en fiscale regelingen overtuigend te zijn. De huidige discussies over halvering van de subsidie en verhoogde bijtelling zijn dus geen goed teken. Rekeningrijden zou niet alleen voor elektrische auto’s moeten gelden als middel om misgelopen accijnzen te compenseren (een van de opties), maar voor alle typen auto’s om automobiliteit van benzine- en dieselvoertuigen terug te dringen. Hierbij kan prijsdifferentiatie een extra stimulans voor elektrisch rijden zijn. Publiek draagvlak is voor de beoogde transitie cruciaal. Dit vereist een kwaliteitsslag in OV- en fietsvoorzieningen als alternatief voor de auto, maar ook aandacht voor de bereikbaarheidseffecten voor specifieke groepen", stelt hoogleraar Urban Accessibility Dick Ettema.