15 mei 2019

Utrechtse wetenschappers duiden klimaatdebat in Tweede Kamer

Vijf duurzaamheids- en energieonderzoekers van de Universiteit Utrecht schoven aan bij de rondetafelgesprekken van de Tweede Kamer. Met een directe impact op het Nederlandse beleid zijn dit uitgelezen mogelijkheden om academische waarde te geven aan het klimaatdebat. Dr. Sanne Akerboom deelt haar kennis over draagvlak voor energietransitie; prof. dr. Gert Jan Kramer wijdt uit over zijn review van de PBL-doorrekeningen van het klimaatakkoord; prof. dr. Wilfried van Sark schetst de mogelijkheden van zonnepanelen, prof. dr. Ernst Worrell benadrukt de noodzaak van snelle actie in de verduurzaming van industrieel energiegebruik en prof. dr. Hens Runhaar pleit voor concrete afspraken en toezeggingen in de landbouwsector.

Sanne Akerboom: Betrek de burger bij de energietransitie

Dr. Sanne Akerboom onderzoekt draagvlak en participatie in de energietransitie. In het rondetafelgesprek over sectorbrede aspecten van het klimaatakkoord benadrukt ze het belang hiervan in de windenergie en de aardgasvrije gebouwde omgeving. “Elk windproject ondervindt weerstand”, vertelt ze. “De oorzaak ligt bij de processen voorafgaand. Er vindt vertraging plaats waardoor doelstellingen niet worden gehaald en moeten worden bijgesteld.”

Maar hoe krijg je mensen mee? Door ze vanaf het begin af aan al te betrekken, benadrukt Akerboom. Ze pleit voor een eerlijke energietransitie, waarin mensen zelf de mogelijkheid krijgen hun energietransitie in te richten. Er moet extra aandacht komen voor degenen die aan het eind van de maand de energierekening met moeite kunnen betalen. Niet alleen de industrie kan haar euro maar één keer uitgeven, ook de huishoudens.

Gert Jan Kramer: Elektriciteitssector loopt voorop

Prof. dr. Gert Jan Kramer zat bij het rondetafelgesprek over de PBL-doorrekeningen van het Klimaatakkoord als een van de vier reviewers van het rapport. Kramer en collega’s keken voornamelijk of de vijf grote sectoren een eerlijk beeld oplevert. Hoewel ze daar een positief antwoord op konden formuleren, zagen ze wel dat er een enorm verschil zit tussen elektriciteitssector en alle andere sectoren. Waar het pad in de eerstgenoemde sector duidelijk is, geldt dat voor de andere sectoren nog niet. Dat ligt niet aan klimaatakkoord of doorrekening, vertelt Kramer, maar aan waar we staan in de transitie.

Als het gaat over elektriciteit weten we al wat we moeten doen. Maar wat doen we met bijvoorbeeld brandstoffen? Daar is meer duidelijkheid in nodig. Kramer complimenteert het PBL k voor het benoemen en uitsplitsen van onzekerheden. Het is belangrijk dat de communicatie zo helder mogelijk is, zegt hij. De reviewers waren af en toe in verwarring omdat veel cijfers relatief waren ten opzichte van eerdere plannen. Absolute getallen geven een helderder beeld.

Wilfried van Sark: Integratie wordt automatisme

Prof. dr. Wilfried van Sark zette zijn expertise in tijdens het rondetafelgesprek over de Klimaattafel Gebouwde omgeving. Zonnepanelen zijn een vaak onderbelicht aspect in de verduurzaming van de gebouwde omgeving, stelt hij. Van Sark wil naar een gebouwde omgeving waarin je niet eens meer ziet dat een muur of een dak een zonnepaneel is. Integratie van zonne-energie wordt zo een automatisme. Maar niet alleen een zonnepaneel op het dak volstaat; je hebt de hele gebouwschil nodig om elektriciteit op te wekken, want je zult er ook je elektrische auto mee moeten opladen en het huis verwarmen.

Dit kan niet in en op elk huis, maar er zijn genoeg grote kantoorgebouwen met veel glas, en dus legio mogelijkheden. Echter die geïntegreerde zonnecellen wekken wel minder energie op. Op creatieve wijze brengt Van Sark het woord ‘schaampaneel’ in. Dat staat voor de drie zonnepanelen die op nieuwbouw worden geschroefd, zodat de projectontwikkelaars daarmee aan een bepaalde energieprestatienorm voldoen. Van Sark betreurt dit sterk. Van Sark hoopt samen te kunnen werken met Nederlandse partijen die erg innovatief bezig zijn met integratie van zonnepanelen, en zo een grote slag te kunnen maken in de Nederlandse economie.

Ernst Worrell: Snelle actie is nodig

Prof. dr. Ernst Worrell schoof aan bij het rondetafelgesprek over de Klimaattafel Industrie. Met zijn 35 jaar aan ervaring met binnen- en buitenlandse bedrijven kan hij bijdragen aan de verduurzaming van de industrie. “Snelle actie op het gebied van industrieel energiegebruik is nodig”, stelt hij. “We hebben wereldwijd een CO2-budget van 2900 gigaton en daarvan hebben we er al bijna 2000 verbruikt. Die overige 900 is echt het maximale wat we kunnen uitstoten, dus elke ton die we nu besparen is een ton die meetelt.”

Nederland heeft een uniek industrie-milieu: we hebben relatief veel zware industrie maar dat is te danken aan goedkoop aardgas. Het aardgas wordt duurder dus dat gaat veranderen. De industrie van de toekomst zal er anders uitzien. Willen we die industrie houden, dan zullen we goedkope, duurzame elektriciteit moeten gaan bieden. Maar het is de vraag of we dat kunnen. Tot op heden werpt de wet milieubeheer nog geen vruchten af omdat handhaving niet lijkt te werken. Dat baart Worrell zorgen. Hij pleit voor het benutten van alle mogelijkheden: energiebesparing, koolstofafvang en -opslag, hybride systemen en meer. Daarvoor is wel een systeemanalyse nodig die tot op heden nog niet is uitgevoerd. De overheid zal die analyse moeten ondersteunen.

Hens Runhaar: Concrete afspraken en toezeggingen

Prof. dr. Hens Runhaar was te gast bij het rondetafelgesprek van de Klimaattafel Landbouw. Met een bestuurskundige blik keek hij naar het ontwerp van het klimaatakkoord, en er vielen hem twee dingen op. Ten eerste is er in de landbouw naast afname van broeikasemissies ook aandacht voor andere beleidsdoelen, zoals biodiversiteit, circulariteit en landschapskwaliteit. Maar Runhaar mist de koppeling tussen klimaatdoelstellingen en andere beleidsdoelen, met trade-offs als risico. Een oplossing zou kunnen zijn om het klimaatakkoord uit te werken in gebiedsspecifieke plannen waarin maatregelen expliciet worden beoordeeld en geprioriteerd op hun bijdrage aan meerdere beleidsdoelen.

Ten tweede zijn niet alle maatregelen even inpasbaar in de gangbare landbouw. Met als risico dat de klimaatdoelstellingen niet worden bereikt. Maar subsidies en nieuwe verdienmodellen kunnen boeren over de streep trekken. “Uit mijn eigen onderzoek blijkt dat boeren wel wíllen verduurzamen, maar beperkte handelingsruimte hebben”, vertelt hij. “Concrete afspraken rondom emissiereducties zijn hard nodig. Daarnaast hebben boeren concrete toezeggingen nodig voor financiële en andere steun van verwerkers, handelaars, waterschappen, provincies, retailers en andere actoren. En tot slot moet de sector toekomstperspectief worden geboden.

Universitair hoofddocent