'Zee-atlas ofte waterwereld' van Goos

Een zeeatlas voor de welgestelde burger

Schitterend ingekleurde kaarten sieren dit Utrechtse exemplaar van Pieter Goos’ Zee-atlas ofte waterwereld uit circa 1677. Meest in het oog springend in de zeeatlas zijn drie later toegevoegde grote paskaarten van Europa, de Atlantische Oceaan en de Indische Oceaan. De inkleuring van deze kaarten – zelfs met bladgoud gehoogde decoraties – is zó spectaculair. Het kan niet anders dan dat een zogeheten ‘meester-afsetter’ dit heeft gemaakt. Mogelijk was het de beroemde Dirk Jansz. van Santen (1637-1708). Ook de andere, ‘standaard’ atlaskaarten zijn smaakvol ingekleurd. Maar waarom is een op het eerste oog functioneel bedoelde atlas zo mooi geïllumineerd?

Ga naar de digitale versie
Wereldkaart in de zeeatlas van Goos, ca. 1677, topstuk uit de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Utrecht

De Zee-atlas van Goos kwam tot stand tijdens een bloeiperiode van de Noord-Nederlandse maritieme cartografie. De productie en handel in zeekaarten, zeemansgidsen en zeeatlassen ontwikkelde zich vanaf het midden van de zestiende eeuw als een onafhankelijke tak binnen de commerciële cartografie. In de zeventiende eeuw en vooral de periode 1620-1700 floreerde de handel in zeemansgidsen en zeeatlassen. Gepaard aan deze bloei manifesteerde zich vanaf ongeveer 1630 een toenemende concurrentie op het gebied van de maritieme cartografie. Vooral wat betreft de publicatie van zeemansgidsen – gedrukte navigatieaanwijzingen als aanvulling op de zeekaarten – was sprake van een hevige rivaliteit tussen met name de uitgevershuizen Blaeu, Janssonius en Colom. Vanaf 1660 domineerden de ondernemingen van Goos, de gebroeders Lootsman en Doncker dit terrein.

Zeekaarten in folioformaat

Met de komst van Johannes Janssonius' Water-weereld, in 1650, werd een nieuwe markt voor zeeatlassen aangeboord. De Amsterdamse uitgever was namelijk bezig met de samenstelling van een volledige kosmografie. De beschrijving van de aarde houdt niet op bij de kust, zo schreef hij in de inleiding van het vijfde deel van zijn Novus atlas. Bij een beschrijving van de wereld horen natuurlijk ook kaarten van de zeeën en kusten. Aldus ontstond de eerste echte zeeatlas, die Janssonius combineerde met een historische atlas. Sinds 1584 waren ontelbare zeemansgidsen met kaarten vervaardigd, maar een verzameling zeekaarten gebonden in folioformaat bestond nog niet.

Een gat in de markt

De publicatie van de Water-weereld had een domino-effect op andere uitgevers, die zich voorheen alleen bezighielden met pure navigatiewerken als zeemansgidsen. Het was een gat in de markt, waar Amsterdamse uitgevers als Arnold Colom, Jacobus Robijn en Pieter Goos zonder al te veel moeite insprongen. Ze hadden immers al de beschikking over zeekaarten, die eerder figureerden in hun zeemansgidsen. Uiteraard vond elke uitgever dat zijn publicatie het beste van dat moment was. Zo probeerde de ene uitgever de andere de loef af te steken door te stellen dat zijn zeemansgids of zeeatlas ‘nieuw’ en ‘uitgebreid’ was ten opzichte van zijn concurrerende voorgangers. Het is echter twijfelachtig of er sprake was van daadwerkelijke vernieuwing of uitbreiding. Johannes van Keulen (1654-1715), een nieuwkomer op het gebied van de maritieme cartografie, zou hier pas aan het einde van de zeventiende eeuw met zijn Zee-atlas of water-werelt verandering in brengen.

Kaart van de Noordzee in de zeeatlas van Goos, ca. 1677, topstuk uit de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Utrecht

Niet origineel

De kaarten in deze Zee-atlas ofte waterwereld van de boekhandelaar en graveur Pieter Goos (1615-1675) zijn niet bijster origineel. Vrijwel zonder uitzondering gaat het om kopieën van de kaarten uit de Zee-atlas ofte water-waereld die bij de eveneens Amsterdamse uitgever Hendrick Doncker vanaf 1659 verscheen. Donckers kaarten golden in de tweede helft van de zeventiende eeuw als de nauwkeurigste en actueelste maritiem-cartografische documenten en concurrenten lieten daarom niet na om die kaarten te kopiëren. En ook Goos liet zich dus niet onbetuigd. Op zijn beurt werd Goos trouwens eveneens gekopieerd; de Londense kaartverkoper John Seller bracht in 1670 een nagegraveerde versie van de Zee-atlas uit, een jaar nadat hij een atlas met originele kaarten van Goos had gepubliceerd.

Detail paskaart van Europa vam Blaeu in de zeeatlas van Goos, ca. 1677, topstuk uit de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Utrecht

Complexe datering

Boekband zeeatlas Goos, ca. 1677, topstuk uit de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Utrecht

In 1666 verscheen de eerste editie van Goos' Zee-atlas met veertig en soms 41 kaarten. Dit aantal zou in latere edities, tot aan Goos’ dood in 1675, niet veranderen. Daarna bracht de weduwe Goos tot haar overlijden in 1677 nog enkele edities uit, evenals de zoon én opvolger Hendrik Goos tussen 1677 en 1680. In sommige gevallen zijn aan deze latere uitgaven enkele kaarten toegevoegd. Dat is ook zo bij dit ongedateerde Utrechtse exemplaar. Hierin figureren zoals eerder gesteld drie prachtige overzichtskaarten extra. De jongste van de toegevoegde kaarten, de paskaart van Europa, draagt het jaartal 1677. Een paskaart is een zeekaart met kompaslijnen, bedoeld voor navigatie op zee. We mogen ervan uitgaan dat de eigenaar of de uitgever de atlas na dat jaar heeft samengesteld, aanvankelijk in ongebonden vorm. Uiteindelijk zijn alle kaarten – inclusief een inleidende tekst over de historie van de zeevaart en een beschrijving van de aarde – in een atlasband gebonden, die gezien de kroonstempels in de hoeken van de boekband rond het jaar 1700 is vervaardigd door de zogeheten ‘Double Drawer Handle Bindery’ (‘Dubbel wiegevoet stempel binderij’). Deze Amsterdamse binderij was vermoedelijk actief in de eerste helft van de achttiende eeuw.

Logische ordening

Detail kaart Noordwest-Amerika in zeeatlas Goos, ca. 1677, topstuk uit de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Utrecht

De index aan het einde van de Nederlandstalige inleiding – er bestaan overigens ook edities met een Franse, Engelse en Spaanse tekst – vermeldt in totaal veertig ‘standaard’ atlaskaarten. Ten opzichte van deze index kent de zeeatlas echter nóg een gangbare foliokaart, te weten de paskaart van de goudkust van Rio Volta tot Cabo Lagoa in Afrika. De drie grote overzichtskaarten worden niet in de lijst genoemd.

Alle kaarten in de zeeatlas – ook de drie toegevoegde overzichtskaarten – kennen een logische ordening. Zo komen na de wereldkaart en de kaart van Europa als eerste de kusten van de Noordelijke Nederlanden tot aan de Baltische Zee aan bod en vervolgens de kusten van de Britse Eilanden tot aan de Middellandse Zee. Niet verwonderlijk, gezien de grote Nederlandse handelsbelangen in deze regio’s. Na deze Europese kusten gaat de ‘reis’ in één lijn verder langs de kusten van Afrika, Azië (inclusief delen van Oceanië), de noordgrens van Europees Rusland en Scandinavië, de oostkust van Amerika, rond Kaap Hoorn en tot slot langs de westkust van Amerika. Op die manier ontsloot de atlas alle toenmalig bekende kusten van de wereld.

Zeer kostbaar

Detail gegraveerde titelpagina zeeatlas Goos, ca. 1677, topstuk uit de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Utrecht

Een gedeelte van de oplage uit het atelier van de weduwe van Pieter Goos werd verkocht in de winkel van de beroemde Amsterdamse boekbinder en uitgever Albert Magnus (1642-1689). Ook dit Utrechtse exemplaar stamt van Magnus, getuige het opgeplakte strookje papier met zijn impressum op de titelpagina: 't’Amsterdam, gedruckt by Albert Magnus, Ordinaris Drucker van 't Ed. Mog. Coll. ter Admiraliteyt'. Onder dit strookje papier bevindt zich het oorspronkelijke impressum van de weduwe van Pieter Goos. Van deze uitgeversvariant zijn wereldwijd geen andere voorbeelden bekend. De door Magnus op de markt gebrachte atlaswerken zijn uitzonderlijk fraai geïllumineerd en moeten alleen al daardoor ook destijds zeer kostbaar zijn geweest.

Coffee table book?

Detail gegraveerde titelpagina zeeatlas Goos, ca. 1677, topstuk uit de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Utrecht

Uit de rijke inkleuring zou men kunnen afleiden dat in ieder geval de door Magnus verkochte oplage van Goos' Zee-atlas meer bestemd was voor de salontafel van de liefhebber van kostbaar uitgevoerde boeken dan voor dagelijks gebruik in de kantoren van de reders. Dit marktgerichte anticiperen op verschillende doelgroepen blijkt ook uit de titel op het frontispice. Hiervan komen twee varianten voor; de ene variant luidt 'seer dienstig voor alle schippers en stuurlieden, als oock voor alle heeren en kooplieden'; de andere variant – zoals het geval is bij dit luxueus uitgevoerde Utrechtse exemplaar – vangt aan met de zinsnede 'voor alle heeren en kooplieden' en pas daarna volgen 'alle schippers en stuurlieden'. Het moge duidelijk zijn; dit exemplaar van Goos’ Zee-atlas was bedoeld voor in de huiskamer van de welgestelde burger.

Kaart Atlantische Oceaan Robijn in de zeeatlas van Goos, ca. 1677, topstuk uit de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Utrecht

Zeldzame overzichtskaarten

Het grote belang van deze prachtige zeeatlas schuilt niet alleen in de fraaie inkleuring. De drie extra overzichtskaarten vormen een minstens zo waardevolle aanvulling. Het gaat namelijk om erg zeldzame groot formaatkaarten, die destijds voornamelijk afzonderlijk werden verkocht en veelal als wandversiering dienden. Specifiek gaat het om de al eerdergenoemde paskaart van Europa, een kopie van Willem Jansz. Blaeus kaart uit 1621, met het impressum van Willem Jansz., Pieter en Joan Blaeu en gedateerd 1677. Verder betreft het de paskaart van de Atlantische Oceaan uit circa 1630, maar dan in een latere staat door Jacobus Robijn uit 1674. De derde kaart, tot slot, is de paskaart van de Indische Oceaan van Hendrick Doncker uit circa 1664. Stuk voor stuk gaat het om zeer kostbare cartografische documenten, zeker met deze luxueuze inkleuring. Afgezien van wat kwetsbare plekjes in de hoeken van de vouwen, zijn de kaarten daarnaast in een zeer goede staat overgeleverd. Dit is te danken aan het feit dat deze in een atlas zijn gebonden en daardoor gevrijwaard zijn gebleven van bijvoorbeeld licht- en rookschade.

Kaart Indische Oceaan Doncker in de zeeatlas van Goos, ca. 1677, topstuk uit de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Utrecht

Waar komt de atlas vandaan?

Dit prachtexemplaar van de Zee-atlas van Goos is afkomstig uit de collectie van Jacob Maurits Carel baron van Utenhove van Heemstede (1773-1836). Van Utenhove studeerde klassieke letteren in Utrecht. Omdat hij wilde bewijzen dat het mogelijk was eclipsen te berekenen, legde hij zich ook toe op de wis- en sterrenkunde. In de periode 1797-1805 deed hij veel waarnemingen aan de Utrechtse Sterrenwacht. Hij speelde onder meer een belangrijke rol bij het bepalen van de geografische lengte van de stad Utrecht.

Ruim de helft van de 2.000 banden tellende bibliotheek van Van Utenhove bestaat uit publicaties over wis-, natuur- en sterrenkunde. Verder zijn de klassieke auteurs, moderne literatuur, filosofie en theologie goed vertegenwoordigd. In 1827 liet hij een catalogus drukken van zijn collectie. Aanwinsten noteerde hij in een doorschoten exemplaar dat nu in de Universiteitsbibliotheek wordt bewaard (MAG: C oct 452 Rariora). In 1837 schonk zijn weduwe de bibliotheek aan de Utrechtse Universiteit, op voorwaarde dat de boekerij in zijn geheel, als afzonderlijk deel van de universitaire collectie, bewaard zou blijven.

Auteur

Detail kaart Indische Oceaan Doncker in zeeatlas Goos, ca. 1677, topstuk uit de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Utrecht