26 juni 2018

Inge Zweers over de problematiek van passend onderwijs

"Speciaal onderwijs is ook passend onderwijs"

Passend onderwijs: extra begeleiding voor leerlingen met een zorgbehoefte, gewoon in hun eigen klas. Dat klinkt mooi, maar in de praktijk blijkt het niet te werken. De Tweede Kamer bespreekt woensdag 27 juni de knelpunten van het systeem met ouders en leerkrachten. Dr. Inge Zweers promoveerde onlangs in Utrecht. Ze volgde kinderen met gedragsproblemen in het regulier en speciaal onderwijs. "Het is een mooi streven om zoveel mogelijk leerlingen in het regulier onderwijs te handhaven, maar het werkt niet voor iedereen. Speciaal onderwijs mag ook als serieuze optie gezien worden."

Kinderen op een muurtje

Inge Zweers volgde 1,5 jaar lang een groep kinderen met gedragsproblemen als ADHD, autisme, angststoornissen of problematiek zonder diagnose. Al deze leerlingen kwamen in aanmerking voor extra ondersteuning. Een deel van hen kreeg passend onderwijs op hun eigen school, een kleiner deel ging naar het speciaal onderwijs. Zweers: "In het begin zaten ze allemaal op een reguliere school zonder extra ondersteuning, en functioneerden ze hetzelfde op het gebied van gedrag, relaties met leerkrachten en klasgenoten en leerprestaties. Na 1,5 jaar heb ik gekeken: welke groep doet het beter? Dat bleek gemiddeld genomen de speciaal onderwijsgroep te zijn."

Voor ieder kind een passende plek

In het regulier onderwijs worden leerkrachten voor een onmogelijke keuze gesteld, stelt Zweers. "Standaard moet een leerkracht al differentiëren tussen kinderen met verschillende leerniveaus. Als je daarnaast nog een leerling met autisme, twee met ADHD en twee met dyslexie in je klas hebt, dan wordt het praktisch onhaalbaar. Van de leerkracht wordt verwacht dat hij of zij van alle problematieken kennis heeft, weet hoe je hierop moet inspringen en dat dit ook nog lukt in een klas met 30 leerlingen. Daar komt bij dat er altijd kinderen zijn die het sowieso niet redden, voor wie een groep van 15 de max is, of die alleen kunnen leren in een groepje van 3 of 4."

Als je écht voor elk kind een plek wilt creëren, moet je daarin investeren.

De definitie van passend onderwijs zoals die nu gehanteerd wordt, is volgens Zweers dan ook niet compleet: "Ik denk dat passend onderwijs een hele mooie ideologie is: voor elk kind een passende plek. Maar dit lijkt in de praktijk soms geïnterpreteerd te worden als: alle kinderen met speciale onderwijsbehoeften handhaven in het regulier onderwijs. Als je écht voor elk kind een plek wilt creëren, dan betekent dat dat er ook fysieke ruimte voor moet zijn, er een leerkracht op moet staan die kan begeleiden. Dan moet je meer investeren dan op dit moment gedaan wordt."

Speciaal onderwijs als serieuze optie

Op dit moment heb je als ouder te dealen met hoe het systeem nu in elkaar zit. Zweers: "Wat kun je dan zeggen, wat kun je dan doen? Ik snap dat het een mooi streven is, zoveel mogelijk leerlingen in het regulier handhaven. Het is goed dat leerlingen kennismaken met een diverse samenleving, er zijn verschillen tussen leerlingen en die mogen er ook zijn. Maar het werkt niet voor iedereen. Speciaal onderwijs mag ook als een serieuze optie gezien worden. Ik denk niet dat het doel moet zijn om het speciaal onderwijs maar helemaal af te bouwen."

Leerkracht en een leerling samen aan een plakwerkje.

Want, betoogt Zweers: "Speciaal onderwijs is in mijn definitie ook passend onderwijs. Daar zitten leerkrachten die affiniteit hebben met de doelgroep, en daarvoor geschoold zijn. De klassen zijn kleiner, dus er is meer ruimte voor individuele aandacht. Er zijn faciliteiten als een time out-ruimte voor als het even moeilijk gaat, de dagstructuur is anders. Er zijn wezenlijke verschillen in de context waarbinnen een leerling begeleiding krijgt, en ik denk dat dat voor sommige leerlingen heel goed werkt."

Meer maat- en meetwerk

In haar onderzoek heeft Zweers een relatief kleine groep gevolgd, met uiteenlopende problematiek. "Ik heb nu alleen naar gemiddelden gekeken, maar je ziet dat de variatie tussen leerlingen heel groot is. Een mooie aanvulling zou zijn om naar individuele leerlingen te kijken. Wat sluit het beste aan bij kinderen met bepaalde kenmerken? Als je een kind hebt met ADHD en een kind met een angststoornis, is het logisch dat er verschil in zit wat ze nodig hebben."

We weten sowieso nog niet precies wat nu écht het beste is voor leerlingen, vult Zweers aan. "We hebben onderwijsbeleid vanuit ideologie, en niet gebaseerd op wat we weten dat werkt. In de jeugdhulpverlening volgen ze de effectiviteit van behandelingen. Waarom doen we dat niet in het onderwijs, met name bij leerlingen die wat extra’s nodig hebben? Het leerlingvolgsysteem bestaat al, waarom gebruiken we dat niet om beter in kaart te brengen wat de effectiviteit is van wat we doen in het speciaal onderwijs, en wat we doen aan extra ondersteuning in het regulier?"

Dr. Inge Zweers is op dit moment als docent verbonden aan de afdeling Psychologie, Gezondheid en Technologie van de Universiteit Twente.

 

Onderzoeksthema Jeugd

Wil je maatschappelijke problemen aanpakken, dan kun je het beste beginnen bij kinderen. Het Utrechtse onderzoeksthema Dynamics of Youth investeert in een veerkrachtige jeugd. Wetenschappers uit alle vakgebieden werken samen om kinderontwikkeling beter te leren begrijpen. Hoe helpen we kinderen en jongeren groeien en bloeien in onze snel veranderende samenleving?