10 april 2019

Oratie van hoogleraar Ontwikkelingspsychologie Sander Thomaes

Hoe komt een kind tot een zelfbeeld?

Hoe komen we tot ons zelfbeeld, onze identiteit? Dat is de vraag die hoogleraar Ontwikkelingspsychologie Sander Thomaes bezighoudt. Woensdag 17 april behandelt hij deze en andere vragen in zijn oratie ‘Wie is ik?’ “Ik wil met ons onderzoek de oorsprong van ons zelfbeeld achterhalen. En ik wil weten hoe dit zelfbeeld van invloed kan zijn op de ontwikkeling van onze emoties, onze cognities en ons gedrag.”

In zijn oratie stelt Thomaes dat er al best wat bekend is over het ontstaan van ons zelfbeeld. “We weten bijvoorbeeld dat tweejarige kinderen zichzelf leren herkennen. Ze herkennen degene in de spiegel: dat zijn ze zelf. En ze leren op die leeftijd om de woorden ‘ik’, ‘mij’ en ‘mijn’ te gebruiken. Die zelfherkenning is een mijlpaal in de ontwikkeling van het zelfbeeld.”

Bluf en bescheidenheid

Maar er is volgens de Utrechtse hoogleraar ook nog enorm veel te leren over het zelfbeeld. “Denk bijvoorbeeld aan het zelfbeeld dat kinderen aan anderen laten zien. Noem het zelfbeeld 2.0. Daar weten we nog niet zoveel over.” Om een gunstig beeld van zichzelf te presenteren aan anderen, scheppen kinderen graag op. Ze zeggen bijvoorbeeld dat hun moeder alles weet en dat ze thuis elke dag pannenkoeken eten. “Maar als ze een jaar of 8 zijn, beseffen de meesten dat opscheppen haar doel voorbijschiet, en verruilen de bluf voor bescheidenheid. Bescheidenheid als een sociaal geaccepteerde manier om een positieve indruk te maken. Hoe dit alles verloopt gaan we de komende jaren onderzoeken.”

Uit ons onderzoek blijkt dat het overgrote deel van de kinderen tevreden is met zichzelf.

Niet de norm

Thomaes stipt in zijn oratie ook een hardnekkig misverstand aan over het zelfbeeld van kinderen. “Het gaat met name over de vraag hoe tevreden kinderen doorgaans zijn met zichzelf. Er wordt vaak gedacht dat lage zelfwaardering een wijdverbreid probleem is onder de jeugd. Dat is onjuist. Uit ons onderzoek blijkt dat het overgrote deel van de kinderen tevreden is met zichzelf. Natuurlijk zijn er kinderen die meer neutraal of uitgesproken negatief over zichzelf denken, maar dat is allerminst de norm.”

Narcisme

Elke ouder wenst zijn of haar kind natuurlijk een gezond positief zelfbeeld toe. Kan een ouder zo’n zelfbeeld bij het kind stimuleren? “Velen denken dan aan complimentjes geven. Dat blijkt niet voor elk kind gunstig uit te pakken: kinderen met lage zelfwaardering ervoeren opgeblazen complimenten juist als druk.” Daarnaast doet de hoogleraar onderzoek naar kinderen die ten opzichte van anderen superieure gevoelens hebben. “Een narcistisch zelfbeeld kan al vrij vroeg in de ontwikkeling ontstaan. Wij willen weten wat narcisme voor een invloed heeft op de algehele ontwikkeling.”

Sander Thomaes spreekt zijn oratie op woensdag 17 april om 16:15 uit in het Utrechtse Academiegebouw.