10 januari 2018

Hoe markteconomieën opkomen en neergaan

De onzichtbare hand

Prof. dr. Bas van Bavel. Foto: Ed van Rijswijk

Het is een sprookje dat onze markteconomie een onmisbare voorwaarde voor welvaart en rechtsstaat is. Dat weet de internationaal gezaghebbende Nederlandse economisch historicus prof. dr. Bas van Bavel onweerlegbaar aan te tonen in zijn boek De Onzichtbare Hand

In de klassiek economische visie voert de ontwikkeling van de vrije markt als vanzelf naar gelijkheid en vrijheid in politieke zin. Maar het verband is juist omgekeerd, laat Van Bavel zien. De vrije markt, die aanvankelijk breed werd omarmd, blijkt na enige tijd de welvaartsgroei juist te remmen: nieuwe economische elites veroveren met hun rijkdom politieke en juridische macht en sluiten nieuwkomers buiten.

Vrijheid is geen gevolg van markten, maar juist een voorwaarde voor de opkomst van markten. Zodra de markten dominant worden, raakt de vrijheid opgebruikt en wordt ze uitgehold door economische onvrijheid. Markten parasiteren dus op de vrijheid, in plaats van die aan te wakkeren.
Prof. dr. Bas van Bavel. Foto: Ed van Rijswijk
Trouw, 6 januari 2018

De ongelijkheid neemt toe, investeringen nemen af. Zo ging het tijdens de bloeitijd van de Arabische cultuur in Irak, in de Italiaanse steden ten tijde van de Renaissance, en ook in de Gouden Eeuw van Antwerpen en Amsterdam. En in onze tijd zal het niet anders zijn. Door ons vast te ketenen aan het Angelsaksische marktmodel hebben we onze eigen mogelijkheden om een neergaande cyclus te stuiten ernstig beknot, aldus Van Bavel.

Bas van Bavel

Bas van Bavel (1964), opgeleid als historicus, is faculteitshoogleraar transities van economie en samenleving aan de Universiteit Utrecht. Hij schreef het boek Manors and Markets, over de sociaal-economische geschiedenis van de Nederlanden in de Middeleeuwen, en talrijke artikelen over marktontwikkeling, ongelijkheid en welvaartsgroei, meestal vanuit een langetermijnperspectief. In 2016 verscheen bij Oxford University Press The Invisible Hand. De Nederlandse vertaling gericht op een breder publiek verscheen in januari 2018.

Daarnaast geeft hij leiding aan Instituties voor Open Samenlevingen, een van de multidisciplinaire speerpunten van de Universiteit Utrecht.