14 december 2017

Reactie op waarschuwing oogartsen voor toename bijziende kinderen

Buiten spelen niet alleen goed voor je ogen, maar ook voor ruimtelijke cognitie

Het is volop in het nieuws: oogartsen waarschuwen voor een epidemie van bijziendheid, met als mogelijk gevolg blindheid. De reden? Kinderen spelen te weinig buiten en staren te veel op beeldschermen. Dat heeft niet alleen effect op je ogen, maar ook op je ruimtelijke vaardigheden, signaleert de Utrechtse neuropsycholoog Albert Postma in een reactie op het nieuws.

Jongen met tablet

Hoe je de ruimte om je heen ervaart is voor een groot deel visueel bepaald, legt Postma uit: “Ook al kun je met je andere zintuigen ook de ruimte verkennen, het visuele systeem is daarin echt gespecialiseerd.” De aantasting van dat systeem, bijvoorbeeld door bijziendheid, heeft effect op je vermogen om de weg te vinden in de wereld.

“Met activiteiten als lezen en beeldschermgebruik gaan we te veel op in onze peripersoonlijke ruimte: de ruimte direct om je lichaam heen,” zegt Postma. Als je dat te lang doet heeft dat impact op je visuele systeem, zoals oogartsen nu terugzien in de kliniek. Het is belangrijk dat je ook goed kunt waarnemen wat er verder weg van je lichaam gebeurt. “Dat zijn juist de omgevingskenmerken die je nodig hebt om goed te kunnen navigeren.”

Als bijziendheid straks een probleem is, hoe kunnen we kinderen dan helpen toch hun weg te vinden in de wereld?
Prof. dr. Albert Postma.
Hoogleraar Klinische Neuropsychologie
VR Bril

Virtual reality versus de echte wereld

Wat is, naast het visuele aspect, het effect op cognitief niveau? “Dat hangt er vanaf wat je doet in je peripersoonlijke ruimte. Als je alleen op sociale media zit, krijg je een beperkte input. Als je zit te gamen is die input groter: je moet je weg vinden in een virtuele omgeving, wat je ruimtelijke vermogens kan trainen. Maar het is nog steeds niet de echte wereld.”

Dus? “Naar buiten gaan is zeker goed voor de ontwikkeling. Daar sta ik compleet achter. En niet alleen voor je visuele systeem, maar ook voor je ruimtelijke vaardigheid. Je moet leren hoe je je verplaatst in de ruimte, en visuele informatie leren koppelen aan bijvoorbeeld geluiden en tastprikkels: hoe ver is de muur van mij af?”

Jongen met loep

Hoe de techniek juist kan helpen

Postma werkt met een groep collega's aan een onderzoeksvoorstel over navigatie bij zintuiglijke deprivatie. “Die deprivatie kan slaan op de omgeving of op het individu. Het is bijvoorbeeld moeilijker om je weg te vinden als het ’s nachts donker is, maar natuurlijk ook als je blind of slechtziend bent.” De onderzoekers buigen zich over de vraag hoe technologische innovatie mensen hierbij kan helpen.

Postma: “In westerse landen vallen oogproblemen minder op door de medische zorg. Toch blijkt uit cijfers dat het probleem juist groeit. Dat komt deels door veroudering en ziektes als diabetes. Dat het ook bij kinderen en jongeren zo speelt was nieuw voor mij.” Het nieuws maakt zijn onderzoek des te urgenter: “Als die bijziendheid straks echt een probleem is, hoe kunnen we kinderen dan zo goed mogelijk helpen toch hun weg te vinden in de wereld?”

Dynamics of Youth

Albert Postma is als onderzoeker verbonden aan Dynamics of Youth, een van de vier strategische thema’s van de Universiteit Utrecht. Dynamics of Youth verbindt excellent kinder- en jeugdonderzoek uit alle zeven faculteiten, en zoekt het antwoord op een cruciale vraag voor volgende generaties: hoe kunnen we onze kinderen helpen bij hun ontwikkeling tot gebalanceerde individuen, die zich succesvol kunnen handhaven in een snel veranderende omgeving?