tot

Promotie Nadja Hilgers: Das forschende Gedicht

Friedrich Wilhelm Nietzsche (1844-1900). Bron: Wikimedia
Friedrich Wilhelm Nietzsche (1844-1900). Bron: Wikimedia

Veel studies over de poëzie van Ernst Meister (1911-1979) benadrukken het belang van de filosofie van Friedrich Nietzsche voor Meister. In haar proefschrift "Das forschende Gedicht. Über Ernst Meisters lyrischen Umgang mit Nietzsches Philosophie" ("Het onderzoekende gedicht. Over Ernst Meisters lyrische omgang met Nietzsches filosofie") onderzoekt Nadja Hilgers sporen van Nietzsche in het werk van Meister. Op 2 oktober verdedigt ze haar proefschrift in het Academiegebouw.

Meister en Nietzsche

Meister was een denkende dichter: hij verwerkte filosofie in zijn poëzie. Ook begon hij aan een proefschrift waarin hij Nietzsche's filosofie over waarheid, taal en kunst onderzocht. Meister maakte zijn proefschrift niet af, maar zijn œuvre bevat maar liefst 347 verwijzingen naar Nietzsche's werk. De verwijzingen naar Nietzsche zijn veelal verborgen, omdat Meister bijna altijd de verwoording verandert en citaten niet markeert. Dit benadrukt de autonomie van Meister's werk.

Meister en Benn

Hilgers proefschrift bestudeert ook de ontstaans- en publicatiegeschiedenis van Meister's gedichten en bundels. Het karakter van Meisters intertekstualiteit wordt onderstreept door een vergelijking met Gottfried Benn, wiens gedichten thematisch vergelijkbare verwijzingen bevatten. Deze studie brengt de verwijzingen naar Nietzsche in kaart en behandelt elk relevant gedicht afzonderlijk. Een uitgebreide bijlage maakt een aantal nalatenschapsdocumenten voor het eerst toegankelijk voor een breed publiek.

Begindatum en -tijd
Einddatum en -tijd
Locatie
Academiegebouw, Domplein 29, Utrecht & online (link)
Promovendus
N. H. Hilgers
Proefschrift
Das forschende Gedicht. Über Ernst Meisters lyrischen Umgang mit Nietzsches Philosophie
Promotor(es)
Prof. A.B.M. Naaijkens, prof. E.W. Van der Knaap