20 december 2018

Waarom Sinterklaas niet dik is en de Kerstman wel

Santa is tired

Hoe komt het dat de Kerstman jolig en gezet is en Sinterklaas statig en slank? Hierover sprak wetenschapshistoricus Hieke Huistra tijdens het Descartes Centre Christmas Colloquium. En wist je dat niet alleen de Kerstman en Sinterklaas cadeaus brengen maar dat dit in sommige landen het kindeke Jezus is en Frau Holle? Hieronder een uiteenzetting over decembervieringen en de personages die hierin een rol spelen. 

Bonte stoet van cadeaubrengers

December draait om cadeaus. Mensen geven elkaar al eeuwenlang cadeaus in de laatste maand van het jaar – lang voordat we de Kerstman leerden kennen, maar ook al voordat Sinterklaas bestond, voordat Nicolaas van Myra leefde en voordat we de geboorte van Jezus vierden.

De cadeaus zijn een constante in onze decembervieringen, maar wat steeds verandert, is wie die cadeaus komt brengen. Door de eeuwen heen hebben we in Europa een bonte stoet van cadeaubrengers gekend (variërend van een boomstronk tot een heilige), die telkens een vorm aannamen die paste bij de plaats en tijd waarin ze ‘leefden’. Die vorm kon makkelijk veranderen omdat het, uiteraard, allemaal fictieve figuren waren.

Tegenwoordig kennen we vooral Sinterklaas en de Kerstman. Dat zijn naaste familieleden: de Kerstman is de Amerikaanse versie van Sinterklaas, wat duidelijk blijkt uit zijn naam, Santa Claus – een verbastering van het Nederlandse Sint Nicolaas, of Sinterklaas. Naast de naam zijn er meer overeenkomsten: beide zijn oude, witte mannen die in december zakken vol cadeaus rondbrengen, met name voor kinderen. Maar er zijn ook verschillen: Sinterklaas zit op een paard, de Kerstman in een slee; Sinterklaas heeft een mantel en een staf, de Kerstman een rood-wit pak met bontranden; en Sinterklaas is lang en dun, de Kerstman kort en dik. 

Die verschillen komen doordat de cadeaubrengers op verschillende momenten in de tijd zijn ontstaan, en zich op verschillende manieren hebben ontwikkeld.

 

Gerard David: Three Legends of Saint Nicholas
Gerard David: Drie legendes van Sint-Nicolaas

Door de eeuwen heen

Sinterklaas komt voort uit de figuur van de heilige Nicolaas. Rond de 12e eeuw werd hij de brenger van de (toen al eeuwen gebruikelijke) decembercadeaus. Dat begon waarschijnlijk in Frankrijk, waar Franse nonnen uit zijn naam cadeaus naar arme kinderen brachten. Van daaruit verspreidde de figuur van Sint Nicolaas zich door West- en Midden-Europa. Deze Sint Nicolaas was lang en dun, en dat paste perfect bij zijn karakter: een strenge katholieke heilige die alleen cadeaus gaf aan kinderen die zich goed hadden gedragen en braaf hun gebeden hadden opgezegd. Zo’n figuur zou, in de Middeleeuwse christelijke context, nooit dik kunnen zijn.

Dik-zijn was in de Middeleeuwen, en lang daarna, geen probleem, en kon zelfs een statussymbool zijn; het was ook lange tijd een schoonheidsideaal voor vrouwen, denk aan de vrouwen op de zeventiende-eeuwse schilderijen van Rubens. Maar in de christelijke kerk is dik-zijn altijd iets negatiefs geweest: het was een teken van zonde, van vraatzucht, van het onvermogen om je te beheersen. Een heilige, en zeker een fictieve heilige, kan dat soort eigenschappen uiteraard niet bezitten, en dus worden christelijke heiligen altijd als dunne figuren afgebeeld – en dat gold ook voor Sint Nicolaas.

Christus Kind. Fragment uit Heinrich Hoffmann's grappige verhalen en grappige foto's voor kinderen van 3 tot 6 jaar oud.
Christkind in Struwwelpeter, 1845

Vervangers van Sint Nicolaas

In de zestiende eeuw, na de Reformatie, verdween Sint Nicolaas in de meeste Europese landen. Met de komst van het protestantisme moest het, volgens de nieuwe kerkleiders, afgelopen zijn met de katholieke heiligenverering. Heiligenfeesten werden afgeschaft, en ook het Sint Nicolaas-feest werd op veel plekken verboden. Op veel plekken pasten landen hun december-cadeaubrenger daarop aan: regelmatig werd Sint Nicolaas vervangen door het kindeke Jezus (zie ook Christkind), meestal met een assistent, omdat hij - zo was het idee - zelf de zak met cadeaus niet kon dragen, hij was immers maar een baby. Die assistenten varieerden per streek. Soms waren het boosaardige varianten van Sint Nicolaas, zoals Pelznickel in het zuiden van Duitsland. Er waren vrouwelijke figuren bij: Frau Holle in Duitsland, Tante Arie (een heks met ganzenvoeten en ijzeren tanden) in Frankrijk.

En door heel Europa heen kwam je de boomstronk tegen, die wij nu vooral nog als kersttoetje kennen (meestal onder zijn Franse naam, bûche de noël), maar die vroeger cadeautjes bracht, soms zomaar, soms pas nadat zingende kinderen er met stokken opgeslagen hadden. (Waarom men dacht dat baby Jezus een assistent nodig had, maar een boomstronk het zelf wel zou redden, is een historisch nog onopgelost raadsel.)

 

Het ontstaan van Santa Claus

Maar in Nederland verzette men zich tegen het afschaffen van Sint Nicolaas, en bleef het feest bestaan. Sint Nicolaas reisde vervolgens met Nederlanders mee de oceaan over naar New York – toen nog Nieuw Amsterdam – en kwam zo in de Verenigde Staten terecht. Daar hadden later ook andere immigranten (in het bijzonder de Engelse) iemand nodig om hun decembercadeaus te brengen, en zo ontstond er begin negentiende eeuw een Amerikaanse versie van Sint Nicolaas, Santa Claus.

Nieuw uiterlijk

Daarbij veranderde de figuur van karakter: Santa Claus was geen strenge, christelijke heilige, maar een vriendelijke figuur, zonder religieus karakter, die iedereen cadeautjes bracht, kinderen hoefden niet meer bang voor hem te zijn. Bij dit nieuwe karakter hoorde ook een nieuw uiterlijk: Santa bleef een oude man, maar in plaats van lang en dun, werd hij klein en dik. Dat paste bij de ideeën die negentiende-eeuwse Amerikanen hadden over dik en dun: in die tijd was dik-zijn in de mode.

Dikke mensen werden gezien als gezond, welvarend en belangrijk, en vaak (maar niet altijd) ook als vriendelijk - precies de eigenschappen die pasten bij de nieuwe kerstman; en aan het einde van de negentiende eeuw zie je dan ook dat Santa Claus consequent afgebeeld wordt als een niet al te grote man met een flinke buik.

Slankheidsideaal

Rond 1900 kwam in Amerika het slankheidsideaal op (in Europa was dat een jaar of twintig eerder al gebeurd), en werd het voor iedereen, man en vrouw, belangrijk om dun te zijn: slankheid was een teken dat je om kon gaan met de overvloed van de moderne tijd, en slanke mensen werden gezien als mooi en gezond. Dat zou de hele twintigste eeuw zou blijven, met name voor vrouwen (en daarbinnen dan weer met name voor witte vrouwen uit de midden- en hogere klasse).

Zal Santa Claus’ buik weer krimpen?

Santa Claus’ uiterlijk was dus net op tijd gestandaardiseerd: als dat een paar decennia later gebeurd was, was hij wellicht niet dik geweest, maar dun. En vermoedelijk gaan we uiteindelijk alsnog die kant op. Een paar jaar geleden schreven Australische medici een half-serieus, half-satirisch artikel waarin ze stelden dat een dikke Santa een slecht voorbeeld is voor kinderen. Wellicht een eerste teken dat de buik van de Kerstman zich langzaamaan klaar maakt om weer te krimpen naar het formaat-Sinterklaas.

Tenby Santa Run, foto van lhourahane (flickr.com, cc 2.0)