Is 3D-bioprinten niet heel kostbaar? Wie betaalt de rekening en is het dan niet enkel beschikbaar voor de rijken?

Nieuwe technologieën zijn vaak, vooral in het begin, kostbaar. Dat geldt ook voor 3D-bioprinten, het printen van driedimensionale weefsels met levende cellen en/of bioactieve componenten. Deze hoge kosten kunnen zorgen oproepen over (toenemende) sociale ongelijkheid. In Nederland worden nieuwe behandelingen die bewezen effectief en veilig zijn gelukkig vergoed vanuit het basispakket.

De kosten van 3D-bioprinten

3D-bioprinten is geen goedkope techniek. De hoge kosten komen onder andere uit de gespecialiseerde apparatuur (een bioprinter), de materialen (de bioinkt), de faciliteiten die nodig zijn om levende cellen te kweken (laboratoria die voldoen aan strenge veiligheidseisen) en de training van gespecialiseerd personeel.
Op termijn kan 3D-bioprinten misschien een goedkoper alternatief worden voor bestaande behandelingen. Als de apparatuur en materialen benodigd voor 3D-bioprinten door verschillende producenten worden aangeboden, zullen de kosten hiervoor door prijsconcurrentie na verloop van tijd waarschijnlijk dalen. Daarnaast zijn sommige bestaande behandelingen nu ook al duur. Bijvoorbeeld als langdurige zorg nodig blijft waardoor de kosten per patiënt over de jaren optellen. Als een behandeling met 3D-gebioprint weefsel deze langdurige kosten wegneemt, zou het een goedkoper alternatief kunnen zijn (opgeteld over de levensloop van de patiënt). Op dit moment is dat nog niet het geval.

Balans zorg en kosten

Vergoeding vanuit het basispakket

In Nederland worden (nieuwe) behandelingen die bewezen effectief en veilig zijn over het algemeen vergoed vanuit het basispakket. Meestal gebeurt dit automatisch nadat er een vergunning is om de behandeling op de markt te brengen. Alleen voor dure behandelingen brengt het Zorginstituut Nederland een apart advies uit. Dat gebeurt wanneer een behandeling duurder is dan €40 miljoen per jaar voor alle Nederlandse patiënten samen. Of wanneer de kosten per patiënt per jaar €50.000 bedragen én meer dan €10 miljoen per jaar voor alle Nederlandse patiënten samen. Het Zorginstituut kijkt dan onder andere naar de kosteneffectiviteit. Dat betekent dat de kosten in verhouding moeten staan tot de werkzaamheid van de behandeling en tot de gezondheidswinst die behaald wordt. Dat is om te zorgen dat de zorgkosten niet onnodig stijgen.

Op dit moment is het onderzoek met 3D-bioprinten nog in de experimentele fase. Wanneer de eerste behandeling op basis van 3D-bioprinten zal worden aangeboden als reguliere zorg, wordt het waarschijnlijk vergoed vanuit het basispakket. Voor deze vergoeding heeft de patiënt dan wel een medische indicatie van een arts nodig. Net als voor andere medische behandelingen, hangt deze indicatie af van het ernst en het verloop van de ziekte en van de beschikbaarheid van andere behandelingen. Als er goedkopere behandelingen beschikbaar zijn, zal een patiënt pas voor een behandeling met 3D-geprint weefsel in aanmerking komen als dat duidelijke voordelen heeft. Bijvoorbeeld als bewezen is dat 3D-geprint weefsel een bepaalde ziekte beter geneest of minder bijwerkingen geeft, of als de goedkopere alternatieven niet blijken te werken bij de patiënt

Zorgen over ongelijkheid

Door ons zorgverzekeringssysteem zal 3D-bioprinten in Nederland waarschijnlijk niet tot extra sociale ongelijkheid leiden. Wanneer nieuwe behandelingen bewezen effectief en veilig zijn, hebben alle patiënten gelijke toegang: Na doorverwijzing van een arts krijgen zij de behandeling vergoed vanuit het basispakket.
Wel zouden er klinieken op kunnen duiken die 3D-geprinte weefsels aanbieden aan personen die de behandeling niet vergoed krijgen, en dat op eigen kosten willen doen. Voor stamcelinterventies bestaan zulke klinieken al, met name buiten Nederland. Er zijn veel zorgen over de veiligheid en effectiviteit van de aangeboden behandelingen.  Zulke klinieken voor 3D-bioprinten zouden tot meer ongelijkheid kunnen leiden tussen rijke en arme sociale groepen. Ook als het geld via online inzamelingsacties (crowdfunding) bij elkaar wordt gespaard, werkt dit ongelijkheid in de hand. Mensen met een groot en vermogend sociaal netwerk hebben namelijk meer kans om het benodigde bedrag bij elkaar te sparen dan mensen met een minder bevoorrechte positie in de maatschappij.

Wereldwijd zijn zorgen over toenemende ongelijkheid tussen rijkere en minder rijke landen wel reëel.

3D-bioprinten wordt waarschijnlijk eerst beschikbaar in landen met een voldoende hoog zorgbudget en een goed zorgverzekeringssysteem. In overige landen kunnen vermoedelijk alleen de rijkere inwoners een behandeling betalen (waarvoor zij mogelijk naar het buitenland afreizen). Dit verschijnsel is echter niet specifiek voor 3D-bioprinten, maar geldt voor vrijwel alle nieuwe (al dan niet medische) technologieën.

Verder lezen over onderzoek

Bronnen:

  • Advies van Zorginstituut Nederland over dure geneesmiddelen
  • Verslag van het Centrum voor Ethiek en Gezondheid over medische crowdfunding
  • Wetenschappelijk artikel van J. Gardner (2017) over de toegankelijkheid en verdeling van regeneratieve geneesmiddelen in de samenleving (in het Engels)
  • Wetenschappelijk artikel van I.A. Otto et al. (2016) over de ethische implicaties van biofabricatie (in het Engels)
  • Wetenschappelijk artikel van N. Vermeulen et al. (2017) over de sociale en ethische gevolgen van biofabricatie (in het Engels)

Geschreven door: