9 november 2018

Beatrice de Graaf ontdekt:

“Vredesvorstin” Wilhelmina schoot keizer Wilhelm II te hulp

Op 9 november 1918 vluchtte Keizer Wilhelm II van Duitsland naar Nederland. De Nederlandse overheid heeft altijd geclaimd hier compleet door overvallen te zijn. Op basis van nieuw bronnenmateriaal stelt hoogleraar Geschiedenis van de Internationale betrekkingen Beatrice de Graaf dat koningin Wilhelmina een veel actievere rol heeft gespeeld bij de komst van de keizer dan altijd is aangenomen. De Graaf publiceert over deze ontdekking op 9 november in het Tijdschrift voor Geschiedenis. Andere Tijden besteedt aandacht aan de ontdekking in de aflevering Stille Getuigen. 100 jaar na de Eerste wereldoorlog.

Foto van B. Groote & Co, collectie Stadsarchief Amsterdam
keizer Wilhelm II met koningin Wilhelmina en prins Hendrik in een open galarijtuig op de Dam tijdens een bezoek van de keizer in december 1907. Foto van B. Groote & Co, collectie Stadsarchief Amsterdam

Aan het eind van haar lange leven kostte het prinses Wilhelmina (1880-1962) nog altijd moeite om uitdrukking te geven aan haar verbazing over de vlucht van keizer Wilhelm II naar Nederland, op 10 november 1918. ‘Ik overdrijf niet als ik zeg dat het mij een week en misschien nog langer gekost heeft voor ik geloof kon hechten aan de ingekomen berichten, zó onwaarschijnlijk leek mij deze handelwijze’, schreef zij drie jaar voor haar dood in Eenzaam maar niet alleen. Haar biograaf Cees Fasseur meende geen reden te hebben om ‘aan haar woorden te twijfelen’.

‘Onkel Willy’

Beatrice de Graaf heeft die twijfel echter wel altijd gevoeld. Al was het maar omdat Wilhelmina’s relatie met ‘Onkel Willy’ altijd hecht was geweest. Zij moest dus tevoren van zijn komst op de hoogte zijn geweest. In Berlijnse archieven, die voor zover bekend niet eerder door Nederlandse historici zijn geraadpleegd, heeft zij nu sterke aanwijzingen voor die these gevonden. ‘Dat was echt zo’n prachtig moment van historische sensatie’, dat je na lang zoeken en vermoeden, in enkele obscure nalatenschappen van diplomaten in het archief in Berlijn sporen vindt van een historische gebeurtenis die zich helemaal aan ons zicht heeft voltrokken.

Want: Koningin Wilhelmina bekommerde zich anders dan in de geschiedschrijving en in haar biografieën is aangenomen, wel degelijk intensief om het lot van keizer Wilhelm II, stelt De Graaf. Vanaf de zomer van 1918 vond nauw overleg plaats tussen de kringen rondom Wilhelmina en prins Hendrik, het Duitse keizerlijke hof en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het plan was om met behulp van Nederland een zogeheten Verständigungsfrieden tot stand te brengen, een compromisvrede. Het Vredespaleis te Den Haag zou het toneel moeten worden van een grote vredsconferentie, met Wilhelmina als gastvrouwe of zelfs voorzitter. De Amerikanen leken daar wel iets in te zien. En de keizer zelf dus ook.

Menselijke kant

Volgens De Graaf moet de opmerking van Wilhelmina’s biograaf dat de koningin zich ‘niet van haar menselijke kant’ liet zien in de behandeling van keizer Wilhelm II rigoureus worden bijgesteld. Wilhelmina zat gevangen tussen haar roeping als vorstin van Nederland, en haar verantwoordelijkheid als hoofd van haar ‘maison’. Wilhelm II was een prins van Oranje en een collegavorst in nood. In de zomer van 1918 waren de Romanovs al op het hakblok van de revolutie gesneuveld.

De inzet van Wilhelmina werd zowel voor als na het einde van de oorlog angstvallig geheimgehouden.
Prof. dr. Beatrice de Graaf. Foto: Milette Raats

De inzet van Wilhelmina werd zowel voor als na het einde van de oorlog angstvallig geheimgehouden. Wat Wilhelmina en minister Van Karnebeek uitvoerden, werd lang niet altijd aan de rest van de ministers, laat staan officieel in de ministerraad gemeld. Besluiten en doorslagen van de ministerraad werden echter wel met Duitse diplomaten gedeeld, zodat die in Berlijn werden teruggevonden in het archief.

Met het oog op een geconfisqueerde handelsvloot, Belgische claims, en de wens tot de Volkenbond toe te treden kon Nederland de ententemogendheden niet bruuskeren. Daarom kon en mocht het na het einde van de oorlog, in de periode dat de vredesonderhandelingen in Versailles nog plaatsvonden en Nederland onder druk werd gezet om de keizer uit te leveren, nooit bekend worden dat Wilhelmina persoonlijk betrokken was geweest bij Duits-Nederlandse vredesinitiatieven, of bij mogelijke voorbereidingen voor een vlucht van keizer Wilhelm. Daarom ook besloot zij de keizer nooit persoonlijk te ontmoeten. Dat zou immers onmiddellijk door de pers worden opgemerkt en in binnen- en buitenland tot grote publieke verontwaardiging leiden. Het was volgens De Graaf wijs en in lijn met het nationale belang.

Onderzoek in Duitse en Franse archieven

Nederland blies met Wilhelmina echter wel degelijk een partijtje mee op het internationale toneel, ondanks, of juist vanwege haar neutraliteit. Dit komt nu aan het licht door onderzoek te doen, niet in Nederlandse, maar juist in Duitse en Franse archieven, waarover de Nederlandse overheid geen zeggenschap had. Beactrice de Graaf concludeert: dat het zich nog altijd loont op gezette tijden het stof van ingedaalde opvattingen af te vegen, en het bronnenmateriaal dat onder gevestigde interpretaties schuilt nog eens nauwgezet te doorlopen”. Zeker in oorlogstijd konden kleine, neutrale landen zoals Nederland een grotere rol spelen dan wel is vermoed. En ook de rol van de monarchen was dus nog niet uitgespeeld in 1918.