28 mei 2019

Subsidie van Netherlands Space Office voor gebruik van infrastructuur in de ruimte

Drie Utrechtse wetenschappers ontvangen subsidie voor aardobservatie-projecten

De Utrechtse onderzoekers David Wallis, Peter Kuipers Munneke en Michiel van den Broeke ontvangen subsidie van het Netherlands Space Office (NSO) voor onderzoeksprojecten op het gebied van aardobservatie. Het GO-programma (Gebruikersondersteuning Ruimteonderzoek) financiert onderzoekers bij het gebruik van infrastructuur in de ruimte ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek op het gebied van aardobservatie en planeetonderzoek.

Het NSO honoreert in totaal negen projecten, die het wetenschappelijke en maatschappelijke belang dienen op gebieden als klimaat en milieu en de gevolgen daarvan voor de samenleving.

David Wallis: Transient deformation of the upper mantle from the crystal to the plate scales

Satellietwaarnemingen van bodembewegingen en zwaartekrachtveranderingen laten het stromen van de bovenmantel zien als gevolg van grote aardbevingen, of van het smelten van ijskappen. In dit project wordt gebruik gemaakt van nieuwe inzichten over de sterkte van mantelgesteente om daarmee bodembeweging te voorspellen rondom breukzones en smeltende ijskappen.

Peter Kuipers Munneke: A benchmark surface melt product for the Antarctic ice sheet

De ijskap op Antarctica heeft in de laatste vijftig jaar een aantal grote drijvende ijsplaten verloren, waardoor het achterliggende landijs sneller in zee is gaan stromen. Smeltwatermeren aan het oppervlak hebben die drijvende gletsjers helpen instorten. In dit onderzoek wordt met satellietmetingen de hoeveelheid smeltwater op Antarctica nauwkeurig bepaald.

Michiel van den Broeke: Eratosthenes - chasing shadows to investigate glacier change worldwide

In dit project worden schaduwen van bergtoppen gebruikt om veranderingen in de topografie van gletsjers te meten. Deze nieuwe, ongebruikelijke techniek maakt het mogelijk om hoogteïnformatie te vervaardigen uit satellietbeelden. Dit helpt voorspelling over waterafvoer door rivieren, geeft een beter overzicht van sneeuwdieptespreiding over de hooggebergtes en maakt toekomstige zeespiegelramingen completer.