20 juni 2019

Grootstedelijke gebieden blijven achter in brede welvaart

Brede welvaart voor het eerst boven het niveau van voor de economische crisis

Voor het eerst ligt de brede welvaart in Nederland boven het niveau van voor de economische crisis. Terwijl het bruto binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking in 2016 al terug was op het niveau van voor de crisis, is dit voor de brede welvaart pas twee jaar later. Binnen Nederland bestaan er grote verschillen in brede welvaart tussen regio’s: stedelijke gebieden lopen hierin achter op landelijke gebieden. Zo is de brede welvaart in en rond Den Haag 8 procentpunten lager dan in Noord-Drenthe. Dit blijkt uit de vandaag gepresenteerde update Brede Welvaartsindicator (BWI) 2019 van de Universiteit Utrecht en Rabobank. Deze indicator is een integrale graadmeter die inzicht geeft over de ontwikkeling van brede welvaart in Nederland.

Anders dan het bbp per hoofd meet en weegt de BWI niet alleen de economische situatie, maar ook andere factoren die de welvaart van Nederlanders bepalen, zoals zeker zijn van een baan, onderwijs, gezondheid, milieu, huisvesting, veiligheid en welzijn. Sjoerd Hardeman, econoom bij Rabobank licht toe: “We hebben de brede welvaart niet alleen van Nederland als geheel in kaart gebracht. We hebben ook gekeken naar verschillen in brede welvaart tussen Nederlandse regio’s. Hier valt op dat er grote verschillen bestaan. Zo lopen grote stedelijke gebieden vaak achter op meer landelijke gebieden. Dit komt vooral door de achterblijvende veiligheid en milieu daar: in stedelijke gebieden is misdaad en fijnstof een groter probleem dan in veel landelijke gebieden.”   

 

Integraal inzicht over brede welvaart
Figuur 1: De BWI en het bbp per inwoner hebben duidelijk een ander verloop

Tot nu toe wordt het concept ‘bbp per hoofd’ vaak gebruikt om de welvaart van mensen te meten. Maar dit geeft een eenzijdig beeld. Hardeman: “Welvaart laat zich niet alleen uitdrukken in de financiële situatie van Nederlanders. Economische groei uitgedrukt in bbp zien we niet één op één terug in de welvaartsgroei van huishoudens. Dat blijkt wederom uit de BWI 2019: brede welvaart en economische groei hebben in Nederland duidelijk een heel ander verloop (figuur 1). Opvallend is dat terwijl het bbp per hoofd in 2016 al terug was op het niveau van voor de crisis, dit voor brede welvaart pas het afgelopen jaar gold. Brede welvaart is met andere woorden nu pas terug op het niveau van voor de economische crisis.”

Ontwikkeling BWI

De BWI meet (voor de periode 2003-2018) elf dimensies die de brede welvaart van Nederlanders indexeert. De verschillende dimensies hebben zich de afgelopen paar jaar heel anders ontwikkeld. De dimensies subjectief welzijn, materiële welvaart en vooral arbeid zijn de afgelopen jaren gestegen, door de stijgende tevredenheid onder de bevolking, het toegenomen huishoudinkomen en de dalende werkloosheid. Hier staat tegenover dat de balans tussen werk en privé is afgenomen, doordat mensen meer zijn gaan werken. Ook de woontevredenheid onder Nederlanders is de afgelopen jaren gedaald. 

Mensen zijn steeds minder tevreden met hun woning. Vooral  in Amsterdam en Den Haag is de woontevredenheid laag. Opvallend is dat het milieu met de toegenomen materiële welvaart verder onder druk is komen te staan: voor het eerst sinds een aantal jaren is de uitstoot van fijnstof in Nederland niet verder afgenomen. Dit geeft aan dat verschillende welvaartsdimensies samenhangen en betekent in ieder geval dat het milieu- en klimaatdebat in ons land niet los van de stijgende materiële welvaart moet worden gevoerd.
Hoogleraar Sociologie aan de Universiteit Utrecht.
Regionaal en lokaal inzicht
Figuur 2: Grote regionale verschillen in brede welvaart

De welvaart van mensen wordt vooral bepaald door de omstandigheden in hun directe leefomgeving. Of mensen een baan kunnen vinden, in veiligheid leven of bevredigende sociale relaties met anderen weten te onderhouden, wordt immers voor een belangrijk deel bepaald door waar ze wonen, werken en leven. “Daarom meten we de brede welvaart niet alleen voor Nederland als geheel, maar ook op lokaal niveau. Hiermee bieden we beleidsmakers en andere belanghebbenden een goed startpunt voor het verhogen van brede welvaart in de regio”, aldus Erik Stam, hoogleraar Strategie, Organisatie en Ondernemerschap van de Universiteit Utrecht.

Hoogste brede welvaart in Noord-Drenthe

De regionale verschillen in brede welvaart in Nederland zijn groot (figuur 2). “Wat opvalt is dat naast een aantal gebieden in het noord- en zuidoosten van Nederland een aantal sterk stedelijke gebieden achterblijven in brede welvaart. Dan gaat het met name om de gebieden rondom de drie grote steden”, aldus Hardeman. De lagere brede welvaart in de grote stad wordt vooral veroorzaakt door een relatief hoge werkloosheid, de grotere onveiligheid en mindere milieuomstandigheden. De meer landelijke regio’s doen het over het algemeen een stuk beter. “Nauwe en brede welvaart lopen uiteen in Nederlandse regio’s: Grote steden zijn de motoren van de economie, maar Noord-Drenthe is opgeteld de beste plek om te leven”, aldus Erik Stam, hoogleraar Strategie, Organisatie en Ondernemerschap van de Universiteit Utrecht.

Over de Brede Welvaartsindicator

De Brede Welvaartsindicator (BWI) is een initiatief van onderzoeksthema Instituties voor Open Samenlevingen van de Universiteit Utrecht in samenwerking met de afdeling RaboResearch van Rabobank. De cumulatieve ontwikkelingen van de regionale Brede Welvaartsindicator meet en weegt elf dimensies die het welzijn van Nederlanders weerspiegelen. Deze dimensies zijn: veiligheid, milieu, gezondheid, subjectief welzijn, balans tussen werk en privé, wonen, onderwijs, materiële welvaart, maatschappelijke betrokkenheid, sociale relaties en banen. De BWI is nu beschikbaar voor de periode 2003-2018.