22 maart 2019

Promotieonderzoek helpt steden slim omgaan met water

Voldoende water en droge voeten in de stad

Wordt het opnieuw zo warm en droog als vorig jaar? En hoe zit het met die stortbuien, kunnen onze afvoeren dat wel aan of staan de straten straks regelmatig blank? KWR-onderzoeker Stef Koop ontwikkelde 3 instrumenten waarmee steden inzicht krijgen in hun watermanagementprestaties en bestuurlijk vermogen. Op 25 maart promoveert hij op dit werk aan de Universiteit Utrecht.

Wereldwijd staan steden voor grote uitdagingen. Binnen 40 jaar wonen 2 op de 3 mensen in een stedelijke omgeving, in totaal zo’n 6,4 miljard wereldburgers. Om deze groei aan te kunnen en voorbereid te zijn op klimaatverandering, moeten steden hun waterinfrastructuur, afvalwaterbehandeling en ruimtelijke inrichting aanpassen. Maar hoe?

Behoefte aan praktische instrumenten

Veel steden zijn bezig met water-wise management: ze vragen zich af hoe ze slim kunnen omgaan met water. Maar zelfs de steden die al streven naar een integrale aanpak voor de hele watercyclus – die dus niet alleen naar het opvangen van stortbuien kijken maar bijvoorbeeld ook naar hergebruik van water – lopen tegen praktische problemen aan. Want waar te beginnen en wat is haalbaar?

Koop en collega’s van wateronderzoeksinstituut KWR en de Universiteit Utrecht constateerden dat het steden ontbreekt aan praktische middelen om hun doelen te bereiken. Koop ontwikkelde een set meetbare indicatoren waarmee steden hun watermanagementprestaties en bestuurlijk vermogen kunnen beoordelen. Hiermee krijgt een stad zijn eigen aandachtspunten in beeld én kan een stad vergelijken met en leren van andere steden.

Stef Koop

Wereldwijd zijn al 74 steden met deze methodiek in kaart gebracht. Daarvan staan er meer dan 40 in de Urban Water Atlas for Europe van de Europese Commissie, die net als de Nederlandse regering, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de Verenigde Naties water als topprioriteit heeft.

In 3 stappen je stad in beeld

De 3 instrumenten van Koop en collega’s zijn het Trends and Pressures Framework (TPF), het City Blueprint Framework (CBF) en het Governance Capacity Framework (GCF). Elk instrument beslaat een ander deel van het watermanagement. Koop: “Doordat we de instrumenten wereldwijd toepassen, zien we dat steden met een hoge bestuurlijke capaciteit, beter presteren op het gebied van watermanagement en beter voorbereid zijn op mogelijke calamiteiten. Slimme beleidsmonitoring- en evaluatie blijken daarbij belangrijk, omdat deze helpen bij het realiseren van ambities.”

Hoe blauwer, hoe beter. Utrecht is net als veel andere Nederlandse steden relatief kwetsbaar voor plensbuien. Het Governance Capacity Framework maakt duidelijk waar bestuurlijke verbeterpunten liggen.

Probleemverschuiving

Uit het City Blueprint Framework blijkt dat de verduurzaming van de stedelijke watercyclus gepaard gaat met probleemverschuiving. Steden die hun drinkwatervoorziening verbeteren, houden onvoldoende rekening met het behandelen van afvalwater, waardoor ze vervolgens een probleem hebben met de vervuiling van bodem, grond- en oppervlaktewater. Ook aan de andere kant van het spectrum speelt dit: steden die efficiënt omgaan met water en afvalwater goed behandelen, hebben meestal ook een hoge bevolkingsdichtheid, waarbij parken, vijvers en groenstroken moeten wijken voor gebouwen.

Met het instrumentarium van Koop kan een stad sneller, doelgerichter en goedkoper werken aan de verduurzaming van zijn watercyclus. Of, zoals Koop het zegt: “Een goede behandeling start met een goede diagnose.”