8 maart 2017

Risico op psychische aandoening na abortus niet verhoogd

Het is een vraag die zowel de wetenschap als de politiek graag beantwoord ziet: leidt het meemaken van een abortus tot het ontwikkelen van psychische aandoeningen? Jenneke van Ditzhuijzen, onderzoeker aan de Universiteit Utrecht, heeft zich enige jaren beziggehouden met deze vraag. In haar proefschrift concludeert ze dat een abortus het risico op psychische aandoeningen niet significant verhoogt. 

Van Ditzhuijzen geeft aan dat ze in haar onderzoek verschil maakt tussen het voor het eerst optreden van psychische aandoeningen, en het hernieuwd optreden hiervan. “Als vrouwen nooit eerder een psychische aandoening hebben gehad, is het risico op het ontstaan van zo’n aandoening na een abortus niet verhoogd.” Voor vrouwen die al eerder psychische aandoeningen hebben meegemaakt, is het risico op psychische aandoeningen kortere tijd na de abortus mogelijk wel iets verhoogd. “Maar ook bij deze groep zien we geen blijvend effect.”

Voorgeschiedenis

Een andere opvallende bevinding uit haar proefschrift: vrouwen in de abortusgroep hebben vaker een voorgeschiedenis van psychische problematiek. Deze voorgeschiedenis vormt een sterke risicofactor voor het optreden van eventuele problemen. De abortus lijkt dus geen nieuwe psychische aandoeningen te veroorzaken, maar een geschiedenis van psychische aandoeningen komt wel vaker voor onder vrouwen die een abortus meemaken. 

Abortuskliniek

Aangezien abortus het risico op het ontstaan van psychische aandoeningen niet duidelijk verhoogt, is er geen reden om speciale interventies te ontwikkelen. “Maar omdat abortusartsen en verpleegkundigen relatief veel vrouwen met een psychiatrisch verleden zien, is de abortuskliniek mogelijk wel een plek waar psychische problematiek vroegtijdig gesignaleerd kan worden”, stelt de onderzoekster. 

Toekomst

Van Ditzhuijzen beseft dat haar onderzoek nieuwe vragen opwerpt. “Vragen als: Waarom zijn vrouwen met psychische aandoeningen oververtegenwoordigd in de abortuskliniek? Raken zij vaker ongewenst zwanger, of zijn zij meer geneigd om een zwangerschap af te breken? Toekomstig onderzoek moet hierin meer inzicht geven.”

Meer informatie
Persvoorlichting faculteit Sociale Wetenschappen, 030-253 4027, r.a.b.vanveen@uu.nl