16 september 2019

Na Eindhoven ook een Innovation Lab voor de UU?

Om goed onderzoek en onderwijs te kunnen waarborgen, moeten universiteiten voortdurend op zoek naar nieuwe financieringsmogelijkheden. Eindhoven University of Technology (TU/e) heeft een succesvolle manier gevonden via het TU/e Innovation Lab`, dat opereert als verbindende schakel tussen universiteit, overheid en bedrijfsleven. Wat kan de Universiteit Utrecht daarvan leren?

Op uitnodiging van de UU legde een delegatie uit Eindhoven in juli tijdens een bijeenkomst uit hoe het TU/e Innovation Lab te werk gaat en hoe hun lab onder meer geld binnenhaalt en onderzoekers werk uit handen neemt.

Nieuwsgierig? Lees verder voor een verslag van de bijeenkomst ‘Verdienmodellen met talent, start-ups, onderwijs, onderzoek in relatie tot data sciences en artificial intelligence’.

Meer weten?

Neem contact op met Diederik Visser.

Verslag bijeenkomst

De bijeenkomst startte met een welkomstwoord van initiatiefnemer en organisator Diederik Visser (Onderwijsinnovatieprogramma Educate-it) en werd vervolgd met pitches van Johan Jeuring (Departement Informatica), Peter van der Heijden (Focusgebied Applied Data Science) en Arthur Vankan (Utrecht Data School) over kansen die zij zien om meer met de overheid en het bedrijfsleven samen te werken om zo geld te genereren voor de UU. Daarna nam Steef Blok, directeur van het TU/e Innovation Lab het woord om uit te leggen hoe zijn organisatie te werk gaat.

Universiteit is een economische actor

“Bij ons is het pas echt heel goed gaan lopen toen we de wetenschappers iets kwamen brengen, direct aansluitend op hun core business, namelijk onderwijs en onderzoek. Valorisatie staat natuurlijk relatief ver van de onderzoeker af. Een wetenschapper doet onderzoek, publiceert, begeleidt aio’s en wordt ‘afgerekend op promoties’. Nu zijn de ontwikkelingen in de maatschappij zodanig dat de universiteit daarin steeds meer een economische actor wordt. Wij noemen dat ook wel de fourth generation university. De eerste generatie was gericht op onderwijs, de tweede op onderwijs en onderzoek, de derde staat voor onderwijs, onderzoek en valorisatie en nu zitten we in de vierde generatie: economische ontwikkeling. De maatschappij en de overheid willen dat kennisinstellingen een actieve rol spelen bij de ontwikkeling van de maatschappij. De TU/e speelt daarop in.”

Onderzoekers werk uit handen nemen

De TU/e ziet zichzelf als onderdeel van een ‘ecosysteem’. Als universiteit ben je een deel van de samenleving. Het onderwijs en onderzoek sluit aan bij de vraag en behoeftes van bedrijven en organisaties. Je werkt met elkaar samen, je hebt elkaar nodig. Het TU/e Innovation Lab faciliteert de Eindhovense onderzoeker in dat ecosysteem. Alles vanuit deze organisatie is gericht op onderwijs en onderzoek. Valorisatie is daarin ondergeschikt en faciliterend. Het TU/e Innovation Lab genereert geld, zodat de universiteit goed gefinancierd is. Honderd procent van het onderzoek in Eindhoven wordt uit de tweede en derde geldstroom betaald. Omdat zij geld van buiten krijgen, zijn de randvoorwaarden om dat geld te krijgen van groot belang. Deze voorwaarden zijn volledig gericht op de impact van onderzoek. Volgens de Eindhovenaren bestaat een onderzoeksvoorstel voor een derde uit onderzoek, een derde uit organisatie en een derde uit impact. Dat betekent dat het TU/e Innovation Lab de onderzoeker twee derde van het werk uit handen neemt. Denk aan de organisatie van consortia, samenwerkingsverbanden voor onderzoek.

Onderzoek in consortia

“Onderzoek en onderzoeksfinanciering worden meer en meer multidisciplinair en internationaal in consortia”, vervolgt Blok, “Het kan niet anders dan dat we samenwerken. Je ziet nu al bij de Nederlandse Wetenschapsagenda, het nieuwe industriebeleid van Nederland, NWO, TTW, die gaan steeds meer naar: Wat kan de wetenschap bijdragen aan de grand challenges van deze wereld? Dat betekent toch dat je het onderzoek in samenwerkingsverbanden met partners met verschillende expertises moet doen. Daar horen ook bedrijven bij die innovatieve diensten en producten gaan leveren. We moeten dus als universiteit transformeren naar een samenwerkingsmodel waarin kennis en het onderzoekresultaat in consortia wordt doorontwikkeld en tot toegevoegde waarde leidt in de maatschappij.”

De uitleg van Steef Blok inspireerde de deelnemers van de bijeenkomst. In de middag gingen ze in drie groepen bij elkaar zitten om kansrijke verdienmodellen te verkennen. Verdienmodellen, niet alleen vanuit onderzoek, maar juist ook ontwikkeld vanuit onderwijs, talent en startups. Vervolgens hebben ze dit omgezet naar concrete ideeën en vervolgstappen die gedurende de komende maanden worden uitgewerkt.

Een Innovation Lab voor de UU?

Johan Jeuring blikt tevreden terug op de bijeenkomst. “Dit was goed om te doen. Interessant om te horen wat Steef Blok met zijn club van onder andere business developers en strategisch accountmanagers voor elkaar krijgt. In Eindhoven lopen 1.100 aio’s rond die mede gefinancierd worden met extern bedrijvengeld. Dat is indrukwekkend. Vanuit het departement Informatica zouden we prima 100 aio’s kunnen begeleiden die ook met één voet in het bedrijfsleven staan of bij een overheidsorganisatie werken. Daar zie ik kansen voor zowel de ‘buitenwereld’ als voor ons.”

“Steef Blok zei vanmiddag: ‘Loop eens systematisch door je onderzoeksprojecten en kijk van welke je een verdienmodel kunt maken.’ Die inventarisatie is één, ermee aan de slag gaan is twee. Dat kost tijd en die is beperkt. Om de verdienkans van die onderzoeksprojecten goed uit te werken, heb je een organisatie à la het Eindhovense Innovation Lab nodig, die als brug tussen de UU en de buitenwereld dient.”