30 mei 2017

Beoordelingen aanbestedingen vinden onzuiver plaats

In een interview met Aanbestedingscafe.nl stellen prof. mr. Elisabetta Manunza en prof. dr. Jan Telgen dat ondeugdelijke gunningsmethoden onvoldoende aan de kaak worden gesteld in rechtszaken. Waar in juridische procedures het vaak gaat over de vraag of de methode transparant en niet discriminerend is komt de formule die daadwerkelijk bepaalt welke inschrijver de opdracht wint niet aan de orde.

In de Aanbestedingswet 2012 staat slechts dat de weging bekend moet worden gemaakt, voor zover dit mogelijk is. Over de eisen die aan de methodiek gesteld moeten worden is niets geregeld. Hierdoor kan het zijn dat in Nederland veel gebruik wordt gemaakt van de zogenaamde ‘relatieve beoordelingsmethode’, die in andere EU landen, zoals Portugal, verboden is. ‘‘Een groot probleem van dit scoringsmechanisme is dat de rangorde tussen twee leveranciers af kan hangen van een derde leverancier’’, aldus Telgen. Dit is niet professioneel, omdat de aanbestedende dienst eigenlijk laat zien dat hij niet weet hoe belangrijk hij een verschil in prestatie vindt. Daarbij laat deze methode ruimte voor manipulatie.

Uiteindelijk, concludeert Manunza dat ook zonder explicietere regels in de wet het mogelijk is om methoden zoals de relatieve beoordeling aan de kaak te stellen. Helaas houden rechters zich vooral bezig met de klassieke toets over gelijkheid en transparantie. Ze zouden vaker naar de inhoud moeten kijken, zoals hoe een methodiek werkt en welk effect de toepassing daarvan heeft en daar vragen over moeten stellen. Alhoewel het in kortgedingzaken begrijpelijk is dat rechters zich lijdelijk opstellen, zouden advocaten de mogelijkheden die de wet biedt om de objectiviteit van de methodiek aan te kaarten moeten benutten.