Tracks

In het masterprogramma Strafrecht combineer je je master-major met één van de volgende drie specialisaties:

Strafrecht en criminologie

Wat betekent het begrip ‘straf’ nu eigenlijk precies? Kun je ook een dier straffen? En: wat betekent ‘vrijheid’ in het strafrecht? Is de mens wel vrij en daarmee verantwoordelijk voor wat hij doet? Het bijzondere van de specialisatie Strafrecht en criminologie is dat de studenten daarin worden uitgedaagd om ons vertrouwde straf- en strafprocesrecht te onderzoeken vanuit het perspectief van andere wetenschappelijke disciplines dan de juridische. Zo kijken we naar de belangrijkste grondslagen en beginselen van ons strafrecht vanuit filosofisch, rechtstheoretisch en criminologisch oogpunt. Door het strafrecht te belichten vanuit andere denksystemen bereik je een dieper inzicht in het strafrecht zelf, maar ook een verbrede kennis van de maatschappelijke context van het strafrecht.
De specialisatie omvat het vak Grondslagen van het strafrecht en het vak Criminologie en strafrecht. Het onderwijs in deze vakken sluit duidelijk aan bij het strafrechtelijke en criminologische onderzoek dat de docenten in deze specialisatie verrichten. Het vaste docententeam van de specialisatie bestaat uit: prof. dr. Ferry de Jong, dr. Renée Kool en dr. Benny van der Vorm. Zij hebben allen een uitgebreide kennis van het strafrecht, de criminologie, de filosofie en/of de rechtstheorie. De Jong en Kool zijn verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en Van der Vorm is verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing. Daarnaast worden in het onderwijs verschillende colleges mede verzorgd door gerenommeerde onderzoekers van buiten.

Forensische psychiatrie en strafrecht

In de forensische psychiatrie spelen actuele discussies op het grensgebied tussen psychiatrie en strafrecht. Denk aan de toerekeningsvatbaarheid, risicotaxatie, tbs, hersenfuncties en delinquent gedrag, etc. In de specialisatie Forensische psychiatrie en Strafrecht komen deze en andere discussiepunten aan bod vanuit een lange traditie van samenwerking tussen strafrecht en forensische psychiatrie. De specialisatie bestaat uit twee vakken, Neurorecht en forensische psychiatrie en Materieel strafrecht in context.

Neurorecht en forensische psychiatrie
Hoe wordt de toerekeningsvatbaarheid van een verdachte vastgesteld, en welke rol kunnen hersenscans daarbij spelen? Wat is de relatie tussen psychische stoornissen en delicten? Kan de neurobiologie helpen om recidive te voorspellen? In dit vak komen dergelijke vragen binnen de forensische psychiatrie aan de orde, naast andere actuele thema's. Vanuit verschillende perspectieven – onder meer vanuit de psychologie, psychiatrie, neurowetenschappen en het strafrecht – wordt naar het fascinerende en complexe vakgebied van de forensische psychiatrie gekeken.

Materieel strafrecht in context
Hoe verhoudt het strafrechtelijke opzetbegrip zich tot de neurowetenschappen? Wat kunnen we leren van de wijze waarop andere landen met ontoerekenbaarheid wegens een psychische stoornis omgaan? Welke invloed hebben positieve verplichtingen die uit het EVRM voortvloeien op de strafbaarstelling van zedendelicten? Het materiële strafrecht wordt in dit vak kritisch geanalyseerd in het licht van fundamentele beginselen en andere rechtsstelsels en wetenschappelijke disciplines.
Het vaste docententeam van deze specialisatie bestaat uit prof.dr. Gerben Meynen, dr. Johannes Bijlsma, dr. Lydia Dalhuisen, dr. Jesse Meijers en dr. Laura van Oploo. Vanuit hun wetenschappelijke achtergronden – psychiatrie, psychologie, filosofie, en strafrecht – brengen zij expertise in voor deze specialisatie. Ook gastsprekers met specifieke kennis en ervaring leveren een bijdrage aan het onderwijs.

Professor Gerben Meynen vertelt in deze video over de thema’s die aan bod komen in de specialisatie, waaronder: toerekeningsvatbaarheid, risicotaxatie, stoornis, tbs en neurorecht.

European Cooperation in Criminal Matters (Engelstalig)

European integration is based on free movement of persons, goods, capital and services. Yet free movement also facilitates criminals to engage in cross-border crime, like cigarettes smuggling from Poland to the Netherlands via Germany. These developments have had a profound influence on criminal justice systems. Combating cross-border crime raises pertinent questions regarding the interaction with other European jurisdictions: How can police forces swiftly collect evidence in other jurisdictions? How can we prevent persons from escaping justice by moving to another jurisdiction? Under what conditions can courts accept evidence that has been collected abroad? How to coordinate investigations when criminal cases have an impact on multiple jurisdictions? Can we cooperate with jurisdictions where rule of law standards are under pressure? Questions like these increasingly affect the work of all professionals in the European area of criminal justice.
The European Union has been a particularly important forum for the development of new models and concepts for transnational cooperation in criminal matters. In the course Transnational Criminal Law Enforcement, we will delve into both EU- and international law types of cooperation for the extradition and surrender of persons, instruments for gathering evidence, transfer of proceedings, et cetera. The new types of transnational cooperation are also the foundation for criminal investigations by EU authorities, the central topic of the course Supranational Criminal Law Enforcement. The most prominent example of this development is the European Public Prosecutor’s office (EPPO). We will also pay attention to other authorities in the area of criminal justice, such as Eurojust, as well as with EU actors in the field of punitive administrative law, such as the European Central Bank, or administrative investigations with relevance for criminal justice such as the European anti-fraud office OLAF. Teaching staff for the two courses are prof. dr. Michiel Luchtman, prof. dr. John Vervaele, prof. dr. Rob WiddershovenMr. Joske Graat LLMIro Karagianni LLM,  and Koen Bovend'Eerdt. All members of staff are internationally recognized authorities on the subject-matter. Coming from different legal backgrounds and different countries, our staff is not only active in academia, but also in legal practice in many different capacities.

Professor Michiel Luchtman tells you about the Track European Cooperation in Criminal Matters and what topics will be addressed: