Rechtsstaat

Rechtsstatelijkheid, hamer van rechter

Vraagstukken in rechtsstatelijkheid binnen het ERI onderzoekscluster van de Universiteit Utrecht. Hiervan maken deel uit:

AIO-project: Max Vetzo
AIO-project: Stijn van Deursen
UD-project: Thomas Riesthuis

Max Vetzo

Max Vetzo: Als ERI-onderzoeker zal ik promotieonderzoek verrichten naar de rol van de rechter in politiek gevoelige rechtszaken met een staatsrechtelijke dimensie. Onder de noemer ‘constitutioneel procesrecht’ richt mijn onderzoek zich op het ontwikkelen van handvatten aan de hand waarvan de rechter beslissingen kan nemen in deze categorie aan rechtszaken die in Nederland aan een opvallende opmars bezig is. Daarbij zal ik veel putten uit rechtsvergelijkende inzichten en staatsrechttheorie. Zo probeer ik met mijn onderzoek bij te dragen aan het toekomstbestendig vormgeven van de constitutionele rol van de rechter in het Nederlandse staatsbestel.
 

Stijn van Deursen

Stijn van Deursen: Na mijn bachelor (Utrecht Law College) en master (Legal Research Master) in Utrecht te hebben afgerond, ben ik sinds 1 februari 2020 als promovendus aan het ERI onderzoekscluster verbonden. Ik doe empirisch en rechtsvergelijkend onderzoek naar de betekenis van macro-effecten en maatschappelijke neveneffecten binnen het aansprakelijkheidsrecht en bestuursrecht. Het gaat daarbij in beginsel om de niet-juridische effecten van rechterlijke uitspraken, voor niet bij een procedure betrokken partijen. Meer in het bijzonder spitst mijn onderzoek zich toe op de vraag hoe, wanneer en waarom rechters in deze rechtsgebieden met dergelijke aspecten rekening houden en – als dat het geval is – hoe zij daarover in hun uitspraken motiveren. Eerder ben ik betrokken geweest bij verschillende onderzoeksprojecten van de Universiteit Utrecht, onder meer over de juridische aspecten van algoritmische besluitvorming en over Chinees-Europese universitaire samenwerkingen. In mijn vrije tijd hou ik ervan om te wielrennen, hard te lopen en naar de film te gaan.

Thomas Riesthuis

Thomas Riesthuis: Ik ben universitair docent Rechtstheorie. Rechtsfilosofen zijn het grotendeels eens over het feit dat de rechter in uitzonderlijke gevallen niet enkel en alleen op basis van het recht kan rechtspreken. Deze gevallen worden ook wel moeilijke gevallen genoemd. Rechtsfilosofen verschillen met elkaar van mening over hoe vaak moeilijke gevallen in de rechtspraktijk voorkomen en hoe een rechter in deze gevallen tot een rechterlijk oordeel komt. Rechtstheorieën bieden verschillende verklaringen waarom rechters geconfronteerd worden met moeilijke gevallen en hoe rechters moeilijke gevallen oplossen. Echter, deze rechtstheorieën zijn vaak gebaseerd op algemene aannames en intuïties over ons recht; niet op empirische data. In dit project onderzoek ik daarom of theorieën over rechtsvinding overeenkomen met de percepties en ervaringen van Nederlandse feitenrechters. In mijn onderzoeksproject verken ik in hoeverre rechtstheorieën die als doel hebben om te verhelderen hoe rechters moeilijke gevallen oplossen, aansluiten bij de percepties en ervaringen die Nederlandse feitenrechters hebben ten aanzien van rechtsvinding. Het project is een eerste verkenning toegespitst op rechtsvindingproblemen in EVRM-zaken waar rechters in rechtbanken mee worden geconfronteerd. Op basis van interviews zal in kaart worden gebracht in welke mate theorieën over rechtsvinding de praktijk van rechtsvinding in EVRM-zaken daadwerkelijk kunnen verhelderen.