Studieopbouw

In het eerste jaar volg je acht verplichte cursussen en kies je daarnaast keuzecursussen. In het tweede jaar ligt de focus op zelfstandig onderzoek en het schrijven van je thesis. Je bent dit jaar ruim in de gelegenheid om je eigen onderzoeksexpertise te ontwikkelen, en je bijvoorbeeld te specialiseren in een specifieke periode, zoals de actuele literatuur, de vroegmoderne tijd of de Middelnederlandse letterkunde. In het eerste semester van het tweede jaar kun je naar het buitenland gaan, voor masteronderwijs, een onderzoeksstage of een combinatie daarvan. Meer dan de helft van de studenten van dit masterprogramma studeert een halfjaar in het buitenland, aan een universiteit in bijvoorbeeld de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk of Duitsland. Zo volgde Lucas van der Deijl vakken het Centre for Digital Humanities aan University College London (UCL).

Als het voor je specialisatie vruchtbaarder is in Nederland te blijven, behoort dat eveneens tot de mogelijkheden. Je combineert dan je onderwijs – eventueel aan andere opleidingen en universiteiten - met een stage. Studenten uit het RMA-programma liepen tot nu toe vaak stage binnen de academie (bij een onderzoeksinstituut of universiteit), maar ook daarbuiten: bij het Vlaams-Nederlands cultuurhuis deBuren, literatuurfestival Read My World, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, het Muiderslot, of het Literatuurmuseum. Zie ter inspiratie het verslag en de film Als de stenen spreken die Maria van Leeuwen maakte over haar stageonderzoek naar het Surinaamse erfgoed voor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, en lees de column van Jildou Fabriek over haar stage bij Vlaams-Nederlands cultuurhuis deBuren in Brussel.

Scriptie

Je sluit je studie af met een uitgebreide scriptie (30 EC). Studenten uit dit masterprogramma schreven recentelijk diverse scripties die bekroond zijn met prijzen. Tara Neplenbroek ontving in april 2019 de Jan Brouwer Scriptieprijs Taal- en Literatuurwetenschappen voor haar scriptie Hardnekkig erfgoed: Een analyse van 30 mei 1969 als emerging memory in de Nederlandse postkoloniale literatuur. In 2018 werd deze prijs gewonnen door Elsbeth Blok-den Braber voor haar scriptie over de Veerse rederijkers in de achttiende eeuw. Aafje de Roest won in 2018 maar liefst twee prijzen voor haar scriptie over hiphop: de Vliegenthart Scriptieprijs en de Academische Jaarprijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. 

Onderwijsvormen

  • werkcollege: Alle verplichte vakken zijn werkcolleges.
  • zelfstudie: Een aantal tutorials vereist een deel zelfstudie, dit wordt gecombineerd met bijeenkomsten waarin de voortgang wordt besproken.
  • stage: De stage heeft altijd een duidelijke onderzoekscomponent. Deze moet van te voren in overleg met de stagedocent en opleidingscoördinator helder vastgesteld zijn en resulteren in een onderzoeksresultaat (een nota, artikel, lezing, tentoonstellingstekst of andere output).

Toetsingsmethoden

  • eindpaper
  • wetenschappelijk artikel
  • presentatie/referaat
  • mondeling
  • onderzoeksportfolio
  • onderzoeksaanvraag
  • participatie
Werkcollege