The power of ‘risky play’

Buitenspelen heeft ontelbare voordelen. Het is gezond, het vermindert stress en wie vaker buiten speelt heeft minder vaak een bril nodig. Maar er is meer, door risicovol spel bij kinderen te bemoedigen stimuleer je ook hun cognitieve, emotionele en motorische ontwikkeling. Risicovol spel is bovendien ontzettend belangrijk voor kinderen om te leren hoe ze risico’s moeten inschatten en waar hun grenzen liggen. Wetenschappers van de Universiteit Utrecht doen daar binnen het project ‘The power of risky play’ onderzoek naar – samen met kinderen, ouders, professionals en beleidsmakers.

Focusgebied Sport & Society van de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht zet in 2020 en 2021 in op twee interdisciplinaire onderzoeksprogramma’s: The Power of Risky Play en Institutions as bad barrels: criminal undermining of sport clubs. Beide projecten worden gefinancierd vanuit Sport & Society en deelnemende faculteiten.

Prof. dr. Louk Vanderschuren (Universiteit Utrecht, Faculteit Diergeneeskunde, Population Health Sciences) en prof. dr. Kristine De Martelaer (Universiteit Utrecht, Faculteit Sociale Wetenschappen, Educatiewetenschappen / Vrije Universiteit Brussel) werkten voor The Power of Risky Play een position paper uit. Zij vormen samen met dr. Kirsten Visser (Universiteit Utrecht, Faculteit Geowetenschappen, Sociale Geografie en Planologie) en Martin van Rooijen (Universiteit voor Humanistiek) de kerngroep van dit project.

Hoe stimuleert de sociale en fysieke omgeving ‘risky play’

Zowel de fysieke als sociale omgeving is van belang voor het risicovol spel van kinderen. Zo kunnen fysieke en natuurlijke elementen (bomen, water, speeltoestellen etc.) risicovol spel stimuleren, maar kan ook de sociale omgeving – zoals andere kinderen, ouders en begeleiders – van invloed zijn op de mate en manier waarop kinderen risico’s nemen bij het buitenspelen. Willen kinderen wel risico’s nemen, maar worden ze daar door hun ouders in tegen gehouden? Of juist door vriendjes in aangemoedigd? En hebben kinderen, ouders en begeleiders wel dezelfde ideeën over welk soort spel, en welke elementen in de speeltuin, als risicovol wordt gezien?

Om deze vragen te beantwoorden doet een team wetenschappers van het departement Sociale Geografie en Planologie van de Universiteit Utrecht sinds maart onderzoek in twee speeltuinen in Rotterdam (zie hieronder) samen met Ravottuh, onderdeel van Buurtlab. Zij kijken naar hoe de twee speelplekken zijn ingericht om risicovol spel te stimuleren (zie kaartje) en hoe deze plekken door kinderen gebruikt worden. Daarnaast interviewen ze kinderen en ouders om erachter te komen hoe zij over risicovol buitenspelen denken.

Bovendien bepalen ook beleidsmakers hoe een speeltuin eruit komt te zien. Hoe denken zij eigenlijk over risico’s? Hoe beïnvloed dit hoe speeltuinen vormgegeven worden? En wat zijn de obstakels en kansen bij het implementeren van risicovolle speelplekken? Daarom spreken we met verschillende beleidsmakers over besluitvorming en beleidsmatige inbedding van risicovolle speelplekken.

Tekening van zones in speelterrein Hoogvliet

Ervaringen in de speeltuinen

Ook een groep studenten werkt mee binnen het onderzoeksteam. Zij deden al een aantal interessante observaties. In het najaar van 2021 zullen de onderzoekers alle resultaten van het onderzoek presenteren, maar dit viel de studenten nu al op:

  • Klimmen en springen is erg in trek, maar wordt door de meeste kinderen niet als spannend ervaren omdat veel speeltoestelen niet ‘heel hoog’ zijn
  • Ouders spelen een belangrijke rol. Sommige kinderen mogen van hun ouders niet vies worden en spelen daarom niet met water of zand. Alle kinderen geven aan dat stoeien en vechten niet mag. Jongens zeggen vaak dat ze dit toch doen, meisjes zeggen van niet.
  • Ouders verwijzen tijdens de interviews erg vaak naar hoe ze zelf vroeger mochten spelen, en wat ze zelf leuk vonden om te doen
  • Risicovol spelen kun je leren! Jongere kinderen (rond 5 jaar) gaan rustig op avontuur en nemen steeds kleine risico’s. Oudere kinderen (rond 8 jaar) die niet van jongs af aan al mee doen met Ravottuh, zijn juist veel drukker, waar door het spel veel sneller fysiek wordt en uit de hand loopt.

Onderzoeksteam

In het onderzoeksteam zijn de volgende onderzoekers betrokken:

Contact

Dr. Kirsten Visser: k.visser@uu.nl