Verplicht kerncurriculum en keuzemodules

Het onderwijs van de lerarenopleiding van de GST is georganiseerd in drie onderdelen: Masterstage, Keuzecursussen en Didactiek. In het onderdeel Masterstage doe je ervaring op in de schoolpraktijk en zal je op de universiteit uitwisselen over deze ervaringen en bepalen op welke manier je jezelf kan en moet ontwikkelen als docent. In het onderdeel Keuzecursussen krijg je de gelegenheid om je te verdiepen in specifieke aspecten van het leraarsberoep zoals bijvoorbeeld burgerschapseducatie of het gebruik van ICT in het onderwijs. 

In het onderdeel Didactiek verwerf je theoretische achtergronden bij het beroep van leraar en leer je hoe je je kennis over je schoolvak kunt vertalen naar de schoolpraktijk. Onderwijstheorieën worden aan de hand van centrale thema’s aangeboden en in aansluitende werkcolleges wordt de vertaalslag naar de praktijk gemaakt.

Het onderwijs in het eerste semester is geroosterd op maandag; tijdens het tweede semester van je opleiding is het onderwijs op de dinsdag(middag) geroosterd.  

LET OP: het onderwijs start in de laatste week van de zomervakantie (Regio Midden) met een voltijd startweek (dit geldt ook voor deeltijders). Deze datum valt vóór de officiële start van het academische jaar.

Didactiek

Het onderdeel Didactiek bestaat uit twee leerlijnen met elk twee cursussen: Vakdidactiek 1 en 2 en Pedagogiek 1 en 2.

Leerlijn vakdidactiek (Vakdidactiek 1 en Vakdidactiek 2)

In deze leerlijn staat de taak van de leraar om onderwijs zo vorm te geven en te begeleiden dat leerlingen het schoolvak leren centraal.

In hoorcolleges en literatuuropdrachten maak je kennis met onderwijspsychologische en vakdidactische perspectieven op leren en onderwijzen. Daarnaast maak je kennis met centrale onderzoeksmethoden en -bevindingen uit het vakdidactisch domein van jouw schoolvak.

In de werkcolleges en bij de toetsopdrachten worden theoretische inzichten en de eigen praktijkervaringen kritisch aan elkaar getoetst. Daarbij wordt je geacht het ontwerp van het onderwijs dat je geeft theoretisch te onderbouwen en gegeven onderwijs met behulp van theorie te analyseren.

Het onderwijs in Vakdidactiek wordt deels verzorgd in vakspecifieke groepen en deels in vakoverstijgend verband.

Leerlijn pedagogiek (Pedagogiek 1 en Pedagogiek 2)

In deze leerlijn staat de taak van de leraar om leerlingen tot zelfstandige en verantwoordelijke volwassenen te brengen centraal.

In hoorcolleges en literatuuropdrachten maak je kennis met theoretische achtergronden bij diverse aspecten van deze taak zoals bijvoorbeeld inzicht verwerven in docent-leerling communicatie, ontwikkelingspsychologie, het leren omgaan met verschillende waarden en normen of overtuigingen in de klas, of het begeleiden van zorgleerlingen.

In werkcolleges en toetsopdrachten zal je uitgedaagd worden om theoretische inzichten te vertalen naar je functioneren als leraar in de praktijk.

Het onderwijs in Pedagogiek wordt verzorgd in vakoverstijgend verband.

Het onderwijs voor de cursussen Masterstage 1, Vakdidactiek 1 en Pedagogiek 1 begint altijd met een verplichte voltijd startweek. Als je start in blok 1 valt deze startweek in de week van 20 augustus 2018, de laatste week van de schoolvakantie in regio Midden.

Keuzecursussen

Binnen de lerarenopleiding onderscheiden we twee soorten keuzecursussen: pedagogische keuzecursussen en ‘vrije keuzecursussen’. Tijdens het tweede gedeelte van je lerarenopleiding, het gedeelte dat je opleidt tot eerstegraadsdocent, doe je één pedagogische keuzecursus en één vrije keuzecursus, elk met een omvang van 5 EC. Het overzicht van de keuzemogelijkheden vind je onder cursussen.

Masterstage: praktijkervaring via stage of baan

Stagevariant

De masterstage bestaat uit drie stages: 1A, 1B en 2. Als je de master in voltijd volgt, loop je bij stage 1A en 1B minstens 6 dagdelen per week stage op school, verspreid over 4 dagen. In stage 1A verzorg je 25 lessen en observeer je lessen. In stage 1B verzorg je 40 lessen. In stage 2 verzorg je tenminste 60 lessen in de bovenbouw en neem je deel aan buitenschoolse activiteiten. Bij beide stages neem je deel aan activiteiten buiten de lessen. Stage 1A en 1B worden op dezelfde school gedaan. Houd er rekening mee dat je in verband met de schoolroosters geacht wordt fulltime beschikbaar te zijn naast de colleges op de universiteit. De stageschool wordt geregeld door de universiteit (tenzij je kiest voor de baanvariant, zie hieronder). Gedurende je stages krijg je ondersteuning tijdens begeleidingsbijeenkomsten (op de universiteit en op je stageschool). Die zijn gericht op intervisie, het ondersteunen van het praktijkproces en de voortgang van je studie.

Omdat wij ons onderwijs starten in de laatste week van de zomervakantie (regio Midden), kun je direct meedraaien op je stageschool.

Baanvariant

Wij geven de voorkeur aan de stagevariant. In de huidige arbeidsmarkt komt het steeds vaker voor dat studenten de opleiding binnenkomen met een baan. Dat mag, mits de baan geschikt is. Je kunt starten in de stagevariant en na stage 1B overstappen naar de baanvariant.

Wanneer kun je de baanvariant van deze opleiding doen?

  • Je werkt in het voortgezet onderwijs als docent in het schoolvak waarin je een bevoegdheid wilt halen.
  • Je hebt een collega als begeleider en beoordelaar die daar tijd voor vrijmaakt en affiniteit heeft met begeleiden.
  • Je bent beschikbaar op de momenten dat de lerarenopleiding onderwijs aanbiedt (indien nodig kun je je lesrooster aanpassen).
  • De eisen die aan een baan worden gesteld zijn een minimum van zes lesuren (50 minuten) per week en een maximum aanstelling van 0,5fte voor de voltijd opleiding en 0,8fte voor de deeltijdopleiding.

We hanteren een deadline voor de keuze van de student voor één van de varianten in verband met de hoeveelheid benodigde stageplaatsen. De exacte datum staat in voorwaardelijke toelatingsbeschikking die je krijgt via bureau Mastertoelating.

Toewijzen van stageplaatsen

De Graduate School of Teaching regelt de stageplaatsen voor alle studenten van de lerarenopleiding. De stageplaatsen zijn in principe in de regio Midden Nederland. Bij de plaatsing van de studenten op de scholen houden we indien mogelijk rekening met de voorkeuren en mogelijkheden van de betrokkenen en de levensbeschouwelijke en onderwijskundige identiteit van de school. Het stagebureau is echter afhankelijk van het door scholen geregistreerde stage aanbod en dit aanbod kan per startmoment verschillen.

Stage 1 A/B

Studenten die starten met Stage 1A/B worden in eerste instantie in de zogenaamde SOOO (Samen Opleiden, Ontwikkelen en Onderzoeken) groep geplaatst. Binnen de SOOO is er een samenwerkingsovereenkomst gesloten met zes scholen voor Voortgezet Onderwijs, met als doel de samenwerking tussen de Graduate School of Teaching en de scholen verder te verdiepen. De focus ligt op gezamenlijk opleiden, vormgeven aan schoolontwikkeling en het doen van onderzoek naar onderwijs.

Voor wat betreft de verdeling van de stages betekent dit dat wij zo veel mogelijk van onze studenten, zowel voor de minor- als voor de masteropleidingen bij voorkeur op deze scholen plaatsen. De student zal daarover voor de startweek van de opleiding worden geïnformeerd, zodat de scholen al vroeg een kennismakingsbijeenkomst kunnen inplannen.

Voor de studenten die we niet in de SOOO groep plaatsen zullen we de stages zo veel mogelijk in de startweek van de opleiding verdelen.

Stage 2

Het stagebureau deelt de studenten in op een stageschool. Dit gebeurt in samenspraak met de vakdidacticus. De student ontvangt vervolgens een mail waarin hij geïnformeerd wordt over de stageplek. Van de student wordt verwacht dat hij contact opneemt met de schoolopleider zodat er een kennismakingsgesprek gepland kan worden.

Zo ver als mogelijk is proberen we dit ruim voor de start van stage 2 te doen, zodat de student genoeg tijd heeft de zelfstandige lessen voor te bereiden.

Als je de baan-variant van de lerarenopleiding wil doen, ben je zelf verantwoordelijk voor het vinden van een geschikte baan.

Voor meer informatie over de stages verwijzen we je naar de stagebrochure.

Studeren in deeltijd

Je bent deeltijder als je een baan als docent in het VO hebt groter dan 0,5 fte of als je vanwege andere verplichtingen niet voltijd beschikbaar bent voor de opleiding.
Houd bij een deeltijdtraject rekening met de volgende zaken:

  • De opleiding duurt 2 jaar.
  • Je moet 20 uur per week beschikbaar zijn voor de opleiding (inclusief praktijkuren).
  • Deelname aan de voltijd startweek (maandag t/m donderdag) is verplicht, óók voor deeltijders.
  • In het eerste deel van de lerarenopleiding (voor deeltijders het eerste jaar) vol je colleges op maandag tussen 09:00-15:00 uur. In het tweede deel van de opleiding (het tweede jaar voor deeltijders) volg je colleges op dinsdagmiddag tussen 13:00-19:00 uur
  • Voor de praktijkuren moet je minimaal drie dagdelen beschikbaar zijn naast de dagdelen waarop het universitaire onderwijs wordt verzorgd. (dagdelen variëren naar gelang de roostermogelijkheden van baan of stageschool).
  • Je volgt dezelfde cursussen als de voltijdstudenten m.u.v. de cursussen Masterstage 1 en Masterstage 2. Daarvan wordt een aparte versie voor deeltijders aangeboden.

Voor kandidaten met een eerste- of (beperkte) tweedegraads bevoegdheid

Heb je binnen je bacheloropleiding een educatieve minor in hetzelfde schoolvak als de masteropleiding afgerond? Dan beschik je over een beperkte tweedegraadsbevoegdheid (voor vmbo-tl en de onderbouw van havo en vwo). Je masterprogramma kan dan verkort worden met een half jaar, omdat je één praktijkdeel minder hoeft te doen. Je kunt er tevens voor kiezen om die ruimte te gebruiken om je kennis te verdiepen. Ook kandidaten in het bezit van de volgende bevoegdheden kunnen aanspraak maken op enkele vrijstellingen (mits tevens in het bezit van een universitair bachelor- en masterdiploma): een tweedegraads bevoegdheid in een ander schoolvak, een eerstegraads bevoegdheid in een ander schoolvak behaald via een

ULO en een eerstegraads bevoegdheid in een ander schoolvak behaald via een hbo-master.