Wat hebben we door het strandingsonderzoek ontdekt?

Doorlopend, maar ook specifiek onderzoek

Het strandingsonderzoek is vooral bedoeld om doodsoorzaken van walvisachtigen te achterhalen. Het gaat om doorlopend onderzoek waarin we zoeken naar patronen van doodsoorzaken en afwijkingen daarin. Naast monitoring besteden we ook veel aandacht aan specifieke onderwerpen.

Verwondingen door grijze zeehonden

Zo zijn er regelmatig verminkte bruinvissen gevonden, waarvan lange tijd onduidelijk was wat de verminking veroorzaakte. Via gezamenlijk onderzoek van de faculteit Diergeneeskunde, IMARES en het NIOZ ontdekten we dat deze wonden bijt- en scheurwonden waren. DNA-onderzoek wees uit dat grijze zeehonden de dader waren. Zo hadden we een nieuwe doodsoorzaak gevonden, die bovendien veelvuldig voorkomt bij bruinvissen in Nederland!

Lonneke IJsseldijk in De Kennis van Nu: "De grijze zeehond ontmaskerd".

Aanvaringen met vinvissen en gestikte grienden
Ook het onderzoek naar de andere walvissoorten heeft ons veel geleerd. Zo zagen we een stijging in aanvaringen met vinvissen die de haven van Rotterdam binnenkwamen op de boeg van grote zeeschepen. Ook ontdekten we dat twee grienden, die enkel drie weken na elkaar dood werden gevonden op de Nederlandse kust, beide waren gestikt. De grienden hadden platvis gegeten (tong) en deze vis was klem komen te zitten in hun keel, waardoor ze niet meer konden ademhalen.

Massastranding dertig potvissen niet door menselijk handelen
In 2016 strandden in een periode van zes weken dertig potvissen in de Noordzee. Een internationaal team onderzocht deze gebeurtenis. Niet de oorzaak: plastic, een infectie, verstrikking, aanvaring, chemische vervuiling en verandering van de temperatuur van het zeeoppervlak. De massastranding was hoogstwaarschijnlijk een combinatie van verschillende complexe omgevingsfactoren, in plaats van een enkele factor.

Gestrandde potvis op het wad in de buurt van Kaiser-Wilhelm-Koog in Duitsland | © Abbo van Neer

15% bruinvissen heeft plastic in maag
Uit onderzoek is gebleken dat ongeveer 15% van de in Nederland dood gevonden bruinvissen plastic in de maag heeft. In recente analyses van de maaginhouden werden de dieetanalyses aangevuld met de standaardmethode die in EU-verband ook bij de monitoring van plastics in magen van stormvogels en zeeschildpadden wordt toegepast. Deze toevoeging houdt in dat alle resten uit de maag worden gefilterd door een éénmillimeterzeef en volledig onder de microscoop onderzocht. Volgens die standaard werd in 15% van de dieren plastic aangetroffen in de maag.

Bruinvistweeling gevonden tijdens sectie.

Eerste bruinvistweeling gevonden
Ook zijn er af en toe bijzondere vondsten gedaan tijdens het onderzoek. Zo werd er in 2011 tijdens een sectie van een volwassen vrouwelijke bruinvis een tweeling gevonden. Dit was de eerste vondst van een bruinvistweeling ooit! Bruinvisjongen moeten direct bij de geboorte kunnen zwemmen en zijn daarom zo'n 10% van het gewicht van de moeder, in verhouding dus een stuk groter dan mensenbaby’s! Een tweeling krijgen is dus biologisch gezien bijna onmogelijk voor bruinvissen. Het bleef helaas onduidelijk of de volwassen bruinvis was overleden als gevolg van de zwangerschap, of door een andere oorzaak.