8 augustus 2018

Internationaal onderzoek naar de massastranding in 2016 is afgerond

Massastranding dertig potvissen niet door menselijk handelen

In 2016 strandden in een periode van zes weken dertig potvissen in de Noordzee. Een internationaal team onderzocht deze gebeurtenis. Niet de oorzaak: plastic, een infectie, verstrikking, aanvaring, chemische vervuiling en verandering van de temperatuur van het zeeoppervlak. Wat wel de reden was: “een combinatie van verschillende complexe omgevingsfactoren,” vertelt mariene bioloog Lonneke IJsseldijk van de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Ze is hoofdauteur van het artikel dat dinsdagavond 7 augustus 2018 verscheen in PLOS ONE.

De dertig potvissen strandden in vijf landen, waaronder Nederland. Internationale teams van wetenschappers en experts uit heel Europa sloegen de handen ineen om deze gebeurtenis te onderzoeken. Het onderzoek werd één van de meest uitgebreide onderzoeken naar potvisstrandingen ooit.

27 potvissen onderzocht

De wetenschappers onderzochten 27 potvissen. Het bleken allen jonge mannetjes tussen de tien en zestien jaar oud. Uit dieetonderzoek kwam naar voren dat de dieren voor de laatste keer in Noorse wateren hadden gegeten, minimaal 1300 kilometer verderop.

Gestrandde potvis op het wad in de buurt van Kaiser-Wilhelm-Koog in Duitsland | © Abbo van Neer
De potvissen hadden voor het laatst gegeten in Noorse wateren, minimaal 1300 kilometer verderop

Infecties

“We kunnen veel doodsoorzaken uitsluiten”, vertelt IJsseldijk. “We hebben gekeken naar de gezondheids- en de voedingstoestand van elk dier. We vonden verschillende infecties, maar geen ernstig genoeg om deze grootschalige stranding te verklaren. Een ziekte was dus niet de primaire doodsoorzaak. We moesten verder denken.”

Geen trauma’s door de mens veroorzaakt

Ook vonden de wetenschappers geen bewijs voor trauma’s door de mens veroorzaakt, zoals verstrikking, aanvaring, of chemische vervuiling. In negen onderzochte potvissen werd afval aangetroffen - waaronder plastic -, maar dit afval veroorzaakte geen obstructies van het maagdarmkanaal of verhongering. Ook mariene aardbevingen, schadelijke algenbloei en veranderingen in de temperatuur van het zeeoppervlak werden uitgesloten. IJsseldijk: “De massastranding was hoogstwaarschijnlijk een combinatie van verschillende complexe omgevingsfactoren, in plaats van een enkele factor.”

De potvissen zijn hoogstwaarschijnlijk niet overleden door menselijk handelen, zoals verstrikking, aanvaring of chemische vervuiling
Overzichtskaart van de gestrandde potvissen. De nummers van de dieren refereren naar de volgorde van stranding in de tijd. De kleur geeft de diepte aan | © PLOS ONE

Meerdere oorzaken

Het blijft onduidelijk waarom de dieren de Noordzee zijn ingezwommen. IJsseldijk: “De Noordzee is te ondiep voor potvissen. Ze komen normaliter voor in diepere wateren. In de Noordzee kunnen ze niet goed navigeren door ondiep water en geleidelijk aflopende zandstranden. Ook ontbreekt hier hun voornaamste voedsel: pijlinktvis. Ze waren hier niet in staat om zich te voeden.” De zuidelijke Noordzee kan worden beschouwd als een ‘val’ voor diepduikende walvissoorten, zoals de potvis. Zodra ze dit gebied binnenkomen lopen ze een groot risico op levend stranden en de dood.

Multidisciplinair onderzoek belangrijk

“Hoewel het niet mogelijk was met overtuiging vast te stellen waarom de walvissen de Noordzee inzwommen, hebben we veel kunnen leren van dit onderzoek; zowel over de individuele dieren, als de populatie en hun leefomgeving. Dit werk benadrukt het belang van multidisciplinair en collaboratief onderzoek, vooral wanneer het gaat over dieren die zich niet aan landgrenzen houden,” aldus IJsseldijk. Aan dit onderzoek werkten verschillende internationale teams mee, waaronder Zoological Society of London en University of Veterinary Medicine Hannover. In Nederland werd het onderzoek gedeeltelijk gefinancierd door het ministerie van LNV.

Gestrandde potvissen op het strand bij het Gibraltar Point in Engeland | © UK Maritime and Coastguard Agency