Mogelijke beroepen

Wat kun je met een academisch diploma?

Anders dan bij beroepsopleidingen word je op de universiteit niet opgeleid voor een specifiek beroep. Met het behalen van een universitair diploma laat je zien dat je over een academisch werk- en denkniveau beschikt. Na afronding van je bacheloropleiding kun je direct de arbeidsmarkt op. Je hebt dan echter geen bevoegdheid om zelfstandig diagnostisch onderzoek te verrichten en behandelplannen op te stellen en uit te voeren. Als afgestudeerde bachelor en breed opgeleid academicus zou je kunnen denken aan banen als onderzoeksassistent, remedial teacher en junior beleidsmedewerker. Na het behalen van een aansluitende master kun je in uiteenlopende werkvelden aan de slag in de beroepspraktijk.

Beroepspraktijk

Je kunt bijvoorbeeld aan de slag als orthopedagoog, schoolbegeleider, beleidsmaker, opvoedingscoach maar ook pedagoog. Beroepen waarin je te maken hebt met kinderen in de context van ontwikkelings- en opvoedingsproblematiek. De focus in onze opleiding ligt op de werkvelden jeugdzorg, leerlingenzorg, forensische zorg en gehandicaptenzorg.

Als je solliciteert naar een functie waarbij je veel met kinderen en ouders te maken krijgt, dan geeft een opleiding tot orthopedagoog je echt een voorsprong.
Fleur van de Poel
Oud-student

Fleur studeerde Pedagogische wetenschappen, gevolgd door het masterprogramma Orthopedagogiek. Momenteel werkt ze als zelfstandig kindercoach.

Lees het verhaal van Fleur

“Ik koos voor de bacheloropleiding Pedagogische wetenschappen omdat de ontwikkeling en het gedrag van kinderen mij persoonlijk erg interesseren. Mijn broertje heeft bijvoorbeeld PDD-NOS als diagnose gekregen als jong mannetje. Dit had vanzelfsprekend veel impact op ons gezin. Uiteindelijk hebben hij en mijn ouders een heel goede orthopedagoog gehad om hen te ondersteunen. Dit heeft voor ons zoveel betekend! Daar wilde ik ook wat mee gaan doen.”

“De keuze voor het masterprogramma Orthopedagogiek was hierna eigenlijk niet zo moeilijk. Bijna iedereen kiest een master aansluitend op de bachelor, omdat je je dan echt kan verdiepen in een specialisatie (orthopedagogiek). Het feit dat je ook stage kon lopen was ook een flink pluspunt. Ik heb voor mijn gevoel misschien wel het meeste geleerd in dit laatste jaar, omdat je met al je verkregen kennis echt aan de slag gaat.”

Ik ben eigenlijk alleen maar enthousiaster geworden

“Door mijn opleiding ben ik me heel bewust geworden van wat ouders en de rest van de omgeving voor invloed hebben op kinderen, en andersom! Ik kan nooit meer een jengelend kind in de supermarkt zien met zijn moeder, zonder te denken aan allerlei pedagogische processen. Je kijk op de wereld wordt anders.
Ik ben nog steeds honderd procent tevreden met mijn studiekeuze. Ik weet nu nog sterker dat ik hier verder in wil blijven werken en leren. Ik ben eigenlijk alleen maar enthousiaster geworden.”

Zelfstandig kindercoach/orthopedagoog. Maar ook: docent/begeleider.

“Momenteel werk ik als docent/begeleider bij een huiswerkbegeleidingsinstituut én ik ben recent als zelfstandig kindercoach/orthopedagoog gestart. Mijn werk als zzp’er houdt in dat ik kinderen tussen de 6 en 16 begeleiding bied bij gedrags- of emotionele problemen. Het zijn vaak kinderen die niet voldoen aan de criteria van een bepaalde ‘stoornis’, maar wel ergens mee in de knoop zitten, zoals slaapproblemen of gepest worden. Ik gebruik technieken uit de cognitieve gedragstherapie, maar ook speltherapie en ‘mindfulness’. Daarnaast voer ik oudergesprekken om te zorgen dat ouders ook beter aansluiten bij de behoeften van hun kind.
Bij de huiswerkbegeleiding geef ik ook faalangstreductietraining. Dit is een training waarbij de leerling allerlei manieren leert om met de faalangst om te gaan. We werken bijvoorbeeld met het bekende G-schema, ontspanningsoefeningen, positieve ervaringen. Ik pak eigenlijk altijd wel elementen erbij van wat we in de opleiding hebben geleerd over gedragsverandering.”

Voorsprong bij sollicitatie

“In mijn werk met kinderen gebruik ik eigenlijk continu vaardigheden en kennis vanuit mijn opleiding. Kennis over hoe je een kind benadert, of hoe je met ouders moet spreken over problemen, hoe je het beste uit een kind kan halen, enzovoorts. Als je solliciteert naar een functie zoals die van mij, waarbij je veel met kinderen en ouders te maken krijgt, dan geeft een opleiding tot orthopedagoog je wel echt een voorsprong. Ook al is het niet meteen een functie waar die opleiding een vereiste voor is. Bij de huiswerkbegeleiding kan ik zelfs binnenkort mogelijk aan de slag als assistent vestigingsmanager, wat weer meer verantwoordelijkheden met zich meebrengt. Mijn werk als zelfstandig orthopedagoog hoop ik binnen een paar jaar verder uit te breiden met een praktijk aan huis!”

Juist in een functie als beleidsadviseur jeugd bij de overheid kom je al de aspecten van de leefwereld van ouders en kinderen tegen.
Dienke van Dijk
Beleidsadviseur Jeugd

Dienke van Dijk heeft inmiddels diverse functies bekleed in het pedagogische werkveld. Door te werken bij verschillende instanties en in verschillende rollen weet ze precies wat er allemaal komt kijken in de praktijk. Dienke werkt nu al weer bijna vijftien jaar als beleidsadviseur jeugd bij gemeenten en de rijksoverheid.

Lees meer over het werk van Dienke

"Juist in een functie als beleidsadviseur jeugd bij de overheid kom je al de aspecten van de leefwereld van ouders en kinderen tegen. Of het nu gaat om het inrichten van lokale jeugdhulp, inkoopafspraken over jeugdhulp die grote organisaties regionaal of landelijk bieden, samenwerking met het onderwijs, versterken van de pedagogische civil society, verbinden van lokale maatschappelijke partners zoals welzijnswerk, jongerenwerk, sportverenigingen, scouting, vrijwilligers organisaties. In dat hele spectrum speelt pedagogiek een belangrijke rol."

"Een heel bijzonder aspect van een functie als beleidsadviseur bij de overheid is de politieke en bestuurlijke context. Je adviseert een wethouder, een staatssecretaris of een minister. Dat vraagt naast inhoudelijke kennis van je vak ook gevoeligheid voor de politieke en bestuurlijke context. Dan maakt het ook verschil of je voor een grote of een kleinere gemeente werkt of de rijksoverheid. Bij grotere gemeente en de rijksoverheid krijg je meestal een "dossier": je bent verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op één of twee beleidsterreinen. Bijvoorbeeld pleegzorg of kindermishandeling. Je werkt in een groter team van beleidsadviseurs die meestal verschillende achtergronden hebben: antropologie, politicologie, bestuurskunde. In een kleinere gemeente is het werk veel breder en ‘ben je overal van’. Natuurlijk heb je daar ook collega’s maar die zijn niet altijd met jeugdbeleid bezig."

Waarom een pedagoog als beleidsadviseur jeugd bij de overheid?

"Toen ik in 2003 bij een gemeente ging werken was ik daar de eerste pedagoog als beleidsadviseur. Het unieke dat je als pedagoog mee brengt in de beleidsontwikkeling is het perspectief van kind en ouders. Het eerste wat ik mij afvraag is: worden kinderen hier beter van, helpt dit ouders? Een bestuurskundig beleidsadviseur zal eerder vragen: past dit in het bestuursrecht. Als ik vanuit de inhoud, vanuit het pedagogisch perspectief beleid kan ontwikkelen, zoek ik wel een oplossing voor de bestuursrechtelijk zaken. Dat is niet altijd eenvoudig, maar wel een bijzondere uitdaging."

"Sinds januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet. Nog een reden waarom een beleidsadviseur een pedagoog moet zijn. Het gaat immers voornamelijk om het voorkomen van opvoed- en opgroeiproblemen, psychosociale problemen, en de organisatie van de jeugdhulp, de jeugdbescherming en jeugdreclassering."

"Sinds de start van de master Maatschappelijke Opvoedingsvraagstukken (Youth, Education and Society) zie je gelukkig meer en meer pedagogen als beleidsadviseur komen werken bij de lokale overheid. Een welkome aanvulling voor een gemeente en de ontwikkeling van het jeugdbeleid."

 

Hieronder vind je nog enkele voorbeelden van beroepen die je na je opleiding (en evt. vervolgmaster) kunt gaan doen.

Orthopedagoog

Je verricht diagnostisch onderzoek, stelt behandelplannen op en voert deze plannen uit. Bijvoorbeeld binnen de jeugdhulpverlening, zorginstellingen voor mensen met verstandelijke en/of zintuiglijke beperking, scholen voor speciaal onderwijs, gezinsvervangende tehuizen en onderzoekinstituten (Trimbos, NJi). Een eigen praktijk behoort ook tot de mogelijkheden.

Onderzoeker maatschappelijke opvoedingsvraagstukken

Je doet onderzoek bij instellingen en organisaties op het terrein van jeugdzorg of onderwijs. Bijvoorbeeld bij kennisinstituten als Nji, Trimbos-instituut, Verwey-Jonker-instituut, KPC-groep, NGO, universiteiten of hogescholen. Voorbeelden van maatschappelijke opvoedingsvraagstukken zijn verslaving, criminaliteit en inburgering.

Trainer pedagogische vaardigheden

Je verzorgt trainingen aan hulpverleners. Je geeft uitleg over problematiek en leert de hulpverleners bijvoorbeeld gesprekstechnieken die ze kunnen toepassen in een therapeutische setting met ouders en kinderen.

Beleidsmedewerker jeugdzaken

Als (junior) beleidsmedewerker jeugdzaken bij een gemeente, provincie of ministerie draag je bij aan beleidsvorming op het gebied van maatschappelijke vraagstukken. Je evalueert hoe projecten verlopen of hoe effectief maatregelen zijn. Denk bijvoorbeeld aan een project dat als doel heeft te zorgen voor minder opvoedingsproblemen door een opvoedcursus voor ouders of overlast te verkleinen door straatcoaches.

Voorbereiden op de arbeidsmarkt

What's Next?!

Ieder jaar organiseert de faculteit Sociale Wetenschappen het evenement What’s Next?! om je te helpen met het oriënteren en voorbereiden op vervolgstudies, stages en de arbeidsmarkt. Gedurende twee weken kun je allerlei gratis workshops bijwonen waarin je begeleiding krijgt bij het plannen van je toekomst en nieuwe skills leert die goed van pas kunnen komen na je studie. Houd de What’s Next?! web-pagina in de gaten voor meer informatie over de volgende editie van dit evenement.