Testimonials
Jarrish over Franse taal en cultuur: educatie en communicatie
Op de middelbare school wist ik al dat ik docent wilde worden. Mijn leraar Frans maakte me enthousiast en zo begon ik met bijles geven. Tijdens mijn bachelor Frans volgde ik een Educatieve minor, maar ik wilde ook in de bovenbouw aan de slag. Daarom startte ik met de master Franse taal en cultuur: educatie en communicatie.
Kort voor de master vond ik een nieuwe baan die ik kon inzetten als stage. Dankzij vrijstellingen was dat goed te combineren. Het was fijn om vakken te volgen met studenten van alle talen: hierdoor ontstonden interessante discussies. Ook het contact met mijn mentor was fijn.Bij hem kon ik altijd aankloppen als ik ergens tegenaan liep.
Dat ik aan de zijlijn mag staan terwijl mijn leerlingen groeien, vind ik het allermooiste aan mijn vak.
Eigen invalshoeken kiezen
Tijdens de master vond ik vooral de vakinhoudelijke vakken interessant. Ik leerde meer over taalkundige achtergronden en taalwerving en kon die kennis meteen toepassen in de praktijk. Ik had al wat basiskennis over vakdidactiek en pedagogiek. Hierdoor kon ik al snel mijn eigen lessenserie opzetten in de praktijk. Ik koos ervoor om het thema Franse jongerentaal te behandelen. Dit is een onderwerp waar ik mijn eigen draai aan kon geven.
Lees verder
Actief bezig met de taal
Als ik nu terugkijk op mijn eigen middelbareschooltijd, geef ik zelf heel anders les dan mijn leraren van toen. In die tijd stond grammaticaonderwijs en vertalen centraal, terwijl ik het veel interessanter vind om grammatica en vocabulaire als middel te gebruiken om praktisch bezig te zijn en literatuur te lezen. Ik wil dat mijn leerlingen kennismaken met de taal en verschillende culturen van de francofone wereld. Dat ik Frans mag onderwijzen voelt écht als een verrijking.
Leerlingen zien groeien
Wat ik het allerleukste vind aan het docentschap, is het leerlingencontact. Je neemt ze als het ware mee richting het ouder worden. Je ziet ze groeien, zowel cognitief als persoonlijk. Dat ik daarbij aan de zijlijn mag staan, vind ik het allermooiste aan mijn vak. En dat ik ze ondertussen mag bombarderen met taal en cultuur. Als je dat namelijk goed doet, door aan te sluiten bij hun belevingswereld, dan zie je dat hun ogen opengaan. Dan blijft wat je vertelt echt hangen.