Thomas Kuhn (* 1922)


Thomas


Ondanks zijn kritiek op het inductivisme van de logisch positivisten blijft Popper binnen het raamwerk dat door zijn voorgangers werd ontworpen. Zijn opvatting van wetenschappelijke kennis als het resultaat van een rationele en logische onderneming, die een afspiegeling van de werkelijk heid nastreeft, komt in belangrijke mate met die van de Wiener Kreis overeen. Deze grondhouding ten aanzien van de wetenschap wordt bekritiseerd door de Amerikaanse fysicus en wetenschapshistoricus Thomas Kuhn.

Kuhn richt zijn kritiek in de eerste plaats op de door Popper veronderstelde gestage groei van wetenschappelijke kennis, door er twee soorten van wetenschappelijke bedrijvigheid tegenover te stellen: normale en revolutionaire wetenschap. Normale wetenschap gaat uit van een verzameling vooronderstellingen of paradigma's die door een wetenschappelijke groep wordt gedeeld en binnen die groep niet (meer) ter discussie staat. Deze paradigma's - wetten, modellen, methoden, schoolvoorbeelden - worden tijdens de opleiding aangeleerd en vormen het onproblematische kader waarbinnen wetenschappelijke vraagstukken snel kunnen worden opgelost, omdat tijdrovende discussies over de geldigheid van de paradigma's achterwege kunnen blijven. Blijven er teveel vraagstukken onopgelost, dan raakt het paradigma in een crisis en komen er alternatieve paradigma's boven tafel. Blijkt een alternatief paradigma succesvoller dan een bestaand, dan betekent dat het verval en de ondergang van een oude en de geboorte van een nieuwe wetenschappelijke school. Er vindt, met andere woorden een wetenschappelijke revolutie plaats. De grote voorbeelden van zulke revoluties zijn de overgang van de aristotelische naar de newtoniaanse mechanica en van de newtoniaanse mechanica naar die van Einstein.

Er vinden dus steeds revolutionaire breuken plaats in de wetenschappelijke ontwikkeling. De schijn van continue groei wordt veroorzaakt doordat de hele geschiedenis van de weten schap na elke revolutie in de leerboeken vanuit het nieuweparadigma worden herschreven.

Wat hier het meest van belang is, ligt in de opvatting van Kuhn dat het ene compacte beeld van wetenschappelijk kennen zoals ons dat door Popper wordt voorgehouden, vervangen moet worden door een veel gefragmenteerder beeld van paradigmatisch verschillende soorten van wetenschap. Wordt de wetenschap in Poppers filosofie voorgesteld als een stevige, homogene appel, dan is Kuhns versie op te vatten als een sinaasappel, dat wil zeggen wat sappiger en opgebouwd uit verschillende, min of meer op zichzelf staande partjes.

Het model van Kuhn dat stelt dat 1) een keuze tussen theorieŽn niet mogelijk is (zij nemen elkaars plaats in), dat 2) groei van kennis niet aangetoond is en 3) regels niet noodzakelijk zijn voor groei van kennis (omdat niemand die regels uiteindelijk serieus neemt) is een flinke stap op weg van Poppers moderne naar Feyerabends postmoderne wetenschapsopvatting.


Literatuur en links:

Klukhuhn, A. Sterf oude wereld. Amsterdam, De Arbeiderspers, 1995.