Paul Feyerabend

1924-1994

Paul


In zijn belangrijkste boek 'Against method' noemt Paul Feyerabend zijn kennistheorie nog anarchistisch, maar later krijgt hij daar spijt van en praat liever over 'dadaÔstisch' omdat het anarchisme hem te ernstig is.

En als spotzieke dadaÔst ontzegt Feyerabend het primaat aan de veel te serieuze rationeel-wetenschappelijke onderneming, en maakt hij zich als tegengif vrolijk over de meest imposante staaltjes van wetenschappelijk en technologisch vernuft waarmee de superioriteit van deze benadering van de wereld zich zou bewijzen. Een wetenschappelijk en technologisch hoogstandje als een bemande ruimtevlucht naar de maan ziet er vanuit een ander standpunt uit als een volmaakte dwaasheid: duizenden hooggekwalificeerde mensen zijn tientallen jaren intensief bezig om, ten koste van zeer veel inspanning en enorme sommen geld, een zeer klein aantal (twee!) van hen, uitgedost in karnavalspakken een paar potsierlijke danspassen te laten uitvoeren op een droge, hete, atmosfeerloze kei, waar niemand die zijn gezonde verstand een beetje gebruikt naar toe zou willen.

Ondanks de eenvoud en de speelsheid van wat Feyerabend zijn dadaÔstisch, metafysisch of methodologisch pluralisme noemt, blijken de misverstanden veelvuldig en hardnekkig. Zo geven Feyerabends lijfspreuken 'against method' en 'anything goes' nog vaak aanleiding om te denken dat hij ertoe aanspoort om maar wat aan te rommelen, waarbij ongeveer alles is toegestaan, terwijl het tegendeel het geval is: beide lijfspreuken komen voort uit de gedachte dat het onverstandig is om op voorhand, onafhankelijk van de aard van de problemen of gebeurtenissen, de wetenschappelijke rationaliteit als enige geldige verklarings- of oplosmethode te beschouwen (monisme), en dat de mogelijkheid te kunnen kiezen uit meerdere andere, misschien beter toepasbare methodologieŽn (pluralisme) juist een veel grotere zorgvuldigheid, verantwoordelijkheid en discipline vereist. Daarbij gaat het er Feyerabend niet om een nieuwe methodologie aan te prijzen waarin sprake is van een veelvoud aan theorieŽn, metafysische gezichtspunten en sprookjes, maar probeert hij aan te tonen dat alle methodologieŽn, zelfs de meest voor de hand liggende, hun beperkingen hebben. Op de vraag of men zich toch niet veel beter monistisch kan opstellen omdat de keuzemogelijkheid in een pluralistische situatie altijd iets willekeurigs zal hebben, antwoordt Feyerabend dat het pluralisme alleen maar iets duidelijk maakt wat in het monisme verborgen blijft: de willekeur van welke beslissing danook. Door zich te verschuilen achter de vermeende waarheid of zekerheid van het monisme ontloopt men de eigen verantwoordelijkheid. Veeleer is het zo dat er geen zekerheid te verkrijgen valt en we zo volwassen moeten zijn om zelf de verantwoordelijkheid te dragen. Het is opmerkelijk, aldus Feyerabend, dat epistemologen en wetenschapsfilosofen kennelijk streven naar een toestand waarin we minder volwassen zouden zijn dan we misschien zelf willen.

Terwijl Kuhn zijn methodologisch pluralisme nog beperkt houdt tot verschillende intern-wetenschappelijke variŽteiten, plaatst Feyerabend de wetenschappelijke rationaliteit in z'n geheel als ťťn der mogelijkheden tussen verschillende andere - metafysische - kenwijzen van de wereld. En terwijl er bij Kuhns overgang van het ene wetenschappelijke paradigma naar het andere nog sprake is van een zekere historische of intern-dynamische dwang, kunnen we volgens Feyerabend 'de kosmologieŽn van een bepaalde tijd' willens en wetens 'wijzigen of zelfs vervangen'. Als we Poppers filosofie beschouwen als een appel, en die van Kuhn als een sinaasappel, dan is Feyerabends methodologisch pluralisme een hele fruitmand, waaruit op ieder moment een passende vrucht kan worden gekozen. Ook een sinaasappel, en als het nodig is zelfs een appel: 'Er kan natuurlijk een tijd aanbreken waarin de rede een tijdelijke prioriteit zal moeten krijgen en het verstandig is haar regels te verdedigen met uitsluiting van de rest. Maar ik geloof niet dat we tegenwoordig in zo'n tijd leven.'


Literatuur en links:

Klukhuhn, A.: Sterf oude wereld. De Arbeiderspers, 1995.
Paper: Paul Feyerabend und die Softwaretechnologie
Bibliografie