Wie is wie?

Derrida
Feyerabend
Van Fraassen
Frankfurter Schule
Franse Filosofen
Foucault
Haack
Kuhn
Lacan
Lakatos
Nietzsche
Popper
Postmodernen
Rorty
Wiener Kreis
Wittgenstein

Externe links

 

Ludwig Wittgenstein (1889 - 1951)

Van Ludwig Wittgenstein is lang gedacht dat hij tot de logisch positivisten behoorde, ook door de logisch positivisten zelf. Hij heeft inderdaad iets belangrijks met hen gemeen: hij trekt, net als zij, een grens tussen datgene waarover men zinvol kan spreken, en datgene waarover men moet zwijgen. Er loopt dan ook een duidelijke lijn van Wittgensteins Tractatus Logico Philosophicus (1922) en Carnaps Der logische Aufbau der Welt (1928). Wetenschap is een talige activiteit, zegt Wittgenstein, dus wetenschapsfilosofie is eigenlijk taalfilosofie. Maar waar de positivisten beweerden dat wat gezegd kan worden het enige zinvolle is en de rest onzin, vond Wittgenstein juist belangrijker wat níet logisch kan worden beargumenteerd, maar als ethische en esthetische oordeel in de kunst kan worden getóónd. Met zijn taalfilosofie, waarin hij in de Tractatus de omvang en de grenzen van de gewone taal aangeeft, probeerde Wittgenstein dan ook niet de kustlijn van dat talige eiland in kaart te brengen, maar het begin van de oceaan. Wetenschappelijke en technische kennis zonder meer beschouwde Wittgenstein als het begin van het einde van de mensheid.

De Tractatus is een poging van de jonge Wittgenstein om de logische structuur van de taal middels de rede ondubbelzinnig te leren kennen: alles wat gezegd kan worden kan ook duidelijk gezegd worden. Maar redelijke kennis is talig, ook redelijke kennis over taal. En zo kwam Wittgenstein in een vicieuze cirkel terecht. Daarom geeft de oudere Wittgenstein na langdurig filosofisch zwijgen in het voorwoord van zijn Filosofische onderzoekingen zijn vergissing volmondig toe en benadert hij hetzelfde probleem nogmaals, maar nu vanaf de andere kant, door van binnenuit te onderzoeken hoe verschillende taalspelen in de praktijk tot stand komen en functioneren. Dan blijkt dat de taal - en dus de wetenschap - geen strikt logisch systeem is, maar een ingewikkelde organische structuur van 'taalspelen'. Dat brengt Wittgenstein op de vergelijking met 'een oude stad, met een wirwar van steegjes en pleintjes, oude en nieuwe huizen, en huizen waarin verschillende tijden stukken zijn aangebouwd; en dit alles omgeven door een groot aantal nieuwe buitenwijken met rechte en regelmatige straten en met gelijkvormige huizen'. Of sterker nog: 'De taal is een labyrint van wegen. Je komt van de ene kant en je weet de weg; je komt vam een andere kant op dezelfde plaats en je weet de weg niet meer.'


Literatuur en links:

Delfgaauw, B., Peperstraten, F. van. Beknopte geschiedenis van de wijsbegeerte, Kampen/Kapelle, 1994.
Klukhuhn, A., De geschiedenis van het denken. Prometheus, 2005 pp. 368-373
http://nl.wikipedia.org/wiki/Ludwig_Wittgenstein
http://plato.stanford.edu/entries/wittgenstein/
http://www.gutenberg.org/etext/5740