Wie is wie?

Derrida
Feyerabend
Van Fraassen
Frankfurter Schule
Franse Filosofen
Foucault
Haack
Kuhn
Lacan
Lakatos
Nietzsche
Popper
Postmodernen
Rorty
Wiener Kreis
Wittgenstein

Externe links

 

Karl Popper (1902-1994)

karl Over het algemeen wordt Karl Popper beschouwd als degene die de meest vernietigende bezwaren tegen het logisch positivisme heeft opgeworpen.

In de eerste plaats bestaan er volgens Popper geen harde zintuiglijke waarnemingsfeiten. Waarnemingen krijgen pas betekenis binnen de context van een voorafgaande theorie en kunnen dus nooit de onbetwijfelbare ervaringsbasis vormen waarop onze wetenschappelijke kennis kan worden gefundeerd. Wetenschappelijke kennis is, met andere woorden, niet objectief buiten de mens gegeven, maar is mensenwerk.

In de tweede plaats, zei Popper, is de positivistische bezigheid een beperkt aantal waarnemingen tot algemeen geldige wetten te verheffen, strikt logisch gesproken niet mogelijk. Wetenschappelijke uitspraken zullen het stadium van vermoedens of hypothesen nooit achter zich kunnen laten. Het aantal werkelijke waarnemingen is altijd zeer klein ten opzichte van het totaal aantal mogelijke waarnemingen en iedere volgende waarneming kan met de vorige in tegenspraak zijn. Op grond van deze kritiek op het op inductie gestoelde verifieerbaarheidsbeginsel van de Wiener Kreis ontwerpt Popper een ander criterium waarmee wetenschappelijke van niet-wetenschappelijke kennis onderscheiden kan worden. Zijn falsifieerbaarheidscriterium (ontwikkeld in zijn boek Logik der Forschung uit 1934) stelt eerder eisen aan de vorm van wetenschappelijke theorieŽn dan dat ze de inhoud van hun relatie met de werkelijkheid definieert. Over de relatie van kennis en werkelijkheid, dus over de empirische basis van theorieŽn, valt volgens Popper weinig te zeggen. Wetenschappelijke kennis is niet stevig verankerd in een empirisch fundament. Aan een wetenschappelijke theorie moet niet de eis worden gesteld dat ze bevestigd is, maar juist dat ze te weerleggen valt. Anders dan de leden van de Wiener Kreis gaat Popper er dus niet van uit dat de wetenschappelijkheid van een theorie groter wordt naarmate ze meer 'waar' is. Integendeel, over de waarheid van een theorie valt niets te zeggen. De onwaarheid van een theorie is daarentegen wel degelijk te bepalen. Voortdurende toetsing van theorieŽn en de onherroepelijke verwerping van theorieŽn die het laten afweten, waarborgt volgens Popper de groei van wetenschappelijke kennis, die weliswaar nooit 'de werkelijkheid' zal vatten, maar haar op deze wijze wel steeds dichter zal weten te benaderen.

Popper is het dus wťl met de logisch positivisten eens dat onze wetenschappelijke kennis in de loop van de tijd steeds verder aangroeit. Er bestaat wel degelijk een wetenschappelijke traditie, en hoe weinig we ook weten, we weten wel steeds meer.


Literatuur en links:

Koningsveld, H., Het verschijnsel wetenschap. Meppel, Boom, 1976.
Klukhuhn, A., De geschiedenis van het denken. Prometheus, 2005 pp. 377-384
http://nl.wikipedia.org/wiki/Karl_Popper
http://plato.stanford.edu/entries/popper/