Wie is wie?

Derrida
Feyerabend
Van Fraassen
Frankfurter Schule
Franse Filosofen
Foucault
Haack
Kuhn
Lacan
Lakatos
Nietzsche
Popper
Postmodernen
Rorty
Wiener Kreis
Wittgenstein

Externe links

 

Friedrich Nietzsche (1844-1900)

Nietzsche heeft voor de beschrijving van zijn ideeŰn zijn eigen beelden en begrippen verzonnen. Volgens hem wordt het toneel van het leven beheerst door de dramatische worsteling tussen twee driften, belichaamd door de zonen van Zeus en halfbroers Dionysus, god van de wijn en de roes, en Apollo, god van de orde en de bezinning. Het dionysische omvat de extase van het zichzelf scheppende en vernietigende leven, en het apollinische is de koele rede die er tegenover gesteld moet worden. Met de wetenschappelijke rede van Apollo wordt de kunstzinnige roes van Dionysus in de houdgreep genomen (vgl. Wittgenstein).

Wat door dit beeld in ieder geval goed tot uitdrukking komt is het onverzoenlijke, bijna vijandige karakter van de verhouding tussen wetenschap en kunst. En in de voortdurende strijd tussen de twee godenzonen is het Apollo uiteindelijk gelukt Dionysus er zˇ goed onder te krijgen dat de laatste tegenwoordig niet serieus meer kan tegenspartelen. De schuld daarvan moet volgens Nietzsche gelegd worden bij Socrates, de eerste theoreticus, die ervoor zorgde dat de mens van zijn intu´tie en instincten is vervreemd en zo het contact met de bron van het leven heeft verloren. Toch vindt Nietzsche dat de verhouding tussen wetenschapen en kunst niet noodzakelijk tegenstrijdig hoeft te zijn en dat ze elkaar kunnen aanvullen. Dat de wetenschap in staat wordt geacht tot in de diepste afgronden van het zijn door te dringen is weliswaar als drijvende kracht aan haar meegegeven, maar deze voert haar steeds dichter naar haar grenzen. Daar 'tuurt zij in een eeuwig duister', en daar 'slingert de logica zich om zichzelf heen tot zij zichzelf ten slotte in de staart bijt', en daar moet zij ook 'uiteindelijk omslaan in kunst. En dat is het eigenlijke doel van dit mechanisme'.

Nietzsche had zijn hoop daarom gevestigd op het ontstaan van een nieuwe cultuur, waarin wetenschap en kunst weer hun eigen gelijkwaardige plaats zouden innemen. Ge´nspireerd door de intellectueel hooggestemde omgeving van Richard Wagner mengden wetenschap, kunst en filosofie zich zozeer in hem dat hij dacht 'eens centauren te zullen baren', creaturen dus waarbij het driftmatig dierlijke of dionysische en het redelijk menselijke of apollinische met elkaar tot een twee-eenheid - tot een 'derde cultuur' - zouden zijn vergroeid.

Een ander kernpunt in Nietzsches filosofie is zijn grondige afkeer van welke autoritaire waarheid dan ook, wat hem ten strijde deed trekken tegen de wetenschap, het christendom en alle andere morele systemen die we tegenwoordig 'grote verhalen' noemen. Zijn idee dat de waarheid (ook de wetenschappelijke waarheid) een subjectief begrip is, niet per se fout, maar wel altijd in het belang van bepaalde personen of groeperingen, maakt Nietzsche met terugwerkende kracht tot de peetvader van het hedendaagse postmoderne denken. Morele en rationele systemen bevatten, volgens Nietzsche, alleen maar gereedschap en instrumenten, geen waarheid (vgl. Rorty). Vandaar dat alle (vaste) waarden permanent aan herwaardering toe zijn.


Literatuur en links:

Klukhuhn, A., De geschiedenis van het denken. Prometheus, 2005 pp. 413-431
http://nl.wikipedia.org/wiki/Nietzsche
http://plato.stanford.edu/entries/nietzsche/
http://www.gutenberg.org/browse/authors/n#a779