Alfa, bèta, gamma

Binnen de wetenschap worden de disciplines wel onderverdeeld in alfa-, bèta- en gammawetenschappen. Deze indeling heeft zijn historische wortels in de organisatie van universiteiten, en de professionalisering van de wetenschap zoals die met name in de negentiende eeuw heeft plaatsgevonden. Hoewel er altijd twisten mogelijk zijn over de scheidslijnen, en er altijd wel voorbeelden te geven zijn van vakgebieden die niet in een eenvoudig schema te plaatsen zijn, kunnen we een grove karakterisering geven van de alfa-, bèta- en gammawetenschappen in termen van hun studieobject:

  • De alfawetenschappen bestuderen de producten van menselijk handelen.
  • De bètawetenschappen bestuderen de niet-menselijke natuur.
  • De gammawetenschappen bestuderen het menselijk handelen.

Voorbeelden van alfawetenschappen zijn geschiedenis, taalkunde en letterkunde. Voorbeelden van bètawetenschappen zijn natuurkunde en biologie. Voorbeelden van gammawetenschappen zijn psychologie, sociologie en economie.

De bovenstaande grove karakterisering is in termen van het studieobject van de wetenschapsgebieden, maar er zijn ook andere verschillen geclaimd die meer methodologisch van aard zijn.

Een daarvan komt tot uiting in de controverse over Erklären versus Verstehen (o.a. Friedrich Schleiermacher (1768-1834), Wilhelm Dilthey (1833-1911)). De methodologie van de bètawetenschappen zou te beperkt zijn om het menselijk handelen te bestuderen. Het gaat daarbij immers niet alleen om het geven van causale verklaringen (Erklären), maar ook om het interpreteren, het betekenis geven aan handelingen of producten daarvan (Verstehen). De menswetenschappen (alfa, gamma) zijn daarom autonoom, en moeten een principieel andere methode hanteren dan de natuurwetenschappen (bèta).

Een ander geclaimd verschil is dat er alleen in bètawetenschap (natuur)wetten te vinden zouden zijn. De gedachte hierbij is dat alleen de wetten van de bètawetenschap universeel zijn, dat wil zeggen geldig zonder uitzondering en zonder ingewikkelde clausules die de geldigheid inperken. Dit wordt bestreden door sommige sociale wetenschappers, zoals bijvoorbeeld Harold Kincaid, die claimen dat ook hun vakgebied wetmatigheden blootlegt. Kincaid ziet wetten als beschrijvingen van causale factoren op grond waarvan je verschijnselen wetenschappelijk kunt verklaren. Wetten op deze manier begrepen vind je in de natuurwetenschappen, maar bijvoorbeeld ook in de economie (de wet van Gresham; de wet van vraag en aanbod).