Deze pagina geeft dierenartsen beknopte informatie over de (verschillen tussen de) virusvarianten RHDV en RHDV2 alsmede over anamnese, symptomen, pathologie, therapie en management. Over de meest recente ontwikkelingen, bijvoorbeeld over de verkrijgbaarheid van vaccins, kunnen dierenartsen terecht op onze nieuwspagina over VHD. Heeft u zelf konijnen, of werkt u bij een opvangadres of dierambulance? Kijk dan op de website van ons dierenziekenhuis.

VHD (Viral Hemorrhagic Disease), ook wel RHD (Rabbit Hemorrhagic Disease) of VHS (Viraal Hemorragisch Syndroom) genoemd, is een zeer besmettelijke ziekte onder konijnen, en sporadisch bij enkele hazensoorten, en wordt veroorzaakt door een virus: het RHD-virus. Van dit virus bestaan twee stammen: de klassieke variant (RHDV) en een nieuwe variant (RHDV2). Tussen infecties met RHDV en RHDV2 bestaan duidelijke verschillen.

RHDV

  • Incubatietijd van gemiddeld 1 tot 3 dagen.
  • Uit zich meestal als peracute sterfte zonder voorafgaande symptomen. In 5-10% wordt de ziekte chronisch.
  • Sterftepercentage: >80%.
  • Komt voor bij het Europese konijn en is eenmaal  aangetroffen bij een Iberische haas.

RHDV2

  • Incubatietijd van gemiddeld 3 tot 5 dagen.
  • Kan zich uiten als peracute sterfte zonder voorafgaande symptomen. Er bestaat ook een acute vorm met koorts, benauwdheid, neusuitvloeiing en cyanose. De chronische vorm komt iets vaker voor dan bij een RHDV-infectie. Dieren vertonen dan icterus, lethargie en gewichtsverlies en overlijden veelal alsnog na 1 tot 2 weken.
  • Sterftepercentage: 5-70%.
  • Komt voor bij het Europese konijn, en is sporadisch gevonden in diverse andere haasachtigen (Kaapse haas, Corsicaanse haas en Europese haas).

Anamnese

  • Konijnen die (direct of indirect, bijvoorbeeld via mensen of stekende insecten) in contact gekomen zijn met (urine en/of feces van) besmette (wilde) konijnen.
  • Niet gevaccineerd tegen RHD, of tegen slechts één variant.

Symptomen

  • Plotselinge sterfte zonder symptomen
  • In enkele gevallen koorts, anorexie, lethargie, zwakte, (acute) benauwdheid, bloederige, schuimige neusuitvloeiing, cyanose en/of neurologische verschijnselen.
  • Bij besmetting met RHDV of RHDV2 kan de ziekte in een klein aantal dieren chronisch worden. Dan zijn er symptomen als gewichtsverlies, lethargie en icterus. Deze dieren kunnen na één tot twee weken alsnog overlijden.

Pathologie

  • Massale levernecrose zonder zonaal patroon, soms intrahepatische cholestase.
  • Vaak uitgebreid oedeem in longen en trachea.
  • Bloedingen in de milt.
  • Het virus kan door immuunhistochemische kleuring aangetoond worden in de lever, maar ook wel in  andere organen.
  • ELISA kan ingezet worden om het virus aan te tonen. Het meest geschikte orgaan hiervoor is de lever. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen RHDV en RHDV2 door gebruik te maken van specifieke monoclonale antilichamen.
  • Door middel van PCR kan het virale RNA aangetoond worden in de organen. Ook hiervoor is de lever het meest geschikte orgaan, maar ook urine, feces en serum kan worden gebruikt.

Therapie/management

Er is geen curatieve behandeling beschikbaar voor een infectie met het RHD-virus. De voornaamste maatregelen bestaan uit preventieve vaccinatie en hygiënemaatregelen. Er zijn diverse vaccins beschikbaar die tegen RHDV en/of RHDV2 beschermen.

Hygiënemaatregelen zijn van belang om verspreiding van het virus binnen de gehouden populatie te beperken. De maatregelen bestaan uit:

  • Strikte hygiëne en quarantaine van verdacht geïnfecteerde dieren, maar ook van alle konijnen die hier mee in contact zijn geweest.
  • Grondige reiniging en desinfectie van alle ruimtes en verblijven waar (verdacht) besmette konijnen zijn geweest. Bruikbare desinfectiemiddelen zijn o.a. Virkon-S®, chloortabletten (natriumdichloorisocyanuraat), formaline 1-2%, en 0,5% natriumhypochloriet (7).
  • Dragen van wegwerphandschoenen en consequent goed handen wassen.
  • Beperken van contact met mogelijk besmet voedsel of drinkwater: geen (vers) gras of groente van buiten voeren. Ook geen hooi of kuil waar mogelijk wilde konijnen mee in aanraking zijn gekomen.
  • Schoenen gedragen op mogelijk besmette veldjes (besmet met urine van wilde konijnen) niet dragen op plaatsen in huis of tuin waar gehouden konijnen lopen.
  • Breng geen onbeschermde konijnen samen, bijvoorbeeld voor entspreekuren. Zowel zieke als klinisch (nog) gezonde konijnen kunnen het virus dragen en uitscheiden.
  • Goede insectenbestrijding, wegens optreden als mechanische vector.
  • Postmortaal onderzoek laten verrichten bij plotseling overleden konijnen (zie pathologie en diagnostiek).
  • Overweeg noodvaccinatie tegen RHDV en RHDV2 in geval van (uitgebreide) acute sterfte in een konijnenbestand. Aangezien de meeste RHD-vaccins geïnactiveerd/ voldoende geattenueerd zijn, geeft de vaccinatie geen kans op verdere verspreiding van het virus.

Bovenstaande tekst is een korte samenvatting van het artikel 'Rabbit Hemorrhagic Disease Virus-2 (RHDV2): bij de konijnen af', Tijdschrift voor Diergeneeskunde 2016:3, 24-29.