Er zijn ruim 600 erfelijke ziekten bij honden bekend. Hoe vaak die precies voorkomen is nog nergens gemeten en kan per land verschillen. Wij meten de precieze incidentie per ras in Nederland en analyseren de ziektes op specialistisch niveau. Daarmee kunnen wij voor alle raspopulaties (afzonderlijk voor dieren met stamboom en look-alikes) vaststellen welke ziekten prioriteit hebben in het bestrijden van erfelijke ziekten. In deze weging speelt de incidentie een belangrijke rol, maar ook de ernst van de welzijnsaantasting en de duur daarvan.

Voor de gesignaleerde problemen maken wij per ras een fokkerijadvies. Hierin worden alle belangrijke expertises betrokken, zoals klinische genetica, moleculaire genetica, en kwantitatieve/populatiegenetica. In het ECGG werken experts van de faculteit Diergeneeskunde en Wageningen Universiteit samen. Het uitvoeren van goede klinische screeningstests en het ontwikkelen en toepassen van DNA-diagnostiek spelen een belangrijke rol. U krijgt in de praktijk steeds meer toegang tot gevalideerde DNA-diagnostiek. Maar wij meten ook de genetische heterogeniteit van de raspopulaties, en bewaken die om te voorkomen dat er weer nieuwe ziekten de kop opsteken. Met fokwaardeschattingen kunnen zelfs complexe erfelijke ziekten worden bestreden.

Omdat wij continue met PETscan blijven meten, wordt het succes van het gevoerde beleid direct duidelijk. Omdat in de Wet Dieren is bepaald dat de fokkerij al het mogelijke moet doen om gezonde nakomelingen te produceren, zijn de adviezen van het ECGG niet vrijblijvend. Ook wettelijk kunnen fokkerijorganisaties zo op hun verantwoordelijkheid worden aangesproken.

De praktijken die actief aan PETscan meewerken, ontvangen alle adviezen van het ECGG aan rasverenigingen en fokkerijorganisaties. Ze kunnen daarmee fokkers in hun praktijk altijd adequaat begeleiden.