Het UU Kankercentrum voor Dieren herbergt een levendige en flexibele onderzoekomgeving met internationale ambitie. Er zijn goede mogelijkheden om resultaten van onderzoek snel te implementeren. Het onderzoek kent een uitstekende relatie met de prekliniek en heeft een sterk klinisch dan wel translationeel karakter. Doel van dit onderzoek is bij te dragen aan betere patiëntenzorg. Vanuit het onderzoek in het centrum zijn er veel nationale en internationale samenwerkingsverbanden.

Lopende onderzoeken

  • onderzoek naar bottumoren bij hond en kat
  • onderzoek naar mastceltumoren (ontstekingstumoren van de huid) bij de hond
  • onderzoek naar insulinomen (insuline-producerende tumoren) bij hond en kat
  • onderzoek naar bijniertumoren bij de hond, kat en fret
  • onderzoek naar bindweefseltumoren bij hond en kat
  • onderzoek naar rectum- en colontumoren bij de hond
  • onderzoek naar melanomen bij de hond
  • prostaattumoren bij de hond
  • mammacarcinomen (groeifactoren en hormonale beïnvloeding)
  • maagcarcinomen bij de Belgische herder
  • erfelijke aanleg voor bepaalde tumoren (bindweefselsarcomen bij rottweilers en retrievers)
  • behandeling van niet-opereerbare tumoren in de lever met bestraling door zgn. holmiumbolletjes
  • therapie-resistentie bij het maligne lymfoom

Al deze onderzoeken vinden plaats bij patiënten. Als u denkt dat uw patiënt in aanmerking komt voor deelname aan één van de onderzoeken, dan kunt u de patiënt verwijzen. U kunt ook ons bellen op nummer 030-2539411 voor meer informatie.

Maagcarcinomen bij de Belgische herder
Bij de Belgische herder, specifiek de Tervuerense herder en groenendaeler, komt in vergelijking met andere rassen een maagtumor vaker voor. De incidentie wordt geschat op 2% maar kan hoger liggen. De tumor manifesteert zich in de regel vanaf de leeftijd van 5 jaar. Het klinisch beeld is dat van braken en verlies van eetlust. In samenwerking met de rasverenigingen en ondersteund door het Nederlandse Kankerfonds voor Dieren wordt de ziekte in kaart gebracht. Doel is om uiteindelijk een genetische test te ontwikkelen waardoor de populatie vrij gemaakt kan worden van deze ziekte. Contactpersonen voor dit onderzoek zijn S. Hugen (s.hugen@uu.nl; promovendus) en dr. P.J.J. Mandigers (p.j.j.mandigers@uu.nl; projectleider).