Polymyositis bij het Kooikerhondje.

Het betreft hier een, naar alle waarschijnlijkheid, auto-immune spierontsteking wat zich uit in een beeld van niet meer goed kunnen lopen (houterig lopen) en/of slikproblemen.  Het is een progressief verlopende ziekte met een matige prognose. De frequentie van de ziekte zit rond 1% van de populatie.
We zien twee groepen. Een groep van relatief jonge honden waarbij slik of eet problemen op de voorgrond treden. De tweede groep honden zijn jong tot middelbare leeftijd en hebben of meer skeletspier problemen of juist de combinatie met de slikproblemen. Afhankelijk van de plaats en de vorm myositis kunnen de meest voorkomende symptomen zijn: verminderd uithoudings vermogen, spierzwakte, slikproblemen, spierpijn, kreupel lopen/ stijfheid en speekselen. De diagnose stellen we op basis van het klinisch beeld, afwijkende spierenzymen, een EMG en spierbiopten. In samenwerking met de rasvereniging en ondersteunt door een subsidie van het Mijndert Boekbindersfonds wordt de ziekte in kaart gebracht. Doel is om uiteindelijk een genetische test te ontwikkelen waardoor de populatie vrij kan gemaakt worden van deze ziekte. Contactpersoon voor dit onderzoek is dr. Paul Mandigers (p.j.j.mandigers@uu.nl; projectleider).

Polyneuropathie bij het Markiesje.

Het betreft hier een, naar alle waarschijnlijkheid, neuropathie wat zich uit in een beeld van niet meer goed kunnen lopen. We zien de aandoening op zeer jonge leeftijd. In de regel wanneer de pups net het nest uit zijn gegaan. De pupjes ontwikkelen dan een spastische parese. Tot op heden verloopt de ziekte dusdanig dramatisch waardoor de pups binnen enkele weken geëuthanaseerd moeten worden. De frequentie van de ziekte zit rond 2% van alle geboren nesten. In samenwerking met de rasvereniging en ondersteunt door een subsidie van de rasvereniging wordt de ziekte in kaart gebracht. Doel is om uiteindelijk een genetische test te ontwikkelen waardoor de populatie vrij kan gemaakt worden van deze ziekte. Contactpersoon voor dit onderzoek is dr. Paul Mandigers (p.j.j.mandigers@uu.nl; projectleider).

Polyneuropathie bij de Leonberger.

Bij de Leonberger komt een erfelijke polyneuropathie voor wat zich kan manifesteren in een stembandverlamming en/of zwakte van de achterhand. De ziekte kan zich op alle leeftijden manifesteren. Inmiddels zijn er twee mutaties beschreven die een rol spelen bij het ontwikkelen van deze ziekte. Echter hoogstwaarschijnlijk spelen er nog meer mutaties een rol. De diverse Leonbergerclubs hebben zich verenigd om het probleem mondiaal aan te pakken. Het betreft hier dus een internationaal onderzoek wat loopt in Amerika, Zwitserland en Nederland. Aanspreek punt in Nederland: dr. Paul Mandigers (p.j.j.mandigers@uu.nl).

Leucomyelomalacie / myelopathie bij o.m. het Nederlandse Kooikerhondje, de Leonberger en de Rottweiler.

Bij de genoemde rassen komt op jonge leeftijd een ziektebeeld voor wat zich manifesteert in een parese posterior en uiteindelijk zal leiden tot tetraparalyse. Alle aangedane honden sterven aan deze ziekte. Bij het Kooikertje en de Leonberger zijn het vaak honden van 6 maanden tot maximaal 2 jaar. Bij de Rottweiler start het ziektebeeld vaak wat later. Voor het Kooikertje is inmiddels een genetische test beschikbaar maar de mutatie is nog niet 100% zeker gevonden. Bij de Leonberger en Rottweiler wordt, in samenwerking met de Universiteit van Missouri, naar een bruikbare genetische test gezocht. Voor het vinden van de mutatie is het belangrijk dat we lijders zien en kunnen onderzoeken. Aanspreekpunt is dr. Paul Mandigers (p.j.j.mandigers@uu.nl)

Chiari Malformatie / Syringomyelie bij de Toy Breeds en de CKCS.

Bij nagenoeg alle toy breeds komt chiari malformatie (herniatie van de kleine hersenen - CM) al of niet in combinatie met syringomyelie (holtevorming in het ruggenmerg - SM) voor. Helaas is de Cavalier King Charles Spaniel (CKCS) het meest aangedaan. Nagenoeg alle honden hebben chiari malformatie en ongeveer de helft heeft syringomyelie. Niet alle dieren laten symptomen zien. Naar schatting slechts 10%. Momenteel wordt de aandoening uitgebreid onderzocht in diverse landen. Een team van de Universiteit van Surrey onderzoekt het syndroom bij de Belgische Griffon en er loopt een groot project bij de Universiteit van Leuven voor het gebruik van fokwaardes voor CM, SM en mitraalkleproblemen bij de CKCS. Aanspreekunt in Nederland is dr. Paul Mandigers (p.j.j.mandigers@uu.nl).