Woord vooraf

De universiteit is een instituut, geen instrument

Columnist Sjoerd de Jong vond het in NRC (22-2-’24) maar ongemakkelijk: de vier wetenschappers (waarvan twee prominenten van de Universiteit Utrecht) die aanschoven bij informateur Kim Putters om hem raad te geven over de vorming van een nieuw kabinet. “Een beklemmend tafereel”, aldus De Jong, "een populistisch kabinet, in elkaar gesleuteld met wetenschappelijke fiat?”

Het ongemak is misschien herkenbaar, maar het is toch ook echt onjuist. Natuurlijk zaten de vier academici daar niet in een politieke rol. Zij adviseerden Putters over mogelijke kabinetsvormen, en dat deden ze vanuit hun expertise op het gebied van de parlementaire democratie.

We zien het dezer dagen vaker: de wetenschap, of ‘de universiteit’, wordt bijna achteloos in een politieke rol gemanoeuvreerd. Bijvoorbeeld wanneer haar van buitenaf nog maar weer eens wordt verweten een ‘links bolwerk’ te zijn. Of wanneer, van binnenuit, van haar geëist wordt dat zij stelling neemt in een politiek conflict.

De universiteit is van groot belang voor de democratie. Als Universiteit Utrecht dragen we, bijvoorbeeld vanuit het strategisch thema ‘Institutions for open Societies’, voortdurend bij aan de rijkdom van het debat en daarmee aan de kwaliteit van de democratische besluitvorming. We delen onze expertise ruimhartig met de samenleving, in adviseursrollen, in gesprek met stakeholders, of in de media. Maar dat doen we als onafhankelijk instituut, niet als instrument.

Tekening van Decaan Vaessens

Thomas Vaessens

Decaan faculteit Geesteswetenschappen Universiteit Utrecht