Hoofdverhaal

Moeten we grenzen stellen aan rijkdom?

Foto van Ingrid Robeyns
Beeld: Ed van Rijswijk

Ze is econoom en filosoof, maar bovenal ethicus. Al haar werk heeft te maken met waarden. In het Fair Limits Project stelde prof. dr. Ingrid Robeyns zich de vraag of het moreel verantwoord is om een bovengrens te stellen aan de hoeveelheid waardevolle en schaarse goederen, zoals geld en ecologische hulpbronnen, die een individu mag gebruiken of bezitten. En zo ja, hoe je zo’n plafond kunt realiseren.

Het is de rol van politiek filosofen om het maatschappelijk debat te voeden

De tien rijkste mensen ter wereld (mannen) bezitten samen zes keer meer vermogen dan de armste 3,1 miljard, aldus Oxfam Novib begin 2020. En zelfs in het relatief egalitaire Nederland bezat tien procent van de bevolking volgens het CBS in 2020 ruim zestig procent van het totale particuliere vermogen. Kijk je naar de verdeling van ecologische hulpbronnen dan is de situatie niet veel anders. Bijna de helft van de wereldwijde emissies wordt veroorzaakt door de tien procent rijksten ter wereld.

Een armoedegrens vinden we normaal. We zijn het erover eens dat iedereen in zijn primaire levensbehoeften moet kunnen voorzien. Wordt het niet ook tijd voor een rijkdomsgrens? Die vraag onderzocht prof. dr. Ingrid Robeyns in het kader van het Fair Limits Project. We bekeken twee soorten hulpbronnen: geld, in de vorm van inkomen en vermogen, en de capaciteit van de atmosfeer om koolstofdioxide op te nemen, ons mondiale koolstofbudget. Bij beide is er sprake van schaarste.

Wat mij en mijn studieteam interesseerde als filosofische vraag is of je dit soort kwesties over het stellen van grenzen zuiver moreel kunt beschouwen of dat je ze ook moet willen reguleren; dan bedoel ik politiek. Zodra je dat doet, ontstaan er verschillen in hoe mensen en politieke partijen denken. Je kunt het eens zijn over de ideale situatie, maar totaal oneens over hoe je daar komt.

 

We stelen van onze (achter)kleinkinderen en schaden mensen in kwetsbare gebieden

Robeyns: In het geval van klimaat is het vrij eenvoudig om te beargumenteren dat er een bovengrens zit aan het individuele gebruik ervan. We hebben het namelijk over een gemeenschappelijk goed — de atmosfeer. Als uitgangspunt zou iedere wereldburger evenveel recht moeten hebben op een deel ervan. Omdat de hulpbronnen van onze planeet eindig zijn en de klimaatverandering urgent, moeten we ons gebruik beperken. De vraag is met name hoe?

Op het gebied van klimaat speelt vooral onrechtvaardigheid een rol. Hoe rijker mensen en landen zijn, hoe meer ze uitstoten. De extreem rijken komen soms zelfs aan een uitstoot van tweehonderd ton per jaar. Vergelijk dat met het wereldwijde gemiddelde van zo’n vierenhalf ton per persoon per jaar. Dus de eerste onrechtvaardigheid doet zich vooral voor tussen rijke en arme mensen, en rijke en arme landen. De landen uit het mondiale zuiden, met een lage levensstandaard en een lage CO2-uitstoot worden dubbel gestraft: het mondiale koolstofbudget is bijna op, wat hun economische ontwikkeling hindert én zij ondervinden de de grootste schade van de klimaatverandering. De tweede onrechtvaardigheid wat betreft het koolstofbudget is generationeel. We hebben in het westen decennialang boven onze stand geleefd qua milieu, maar daar willen we niet aan. Wij lenen, of eigenlijk stelen, van de toekomst van onze (achter) kleinkinderen. Standaard twee keer per jaar op vakantie met het vliegtuig is in de toekomst een onmogelijkheid zolang we niet emissiearm kunnen vliegen. Dus de onrechtvaardigheid is hier evident en het antwoord op de vraag of een individueel plafond wat betreft gebruik van ecologische hulpbronnen moreel te rechtvaardigen is, is volgens Robeyns een no-brainer.

Foto van Ingrid Robeyns (staand)

Hoe komen we dan af van die ongelijke verdeling van natuurlijke hulpbronnen? Kies je voor voluntaristische maatregelen — doe je een moreel appel op mensen — of maak je beleid? Richt je je op individuen of op andere eenheden zoals bedrijven of structuren? En met welke instrumenten doe je dat? Wat dat laatste betreft kunnen we volgens Robeyns denken aan de volgende mogelijkheden:

  • Vrijwillig rantsoeneren, met andere woorden een moreel appel doen op mensen om het gebruik te minderen. Denk aan de oproep om geen plastic tasjes meer te gebruiken. Maar we weten uit gedragsonderzoek dat ‘preken’ op zichzelf een heel zwak instrument is.
  • Rantsoeneren ofwel inperken van het gebruik, maar dan gereguleerd. Een voorbeeld is het idee van een CO2-budget per persoon.
  • Verbieden, met wetten en regels. Eerder gebeurd met het verbod op cfk’s. Nu zou je kunnen denken aan een verbod op gas of op auto’s op fossiele brandstof.
  • Je kunt de verandering ook aan de markt overlaten. Zo zouden marktpartijen een technologie kunnen ontwikkelen waarmee we betaalbaar CO2 uit de lucht kunnen halen en opslaan.
  • En tenslotte kun je gewenst gedrag ook stimuleren. Denk aan subsidies op zonnepanelen of het afschaffen van de BTW op emissiearm voedsel.

Tijd om in te zoomen op extreme economische rijkdom. Ook hier is het antwoord naar de morele rechtvaardiging van een bovengrens volgens Robeyns ja. Maar de argumenten zijn ingewikkelder. Anders dan natuurlijk hulpbronnen is financiële rijkdom iets dat individuen vergaren, als we olie en diamanten buiten beschouwing laten dan. Mensen vinden daarom dat ze er aanspraak op mogen maken. Dat neemt de morele bezwaren niet weg. Extreme rijkdom ondermijnt de democratie want een extreem rijk bedrijf of individu krijgt ermee toegang tot politieke macht. Met geld kun je lobbyen, via donaties beleid kopen, universiteiten financieren, denktanks of media opzetten en zo de publieke opinie beïnvloeden. Degene zonder geld kan dat niet. Dus het werkt machtsongelijkheid in de hand. Sommige bedrijven hebben meer geld dan heel Nederland of Italië. Zorgwekkend als je ’t hebt over machtsverhoudingen.

We hebben decennialang boven onze stand geleefd qua milieu

Foto van een open kooi

Robeyns heeft nog een argument. Vermogen is vaak onverdiend. Waarom vinden wij het moreel acceptabel dat privileges van generatie op generatie worden doorgegeven en dat de erfbelasting zo laag is? Wie je ouders of grootouders zijn is immers op geen enkele wijze je eigen verdienste. Dat is kansenongelijkheid in essentie. Volgens Robeyns is het ook bij ondernemingen zeer de vraag in hoeverre je hun succes volledig kunt toeschrijven aan de individuele verdiensten van een paar mensen aan de top. Er zijn steeds meer rijken die er ook zo over denken. McKenzie Scott, de ex-vrouw van Jeff Bezos formuleert het zo: ‘Ik twijfel er niet aan dat iemands persoonlijke rijkdom het product is van een collectieve inspanning en van sociale structuren die kansen bieden aan sommige mensen en obstakels aan talloze anderen.’ Zij geeft dan ook minimaal de helft van haar vermogen weg aan goede doelen. Dan heb je ook nog clubs zoals The Patriotic Millionaires en Millionaires For Humanity die onder meer pleiten voor een eerlijker belastingstelsel met veel hogere belastingen op hun eigen vermogen.

Daarnaast, argumenteert Robeyns, is de huidige verdeling van rijkdom met een paar extreem rijken een vorm van verspilling. Als je dezelfde rijkdom gelijker verdeelt, levert dat wereldwijd meer welvaart op voor meer mensen. Let wel, welvaart reikt verder dan geld alleen en behelst ook aspecten zoals goede gezondheid, veiligheid, onderwijs, technologie en rechten.

Het is van groot belang dat je waarden meeneemt in beleidsvoorstellen

En dan is er nog de link met het klimaat als argument voor een rijkdomsgrens. De productie van rijkdom schaadt in veel gevallen het milieu en bijna elke vorm van consumptie heeft negatieve impact op het milieu. Waarom zouden extreem rijken meer moreel recht hebben op het gebruik van natuurlijke hulpbronnen dan anderen? Dus wat te doen om extreme rijkdom te beperken? Ingrid Robeyns onderscheidt drie soorten maatregelen:

  • Betere verdeling van rijkdom vooraf (predistributie). Verhoog het minimumloon of voer het debat over het enorme verschil tussen beloningen in het publieke en private domein.
  • Herverdeling of redistributie van inkomsten; fiscale maatregelen en ons socialezekerheidsstelsel zijn hier voorbeelden van. Denk aan meer belasting op kapitaal (winst en rente) en minder op arbeid (inkomen en werken).
  • En dan is er nog de ethiek danwel het morele appel. Robeyns pleit er gepassioneerd voor dat we rijkdom niet alleen beschouwen als een economische maar vooral ook als een morele zaak.

Zij benadrukt dat haar studie geen adviezen geeft voor concrete maatregelen. Dat zijn politieke keuzes. Je moet je denken opentrekken. Ik zie het als mijn taak als ethicus mij uit te laten over onrechtvaardigheid op het gebied van klimaat en economische rijkdom. Ik draag mijn analyse uit en ik zie het als de rol van politiek filosofen om het maatschappelijke debat te voeden met argumenten.

Sommige bedrijven hebben meer geld dan hele landen — zorgwekkend

Ingrid Robeyns in deuropening

Het onderwerp van het Fair Limits Project raakt aan zo veel dingen, maar ook aan ons economische systeem. Robeyns: In de jaren zestig en zeventig hadden we een ‘gemengde economie’. Alleen zijn we de laatste jaren opgeschoven richting het hyperkapitalisme van de VS; dat gaat gepaard met meer kansenongelijkheid. Uit onderzoek blijkt dat mensen in de VS een lagere kwaliteit van leven hebben én hun gemiddelde CO2-uitstoot veel groter is. Ik denk dat we naar een andere vorm van kapitalisme moeten waarbij we scherp bepalen wat we qua eigendom en productie in handen willen geven van de overheid, wat bij private partijen moet liggen en wat een vorm van gemeenschappelijk eigendom moet worden van collectieven of coöperaties van burgers. Uiteindelijk maak je rijkdom altijd door samenwerken en in een context die door heel veel mensen wordt bepaald.

Prof. dr. Ingrid Robeyns, Faculteit Geesteswetenschappen, is hoogleraar Ethiek van Instituties. Met dat laatste worden de spelregels van de samenleving bedoeld. Denk aan voorzieningen of beleid. Zij is filosoof en econoom en onderzocht met het Fair Limits Project of er morele redenen zijn voor bovengrenzen in de verdeling van schaarse, waardevolle economische en ecologische hulpbronnen. Haar volgende boek Limitarianism. The case against extreme wealth verschijnt eind 2023 en wordt ook vertaald naar het Nederlands, Duits, Italiaans, Spaans, Russisch, Koreaans en Japans. Recent ontving zij een VICI-beurs voor nieuw onderzoek.

Ik zie het als mijn taak als ethicus me uit te laten over onrechtvaardigheid

Vici-beurs

Onderzoek naar economische toekomstvisies


Het huidige socio-economisch systeem leidt tot een aantal belangrijke problemen: het is namelijk niet ecologisch duurzaam, focust sec op economische groei in plaats van welzijn en houdt een aantal onrechtvaardige structuren zoals ongelijkheid in stand. Al jarenlang uiten burgers en wetenschappers hier kritiek op, zowel lokaal als mondiaal. Allerlei denkers hebben alternatieve visies op de toekomst voorgesteld zoals de donuteconomie, de gemenegoed- economie, de welzijnseconomie, en de basisinkomenssamenleving. Maar hoe kunnen we die toekomstvisies met elkaar vergelijken en ze evalueren? Ingrid Robeyns ontving recent een VICI-beurs van de NWO om hieraan te werken. Wij gaan een kader ontwikkelen om die visies gestructureerd en integraal met elkaar te kunnen vergelijken. Zo kunnen we de sterke en zwakke punten van die visies in kaart brengen en er een soort audit op loslaten. Dat zal burgers en politici beter in staat stellen om zich geïnformeerd een oordeel te vormen over welke toekomstvisie ze willen omarmen. Robeyns gaat met haar onderzoeksteam ook op zoek naar hybride- of nieuwe visies.

 

Kom naar de Dag van de Filosofie 2023

Gesprek bij dag van de filosofie

In 2018 nam Ingrid Robeyns het initiatief voor de Utrechtse Dag van de Filosofie, een dag vol filosofische lezingen en gesprekken voor een breed publiek. Ondertussen ligt de organisatie in handen van collega filosoof Naomi van Steenbergen die dit samen met Studium Generale organiseert. Op zaterdag 22 april 2023 vindt de volgende editie plaats. Kom naar TivoliVredenburg, dompel je onder in filosofische gedachte-experimenten, luister naar interviews en denk mee met filosofen over de grote vragen van vandaag. Toegang is gratis en iedereen is welkom.

Reserveer je gratis ticket vanaf 1 april via de website

Wat is extreme rijkdom eigenlijk?

In het Fair Limits Project spreekt Ingrid Robeyns van extreme rijkdom. Maar wanneer is rijkdom ‘extreem’? Samen met collega’s van Sociologie deed zij in 2018 een studie onder de Nederlandse bevolking. Het eerste doel van de studie was om te onderzoeken of mensen vinden dat er een grens te trekken is tussen ‘rijk’ en ‘superrijk’. Maar liefst 96,5 procent van de respondenten vond dat we wel degelijk zo’n onderscheid kunnen maken. Het tweede doel van de studie was om erachter te komen waar mensen die grens dan zouden trekken. De studie schatte dat bij een gezinsvermogen van meer dan 2,3 miljoen euro verdere rijkdom geen verdere bijdrage levert aan de kwaliteit van leven van zo’n gezin. De respondenten waren het niet eens of je met overheidsmaatregelen voor een meer gelijke verdeling moet zorgen.