Bij het hoofdverhaal

Lustrumvieringen

Maskerade-optocht 59e lustrum in de Schoutenstraat
Maskerade-optocht 59e lustrum in de Schoutenstraat (beeld via Het Utrechts Archief)

Aanvankelijk vierde de universiteit alleen haar 50ste of 100ste verjaardag, maar in de 19e eeuw ontstaat, onder invloed van het nationalisme, de gewoonte om elke vijf jaar die verjaardag te vieren – meestal rondom een nationalistisch thema. In de 20ste eeuw wordt dat thema ruimer; dan wordt er gekozen voor onderwerpen die tot de verbeelding spreken: François Villon, Echnaton of Germanicus bijvoorbeeld. Het universiteitsbestuur besteedde de organisatie van die feesten uit aan studenten van het Utrechtsch Studenten Corps. Maar in de jaren vijftig waren grote groepen studenten geen lid meer van het USC, waardoor het onhoudbaar werd om het Corps het alleenrecht te geven op het organiseren van de lustra. De universiteit heeft de organisatie toen weer overgenomen, en daarmee kwam een einde aan die grote maskerades. Die pasten toen ook niet meer zo bij de tijd en waren vrijwel onbetaalbaar geworden. De maskerades – optochten en grootschalige voorstellingen – werden door particulieren bekostigd, veelal Corpsstudenten. Dat waren dan wel jongens uit de elite, vaak landadel die nogal ruim in Utrecht vertegenwoordigd was. Maar het ging toch om enorme bedragen. Voor Germanicus bijvoorbeeld werden veertig paarden uit Berlijn gehaald, werden historisch-correcte kostuums genaaid voor alle deelnemers, inclusief wapentuig. Het leverde de stad weliswaar veel geld op; alle hotels zaten tot de laatste kamer volgeboekt. Maar toch zijn er mensen financieel aan onderdoor gegaan, zijn er faillissementen geweest om die lustrumfeesten te kunnen betalen.

Nog voor de zomer is in Het Utrechts Archief de tentoonstelling 'Heel Utrecht loopt uit' over de lustra te zien. Kijk voor meer informatie op de website van Het Utrechts Archief.

Wandel terug in de tijd

Paardenkathedraal te Utrecht

Historische kennis ligt dit (lustrum)jaar in Utrecht voor het oprapen. Op dertig plekken waar de universiteit en de stad elkaar ontmoeten komen tegels met QR-codes te liggen. Scan een code en je krijgt verhalen, foto’s en filmpjes uit het verleden te zien over die locatie. Het gaat niet alleen om plekken waar de historie nog zichtbaar aanwezig is, zoals op het voormalige veeartsenijterrein aan de Biltstraat. Wist je bijvoorbeeld dat er bij het Prinses Máxima Centrum sporen van menselijke bewoning zijn opgegraven van meer dan 10.000 jaar voor onze jaartelling?

Dit project is onderdeel van de Utrecht Time Machine (UTM), een linked data platform waar prof. dr. Toine Pieters drie jaar geleden mee is gestart om de Utrechtse geschiedenis tot leven te wekken. Pieters is er trots op dat hij kan melden dat het Utrechts Archief de Utrecht Time Machine onder haar hoede gaat nemen. “Dit is niet een project van binnen de muren van de universiteit, het gaat juist om de wereld erbuiten.” Het UTM platform verbindt de data van verschillende musea, Vereniging Oud Utrecht, de gemeente, het Kadaster, het Utrechts Archief en andere digitale historische bronbestanden met elkaar. Ook kunnen alumni kunnen historische input aanleveren. Samen met studenten en het Utrechts Archief werkt Pieters de komende jaren aan de doorontwikkeling van het platform en daarvan gebruikmakende apps.

De tegels met QR-codes worden in de loop van dit jaar als wandelingen met elkaar verbonden. Zodra de tegels er liggen, vind je meer informatie op de lustrumwebsite morgenmakenwesamen.nl.

De Spoetnikkijker op het Servaasbolwerk

Spoetnikkijker op het Servaasbolwerk

Vlakbij Sonnenborgh Museum en Sterrenwacht staat een bijzonder beeld: De Spoetnikkijker. Dit bronzen beeld werd in 1957 gemaakt door Oswald Wenckebach, kort nadat de Sovjet-Unie tijdens de Koude Oorlog de wereld verraste met de lancering van de eerste satelliet, de Spoetnik 1. Na verschillende vernielingen en verhuizingen werd het beeld in 2007 weer teruggezet op zijn oorspronkelijke plek.

Illuster vroeg David Baneke (UU Wetenschapsgeschiedenis) naar de context van dit beeld. Volgens hem was astronomie de echte winnaar van de Koude Oorlog. Ook in Utrecht, waar hoogleraar Kees de Jager in 1961 de Werkgroep Ruimteonderzoek van Zon en Sterren oprichtte aan de (toen nog) Rijksuniversiteit Utrecht. Deze werkgroep had binnen tien jaar meer dan honderd werknemers.

De Jager, die tot 2003 zelfs op Sonnenborgh woonde, speelde ook een rol in wat je een vroege vorm van crowdsourcing zou kunnen noemen. Zowel de Verenigde Staten als de Sovjet-Unie maakten gebruik van amateurastronomen over de hele wereld. Met behulp van hun waarnemingen kon de baan van een satelliet om de aarde nauwkeurig worden bepaald. De gegevens die door de Nederlandse ‘spoetnikkijkers’ werden verzameld, belandden via De Jager in beide landen. 

Meer weten? David Baneke vertelde ook over de satellietwaarnemingen in de radiodocumentaire ‘Het Spoor Terug: de Spoetnikkijker’, die alumnus Nienke Zoetbrood (Taal- en Cultuurstudies, 2014) maakte voor het programma OVT. bit.ly/ovt-spoetnikkijker

 

"De mooiste studentenbijbaan"

Domtorenrondleider Dorine van de Klashorst

De Domtoren is hét iconische gebouw van Utrecht. Lange tijd mocht er niet hoger gebouwd worden dan De Toren: 112 meter. 465 treden. Bijna elke UU-student heeft ze ooit wel een keer beklommen. Maar er zijn alumni die dat wel honderden keren hebben gedaan. Want Domtorengidsen zijn bijna allemaal UU-student. Masterstudent Dorine van de Klashorst gidst nu vijf jaar: “Het is de mooiste bijbaan van Utrecht. Ik verdien mijn geld met vertellen over dit imposante gebouw en mensen enthousiast te maken voor de geschiedenis ervan. Ik stop pas als ik ga werken.”

Jitte Roosendaal is alumnus Sociale Geografie en als medewerker van Utrecht Marketing al meer dan vijfentwintig jaar ‘oppergids’ op de toren. Hij zag honderden studenten voorbij komen en leidde hen op tot Domtoren-gids. “Als eerstejaarsstudent kom je vaak van ver. Gebouwen als de toren spreken dan tot je verbeelding. Het is het icoon en de trots van de stad.”. Gidsen vinden is geen probleem: “Studenten tippen elkaar. Het is ook echt een hele leuke gidsen-groep met een grote mate van collegialiteit. Dat is gedurende de jaren niet veranderd.”

Daar kan Dorine over meepraten: “Ik heb er mijn torenvriendengroep aan overgehouden. We eten regelmatig samen. Er zijn ook gidsen die samen boulderen of muziek maken. Het is niet een studentenvereniging, maar voor een groot deel van de gidsen voelt het wel zo. De toren en de universiteit hebben de afgelopen jaren allebei een grote rol gespeeld in mijn leven. Ze voelen allebei als thuis en vertrouwd.”.

Op de website van de Domtoren vind je ook veel leuke thuisactiviteiten gemaakt door de Torengidsen zoals de Grote Domtoren Podcast Show. Voor kinderen (6 – 10 jaar) is er de video over Willem de Torenwachter.

Waarom lopen USC-leden nooit onder de toren door?

Luchtfoto Utrecht met Domtoren

De toren heeft honderden prachtige verhalen, waarin soms ook de universiteit figureert. Zo was er ooit een USC-lid dat onder de toren doorliep, precies op het moment dat een student van een andere vereniging een einde aan zijn leven wilde maken door van de toren af te springen, en precies bovenop het USC-lid terecht kwam. De springer overleefde, maar dat gold niet voor de USC-student. Althans, zo zou het gegaan zijn. Jarenlang is het daarom gebruik geweest dat USC-leden óm de toren heen liepen, in plaats van eronder door.